Home

Rechtbank Den Haag, 22-07-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10349, C/09/591319 / KG ZA 20-320

Rechtbank Den Haag, 22-07-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10349, C/09/591319 / KG ZA 20-320

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 juli 2020
Datum publicatie
22 oktober 2020
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:10349
Zaaknummer
C/09/591319 / KG ZA 20-320

Inhoudsindicatie

kort geding; aanbesteding; inschrijver heeft voldaan aan de in het beschrijvend document omschreven referentie-eis; daaruit valt af te leiden dat het was toegestaan meerdere referenties per kerncompetentie te overleggen; eiseres had dit als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijven moeten en kunnen begrijpen; of de aanbestedende dienst gehouden is geldigheid van de referenties te controleren kan in het midden blijven, nu dit reeds is gedaan.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/591319 / KG ZA 20-320

Vonnis in kort geding van 22 juli 2020

in de zaak van

Wilsons Auctions Limited te Newtownabbey (Verenigd Koninkrijk),

eiseres,

advocaat mr. M.M. Fimerius te Rijswijk,

tegen:

de Staat der Nederlanden

(Ministerie van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. A. Hijmans van den Bergh en R. Kiers te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

Onlineveilingmeester.nl B.V. te Zuidhorn,

advocaat mr. P. Bluemink te Groningen.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Wilsons’, ‘de Belastingdienst’ en ‘OVM’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de akte houdende een wijziging van eis, met een aanvullende productie;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging;

- de op 8 juli 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Wilsons en de Belastingdienst pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst

2.1.

OVM heeft (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Wilsons en de Belastingdienst dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Belastingdienst. Ter zitting hebben Wilsons en de Belastingdienst verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. OVM is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

De Belastingdienst heeft op 4 september 2019 een Europese openbare aanbesteding aangekondigd voor het sluiten van een raamovereenkomst met één opdrachtnemer voor de online veilingen van roerende zaken in opdracht van Domeinen Roerende Zaken (DRZ). De aanbesteding betreft het online veilen van overtollige rijksgoederen en van in beslag genomen goederen. Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 (Aw) van toepassing. In de aanbestedingsdocumentatie is vermeld dat gunning zal plaatsvinden op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.

3.2.

De aanbestedingsprocedure is nader omschreven in het Beschrijvend Document van 4 september 2019. (hierna: het Beschrijvend Document).

In paragraaf 3.2 van het Beschrijvend Document is omschreven aan welke geschiktheidseisen de inschrijvers moeten voldoen. Daarin is onder meer het navolgende bepaald:

“Om in aanmerking te komen voor gunning van de Raamovereenkomst voldoet u aan de gestelde Geschiktheidseisen. Dit verklaart u in eerste instantie door het invullen en indienen van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (EAB, deel IV), tenzij verderop in dit hoofdstuk anders is aangegeven. Bij de Inschrijver met de beste prijs – kwaliteitverhouding wordt gevraagd genoemde bewijsstukken te overleggen.

(...)

Kerncompetenties

Inschrijver beschikt over de verschillende benodigde kerncompetenties voor het uitvoeren van de opdracht. Inschrijver overlegt minimaal één klantreferentie per kerncompetentie van een verrichte opdracht gedurende de afgelopen 3 jaar teruggerekend vanaf de sluitingsdatum van het Verzoek tot deelneming. De volgende kerncompetenties zijn van toepassing.

Kerncompetentie 1: Het online veilen van roerende zaken

Inschrijver heeft aantoonbare ervaring met het online veilen van roerende zaken waarbij de totale netto veiling omzet tenminste € 2.000.000,- inclusief BTW per jaar bedroeg, gemeten over één jaar;

Kerncompetentie 2: Beveiligde opslag

Inschrijver heeft aantoonbare ervaring met het beveiligd (dat wil zeggen dat de opslaglocatie tenminste beschikt over alarmopvolging, inbraak detectiesysteem en een toegangscontrolesysteem) in voorraad houden van roerende zaken, waarbij de gemiddelde financiële waarde van de opgeslagen goederen tenminste € 500.000,- bedroeg.

Gevraagd wordt om één referentie per kerncompetentie. Indien Inschrijver kan aantonen binnen één bepaalde referentieopdracht ervaring te hebben opgedaan met meerdere van de gevraagde kerncompetenties, hoeft Inschrijver minder referenties te overleggen. Inschrijver dient in de referentieopdracht aan te geven aan welke kerncompetentie(s) wordt voldaan.

(...)

Bewijsstukken

Bij Inschrijving te overleggen bewijsstukken

Per referentieopdracht een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekende referentieverklaring

conform het format Bijlage 8 Model referentie.

3.3.

In paragraaf 6.5 van het Beschrijvend Document is bepaald dat voor de beoordeling van de inschrijvingen een onafhankelijke multidisciplinaire beoordelingscommissie is samengesteld, bestaande uit medewerkers van de Belastingdienst.

3.4.

Door de inschrijvers zijn diverse vragen gesteld, die in de Nota van Inlichting van zijn beantwoord.

3.5.

Op de aanbesteding hebben drie partijen ingeschreven, te weten Wilsons, OVM en BVA Auctions B.V. (hierna: BVA).

3.6.

Bij brief van 6 november 2019 heeft de Belastingdienst aan de inschrijvers bekend gemaakt dat hij voornemens is de opdracht aan BVA te gunnen. OVM heeft hiertegen bezwaar ingediend, naar aanleiding waarvan de Belastingdienst de voorlopige gunningsbeslissing heeft ingetrokken en heeft aangegeven dat een nieuwe beoordelingscommissie de inschrijvingen zou herbeoordelen. Op 20 december 2019 heeft de Belastingdienst de inschrijvers bericht dat hij voornemens is de opdracht aan OVM te gunnen. Ook dit gunningsvoornemen is ingetrokken, na hiertegen door BVA geuite bezwaren. Bij brief van 25 maart 2020 heeft de Belastingdienst aan de inschrijvers kenbaar gemaakt dat hij voornemens is de opdracht aan OVM te gunnen.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing