Rechtbank Den Haag, 12-03-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8369, C/09/561829 / KG ZA 18-1097
Rechtbank Den Haag, 12-03-2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8369, C/09/561829 / KG ZA 18-1097
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 maart 2019
- Datum publicatie
- 29 augustus 2019
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:8369
- Zaaknummer
- C/09/561829 / KG ZA 18-1097
Inhoudsindicatie
Aanbesteding container lifting trucks en spreaders; inschrijving eiseres terecht ongeldig verklaard wegens niet-voldoen aan referentie-eisen; inschrijving tussenkomende partij is terecht als gedlig aangemerkt.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/561829 / KG ZA 18-1097
Vonnis in kort geding van 12 maart 2019
in de zaak van
POLYMAX INDUSTRIETECHNIEK B.V. te Woerden,
eiseres,
advocaat mr. J.W. Fanoy te Den Haag,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Defensie, Defensie Materieel Organisatie) te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. D. Wolters Rückert te Den Haag,
waarin zijn tussengekomen:
1 LIFTKING MANUFACTURING CORP.te Woodbridge, Ontario, Canada,
2. VAN SANTEN INTERN TRANSPORT B.V. te Haarlem,
advocaat mr. L.C. van den Berg te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Polymax’, ‘de Staat’ en ‘Liftking en Van Santen’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 oktober 2018;
- de akte houdende overlegging producties van Polymax;
- de incidentele conclusie van Liftking en Van Santen tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de akte vermeerdering van gronden, tevens vermeerdering van eis van Polymax;
- de akte vermeerdering van eis van Polymax;
- de faxbrief van mr. Van den Berg van 15 februari 2019, met producties;
- de brief van mr. Wolters Rückert van 15 februari 2019, met productie;
- de op 18 februari 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 Het incident tot tussenkomst/voeging
Liftking en Van Santen hebben primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Polymax en de Staat dan wel subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben Polymax en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Liftking en Van Santen zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.