Home

Rechtbank Den Haag, 30-09-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10053, C-09-593466-KG ZA 20-466

Rechtbank Den Haag, 30-09-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10053, C-09-593466-KG ZA 20-466

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30 september 2020
Datum publicatie
29 oktober 2020
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:10053
Zaaknummer
C-09-593466-KG ZA 20-466

Inhoudsindicatie

Rijkswaterstaat heeft erkend dat de toelichting op de score van eiser op twee punten onjuist is. Het schrappen van dat deel van de toelichting zou echter niet tot een hogere score hebben geleid. Ook kan op grond van de vaststaande onzorgvuldigheden niet worden aangenomen dat er meer fouten zijn gemaakt.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/593466 / KG ZA 20/466

Vonnis in kort geding van 30 september 2020

Zootz B.V. te Den Haag,

eiseres,

advocaat mr. M.M. Fimerius te Rijswijk (Zuid-Holland),

tegen:

de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, Rijkswaterstaat Corporate Dienst) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mr. A.C.M. Remmé en mr. F.J. Lewis te Utrecht,

waarin zijn tussengekomen:

1 [B.V. I] te [plaats 1] ,

2. [B.V. II] te [plaats 2] ,

advocaat mr. Tj.P. Grünbauer te Ede,

en

1 [B.V. III] te [plaats 3] ,

2. [B.V. IV] te [plaats 4] ,

3. [B.V. V] te [plaats 5] ,

advocaat mr. M.C.J. Meeuwsen-Dek te Middelburg.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Zootz’, ‘de Staat’, ‘ [B.V. I] ’ en ‘ [B.V. III] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging van de zijde van [B.V. I] ;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging van de zijde van [B.V. III] ;

- de conclusies van antwoord in beide incidenten van de zijde van Zootz;

- de conclusies van antwoord in beide incidenten van de zijde van de Staat;

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van de Staat;

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van [B.V. I] ;

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van [B.V. III] ;

- de bij de mondelinge behandeling door Zootz, de Staat en [B.V. III] overgelegde pleitnotities.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 september 2020. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De incidenten tot tussenkomst

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing