Rechtbank Den Haag, 25-07-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:7599, C-09-575122-KG ZA 19-531
Rechtbank Den Haag, 25-07-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:7599, C-09-575122-KG ZA 19-531
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 25 juli 2019
- Datum publicatie
- 25 juli 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:7599
- Zaaknummer
- C-09-575122-KG ZA 19-531
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Facultatieve uitsluitingsgrond. Geen kennelijke omissie die zich leent voor herstel.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/575122 / KG ZA 19-531
Vonnis in kort geding van 25 juli 2019
in de zaak van
1 TAXI HORN TOURS B.V.,
gevestigd te Horn,
2. DV BUS & COACH BVBA,
gevestigd te Lier, België,
eiseressen,
advocaat mr. L.C. van den Berg te Den Haag,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
(ministerie van Defensie),
zetelend te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. D. Wolters Rückert,
waarin is tussengekomen:
VOLVO GROUP THE NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Beesd,
advocaat mr. M.W. Speksnijder te Amsterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Taxi Horn', 'DV Bus' (gezamenlijk ook wel als 'de Combinatie'), 'de Staat' en 'Volvo'.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de akte overlegging producties van de Combinatie;
- de brieven van de Combinatie van 8 en 10 juli 2019, met producties;
- de brief van de Staat van 9 juli 2019, met producties;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst, dan wel voeging, met productie;
- de op 11 juli 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door de Combinatie en de Staat pleitnotities zijn overgelegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 Het incident tot tussenkomst, dan wel voeging
Volvo heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen de Combinatie en de Staat, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben de Combinatie en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vordering. Volvo is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.