Home

Rechtbank Den Haag, 24-07-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14044, C-09-588199-KG ZA 20-127

Rechtbank Den Haag, 24-07-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14044, C-09-588199-KG ZA 20-127

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 juli 2020
Datum publicatie
11 februari 2021
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:14044
Zaaknummer
C-09-588199-KG ZA 20-127

Inhoudsindicatie

Vordering tot heraanbesteding wegens gestelde verstoring level playing field niet toewijsbaar; rechtsverwerking, maar ook indien hiervan geen sprake is, geldt dat de gemeente het risico op een verstoring van het level playing field heeft weggenomen.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/588199 / KG ZA 20-127

Vonnis in kort geding van 24 juli 2020

in de zaak van

[eiseres] . te [plaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. A.E. Broesterhuizen te Deventer,

tegen:

GEMEENTE GOUDA te Gouda,

gedaagde,

advocaat mr. S. Tichelaar te Rotterdam,

waarin is tussengekomen:

[B.V. X] te [plaats 2] ,

advocaten mr. J. Haest en mr. R.D. Chee te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’, ‘de Gemeente’ en ‘ [B.V. X] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 februari 2020, met producties;

- de akte overlegging producties van de Gemeente;

- de incidentele conclusie tot primair tussenkomst en subsidiair voeging van [B.V. X] ;

- de e-mail van 26 mei 2020, waarin mr. Broesterhuizen onder meer bericht dat [eiseres] zich niet verzet tegen de incidentele vordering van [B.V. X] ;

- de e-mail van 27 mei 2020, waarin mr. Tichelaar onder meer bericht dat de Gemeente zich niet verzet tegen de incidentele vordering van [B.V. X] ;

- de conclusie van antwoord van de Gemeente;

- de conclusie van antwoord van [B.V. X] ;

- de akte overlegging productie van [eiseres] ;

- de op 9 juli 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eiseres] en [B.V. X] pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst/voeging

2.1.

[B.V. X] heeft primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en de Gemeente dan wel subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van de Gemeente. [eiseres] en de Gemeente hebben voorafgaand aan de zitting verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst/voeging. [B.V. X] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

De Gemeente heeft een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure op de voet van hoofdstuk 7 van het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) georganiseerd voor het sluiten van een raamovereenkomst voor het vervangen van beschoeiingen en het plegen van groot onderhoud aan oeverbescherming (hierna: ‘de Opdracht’).

3.2.

Het gunningscriterium is blijkens de toepasselijke Aanbestedingsleidraad de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI). De EMVI zal worden vastgesteld op basis van de laagste prijs. In paragraaf 4.5 van de Aanbestedingsleidraad heeft de Gemeente toegelicht dat hiervoor is gekozen vanwege de uniformiteit van de gevraagde dienst en producten, waarbij in overweging is genomen dat de in de RAW-Raamovereenkomst gehanteerde eisen de kwaliteit voldoende borgen.

3.3.

In de RAW-Raamovereenkomst worden de volgende eisen aan samengestelde beschoeiing gesteld:

“01 Alle uit kunststof en houten delen samengestelde beschoeiing moet gelijkwaardig zijn aan beschoeiing type Gouda van [B.V III] . De directie toetst de gelijkwaardigheid van de door de aannemer aangeboden beschoeiing conform lid 2 van dit artikel.

02 De samengestelde beschoeiing moet voldoen aan de functionele hoofd- en subeisen die zijn opgenomen in LIOR-standaarddetail 7WA-03-01 “Eisen en principe samengestelde beschoeiing” dat als bijlage bij dit bestek is opgenomen.”

3.4.

De Gemeente heeft vijf partijen, waaronder [eiseres] , [B.V. X] en [B.V. I] (hierna: ‘ [B.V. I] ’) uitgenodigd op de Opdracht in te schrijven. Enig aandeelhouder en bestuurder van [B.V. I] is [B.V. II] (hierna: ‘ [B.V. II] ’). [B.V. II] is tevens enig aandeelhouder en bestuurder van de in de RAW-Raamovereenkomst genoemde [B.V III] (hierna: ‘ [B.V III] ’).

3.5.

De Gemeente heeft de tijdig, dat wil zeggen uiterlijk op 14 januari 2020 12.00 uur, ingediende inschrijvingen op 14 januari 2020 geopend. Blijkens het proces-verbaal van opening zijn de volgende vijf inschrijvingen ontvangen:

3.6.

De Gemeente heeft [eiseres] bij brief van 4 februari 2020 onder meer als volgt bericht:

“Gemeente Gouda heeft uw bezwaar d.d. 28 januari 2020 ontvangen en deelt uw mening dat het gelijkheidsbeginsel onvoldoende is geborgd door het uitnodigen van [B.V. I] in deze aanbesteding en het voorschrijven van [B.V III] o.g. Hiermee is geen recht gedaan aan het gelijkheidsbeginsel. Dit heeft gemeente Gouda gecorrigeerd door [B.V. I] – de laagste inschrijver – de opdracht niet te gunnen. Door het uit deze procedure halen van [B.V. I] is het speelveld voor alle inschrijvers gelijk.

U geeft verder aan dat het zeer aannemelijk is dat [B.V. I] via [B.V III] een inschatting heeft gemaakt per aannemer en bewust verschillende prijzen heeft geoffreerd voor verschillende aannemers. Los van het feit dat wij geen aanwijzingen hebben dat [B.V. I] en [B.V III] op deze wijze hebben geacteerd, geldt dat een leverancier – zoals [B.V III] – altijd de mogelijkheid heeft om verschillende prijzen te offreren aan verschillende aannemers. Dat zou ook het geval zijn geweest als [B.V. I] niet zou zijn uitgenodigd. Wij hebben het level playing field hersteld door [B.V. I] uit de procedure te halen.

Uw derde punt, [B.V. I] had als enige inschrijver kennis van de meeschrijvende bedrijven, is weggenomen door het opnieuw borgen van een gelijk speelveld.

De gemeente Gouda is voornemens om de Opdracht voor de uitvoering van bovengenoemd project aan [X] Aannemings- en Loonbedrijf B.V. te gunnen. Deze inschrijver heeft conform de gestelde eisen, zoals gesteld in de aanbestedingsleidraad met bijbehorende Nota’s van inlichtingen, ingeschreven en zijn Inschrijving voldoet aan het gunningscriterium “de laagste prijs”.”

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing