Home

Rechtbank Den Haag, 24-07-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:7534, C/09/574493 / KG ZA 19-488

Rechtbank Den Haag, 24-07-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:7534, C/09/574493 / KG ZA 19-488

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 juli 2019
Datum publicatie
25 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:7534
Zaaknummer
C/09/574493 / KG ZA 19-488

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Facultatieve uitsluitingsgronden: Past performance en Valse verklaring. Irreële inschrijving.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/574493 / KG ZA 19-488

Vonnis in kort geding van 24 juli 2019

in de zaak van

CONDUENT BUSINESS SERVICES (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Rijswijk (ZH),

tegen:

GEMEENTE DEN HAAG,

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. M.R. Paats te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

[B.V. I] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [de Gemeente] ,

advocaat mr. L.J.W. Sueters te 's-Hertogenbosch.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Conduent', 'de Gemeente' en ' [B.V. I] '.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de brieven van de Gemeente van 5 en 8 (2x) juli 2019, met producties;

- de brieven van Conduent van 3 en 8 juli 2019, met producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging;

- de brief van [B.V. I] van 8 juli 2019, met producties;

- de op 10 juli 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst, dan wel voeging

2.1.

[B.V. I] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Conduent en de Gemeente, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Gemeente. Ter zitting hebben Conduent en de Gemeente geen bezwaar gemaakt tegen toewijzing van de incidentele vordering. [B.V. I] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

In september 2016 is tussen de Staat der Nederlanden, in het bijzonder Rijkswaterstaat ('RWS'), en [B.V. I] een overeenkomst tot stand gekomen ter zake van de eerste berging van vrachtauto's op IM-wegen. Artikel 12 van deze overeenkomst luidt:

" Artikel 12. Schorsing, beëindiging

1. Opdrachtgever is gerechtigd deze overeenkomst te schorsen, zonder dat daaruit schadeplichtigheid van Opdrachtgever voortvloeit, voor een duur van ten hoogste drie maanden indien de Klanttevredenheidsmeting een negatief beeld oplevert over de wijze waarop Opdrachtnemer opdrachten uitvoert, indien er regelmatig klachten over Opdrachtnemer door de Commissie van Toezicht gegrond worden verklaard of indien Opdrachtnemer de organisatie van Incident Management regelmatig ondermijnt of in gevaar brengt.

2. Opdrachtgever is gerechtigd deze overeenkomst te schorsen en/of één of meerdere vestigingslocaties van Opdrachtnemer te schorsen, zonder dat ter zake enige sommatie of ingebrekestelling is vereist of schadeplichtigheid van Opdrachtgever ontstaat indien de opdrachtnemer zich regelmatig niet houdt aan haar contractuele verplichtingen ten aanzien van de eisen en bepalingen in deze overeenkomst.

3. Opdrachtgever is gerechtigd, zonder dat ter zake enige sommatie of ingebrekestelling is vereist of schadeplichtigheid van Opdrachtgever ontstaat, deze overeenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen, indien:

(...)

f. nadat de overeenkomst geschorst is geweest, de omstandigheden hiervoor genoemd in lid 1 van dit artikel zich wederom voordoen."

3.2.

Bij brief van 14 juni 2018 heeft RWS aan [B.V. I] bericht dat de looptijd van voormelde overeenkomst met een periode van één jaar wordt verlengd, zodat deze eindigt op 31 mei 2019. Daaraan voegt RWS toe de optie dat de overeenkomst kan worden verlengd tot en met 31 december 2019 en dat in het eerste kwartaal van 2019 aan [B.V. I] kenbaar zal worden gemaakt of van deze optie gebruik zal worden gemaakt.

3.3.

Op 21 februari 2019 heeft de Gemeente een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot het wegslepen en bewaren van voertuigen en het plaatsen van wielklemmen. Op de procedure is de Aanbestedingswet 2012 ('Aw') van toepassing.

3.4.

Voor zover hier van belang vermeldt de Aanbestedingsleidraad:

" 3.4 Voorwaarden Inschrijver en Inschrijving

(...)

13. Het indienen van een irreële of manipulatieve Inschrijving leidt tot uitsluiting. Uitsluiting betreft het irreëel of manipulatief Inschrijven op onderdelen van het prijsinvulformulier. Hieruit vloeit het volgende voort:

• Inschrijvers mogen (per item/eenheid) geen prijzen indienen die de gunningssystematiek manipuleren.

Inschrijvers dienen per item/eenheid een op zichzelf beschouwd realistische prijs aan te bieden. Ten aanzien van de volgende prijzen bestaat het vermoeden dat deze onrealistisch zijn:

o negatieve prijzen;

o prijzen van 0 euro;

o prijzen onder de kostprijs;

o abnormaal lage prijzen, en;

o in de branche ongebruikelijke prijzen.

Inschrijver dient bij gebruik van prijzen die hierboven als onrealistisch zijn aangemerkt in de Inschrijving uitvoerig te motiveren waarom er geen sprake is van onrealistische prijzen c.q. het manipuleren van de gunningssystematiek. Dit dient Inschrijver te staven met bewijs. Indien deze motivatie naar oordeel van Opdrachtgever onvoldoende is dan zal zij een verificatievraag hierover aan Inschrijver stellen. Indien Opdrachtgever van mening blijft dat de prijzen onrealistisch zijn dan wordt de Inschrijving als ongeldig aangemerkt.

(...)

4.1.4

Uitsluitingsgronden

Opdrachtgever sluit van deelneming aan de aanbestedingsprocedure of de opdracht iedere ondernemer uit waarop een of meer van de (facultatieve) uitsluitingsgronden, zoals opgenomen in de UEA (voorzieningenrechter: Uniform Europees Aanbestedingsdocument) en geldend voor deze aanbesteding van toepassing zijn.

Inschrijver dient aan te geven of een of meer van deze uitsluitingsgronden op hem van toepassing zijn middels invulling en overlegging van de UEA, onderdeel III.

Dit betreffen

(...)

• de facultatieve uitsluitingsgronden zoals door Opdrachtgever van toepassing verklaart en aangevinkt in het UEA, onder deel III, sub b en c. De Opdrachtgever kan aan de winnende Inschrijver(s) hiertoe de bewijsstukken opvragen zoals genoemd in artikel 2.89 van de Aanbestedingswet:

(...)

Hoofdstuk 6 Beoordelingssystematiek

6.1

Methodiek

(...)

Stap 3: Vaststellen geschiktheid Inschrijver

Aan de hand van de gevraagde bijlagen wordt beoordeeld of de gestelde uitsluitingsgronden niet van toepassing zijn en of de Inschrijver voldoet aan alle geschiktheidseisen. Een Inschrijver die niet aan alle gestelde criteria voldoet, wordt uitgesloten. Ook wanneer de in de bijlagen genoemde bij te voegen documenten niet kunnen worden overlegd, kan de Inschrijving terzijde worden gelegd.

(...)

6.3

Uitsluiting

Inschrijvers, die niet voldoen aan alle gestelde eisen, worden uitgesloten voor de verdere beoordeling van de Inschrijving op de gunningscriteria"

3.5.

In de bij de Aanbestedingsleidraad gevoegde UEA zijn in deel III sub c - onder meer - de facultatieve uitsluitingsgronden "Prestaties uit het verleden" en "Valse verklaring" aangevinkt.

3.6.

Op de aanbesteding hebben twee partijen ingeschreven: [B.V. I] en Conduent, sinds 1993 de enige partij die de betreffende werkzaamheden uitvoert ten behoeve van de Gemeente. In het door haar ingevulde UEA heeft [B.V. I] aangegeven dat de hiervoor vermelde twee uitsluitingsgronden niet van toepassing zijn op haar.

3.7.

Bij brief van 29 april 2019 heeft de Gemeente het volgende bericht aan Conduent:

"Op 15 april 2019 hebben wij uw inschrijving ontvangen in het kader van de aanbesteding 'Wegslepen en Bewaren van voertuigen en Plaatsen van wielklemmen' ten behoeve van de gemeente Den Haag. Allereerst dank voor uw inschrijving.

In totaal zijn 2 inschrijvingen voor bovengenoemde aanbesteding ingediend. Afgelopen periode zijn alle inschrijvingen zorgvuldig bestudeerd en beoordeeld door het beoordelingsteam. Deze beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van de beoordelingsmethodiek, zoals opgenomen in de aanbestedingsdocumenten.

Uw inschrijving is helaas niet geselecteerd als de economisch meest voordelige inschrijving, op basis van beste prijs kwaliteit verhouding. Uw onderneming komt daarom niet in aanmerking voor gunning.

De inschrijving van [B.V. I] is als de economisch meest voordelige inschrijving aangemerkt. De gemeente Den Haag is voornemens om de opdracht aan deze partij te verlenen.

In onderstaand overzicht zijn de (fictieve) prijs- en kwaliteitsscores weergegeven."

3.8.

Bij brief van 10 mei 2019 heeft Conduent aan de Gemeente kenbaar gemaakt dat [B.V. I] niet voor gunning in aanmerking komt, onder andere omdat [B.V. I] (i) valt onder de uitsluitingsgrond Prestaties uit het verleden en (ii) heeft ingeschreven met een irreële prijs. Conduent verzoekt [B.V. I] uit te sluiten en de opdracht aan haar te gunnen.

3.9.

In reactie daarop heeft de Gemeente - na de beantwoording door [B.V. I] van een aantal verificatievragen - op 22 mei 2019 aangegeven zich niet te kunnen vinden in de bezwaren van Conduent.

3.10.

Bij e-mailbericht van 22 mei 2019 heeft het Centraal Meldpunt Vrachtautoberging het volgende medegedeeld aan alle "CMV bergers":

"Op verzoek van onze opdrachtgever is CMV berger [B.V. I] per heden, 22-05-2019, inactief gezet voor CMV bergingen"

3.11.

Op 5 juli 2019 heeft de advocaat van RWS - in aansluiting op een gesprek met de advocaat van de Gemeente met betrekking tot de onder 3.1 vermelde overeenkomst - het volgende bericht aan de advocaat van de Gemeente:

"Ik kan u namens Rijkswaterstaat slechts melden dat het contract tussen Rijkswaterstaat en de firma [B.V. I] per 22 mei 2019 voor de resterende duur tot 31 mei 2019 is geschorst.

Dat is op dit moment de feitelijke stand van zaken. Er is (nog) geen sprake van een geschil hierover.

Ten aanzien van de in voorbereiding zijnde aanbesteding voor zware bergingen kan ik u op dit moment nog niets melden wat relevant is voor het bij u in behandeling zijnde kort geding."

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing