Rechtbank Den Haag, 13-02-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14237, C/09/579439 / HA RK 19-528
Rechtbank Den Haag, 13-02-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14237, C/09/579439 / HA RK 19-528
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 13 februari 2020
- Datum publicatie
- 22 februari 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:14237
- Zaaknummer
- C/09/579439 / HA RK 19-528
Inhoudsindicatie
verkoop inbeslaggenomen aandelen. Verzoeker niet gebonden aan aandeelhoudersovereenkomst.
Uitspraak
beschikking
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/579439 / HA RK 19-528
Beschikking van 13 februari 2020
in de zaak van
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF,
gevestigd te Den Haag,
verzoeker,
hierna te noemen: de Ontvanger,
advocaat mr. E.E. Schipper te Amsterdam,
en de belanghebbenden
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Beheer B.V.] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
hierna te noemen: [Beheer B.V.] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
D.E.G. HOLDING B.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
hierna te noemen: DEG Holding,
advocaten mr. M. de Wijs en mr. drs T.J. de Vries,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B.V. I] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
hierna te noemen: [B.V. I] ,
advocaten mr. M. de Wijs en mr. drs. T.J. de Vries,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FETAX B.V.,
gevestigd te Pijnacker,
hierna te noemen: Fetax,
advocaten mr. M. de Wijs en mr. drs. T.J. de Vries,
belastingdeurwaarder bij de Belastingdienst Midden- en Kleinbedrijf,
kantoorhoudende te [plaats] ,
hierna te noemen: de deurwaarder.
De belanghebbenden sub 2, 3 en 4 gezamenlijk worden hierna aangeduid als verweersters.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het op 30 augustus 2019 ingekomen verzoekschrift,
- -
-
het op 20 november 2019 ingekomen verweerschrift van verweersters.
De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op
28 november 2019. Verschenen zijn:
- -
-
de heer mr. [Ontvanger van de Belastingdienst 1] en mevrouw [Ontvanger van de Belastingdienst 2] , beiden Ontvanger van de Belastingdienst, namens de Ontvanger, vergezeld van mr. Schipper,
- -
-
[de enig bestuurder/aandeelhouder] , enig bestuurder/aandeelhouder van [Beheer B.V.] ,
de heren [de heer 1] en [de heer 2] namens verweersters, vergezeld van mrs. De Wijs en De Vries.
2 De feiten
De Ontvanger heeft in de periode 13 mei 2016 tot en met 17 mei 2019 tegen [Beheer B.V.] 76 dwangbevelen uitgevaardigd voor invorderbare bedragen van in totaal
€ 215.447,50.
Op 1 augustus 2019 heeft de deurwaarder op verzoek van de Ontvanger en uit kracht van deze dwangbevelen de op naam van [Beheer B.V.] staande aandelen in DEG Holding in executoriaal beslag genomen. Het proces-verbaal van inbeslagneming is op diezelfde datum aan [Beheer B.V.] betekend.
Naast [Beheer B.V.] heeft DEG Holding nog drie aandeelhouders, te weten: [B.V. I] , Fetax en DEG Holding zelf. De aandeelhouders hebben op 2 januari 2012 een aandeelhoudersovereenkomst getekend.
3 Het verzoek en het verweer
De Ontvanger verzoekt de rechtbank te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen van [Beheer B.V.] in DEG Holding kan worden overgegaan en verzoekt de rechtbank daartoe de deurwaarder, dan wel een door haar aan te wijzen vervangende belastingdeurwaarder, aan te wijzen als de deurwaarder die met de executie is belast en voorts te bepalen dat
( i) de aandelen door de deurwaarder eerst, met inachtneming van de statuten van DEG Holding dienen te worden aangeboden aan de overige aandeelhouders,
(ii) de aandelen openbaar of onderhands kunnen worden verkocht door de deurwaarder als de aandelen niet binnen vier maanden na de bedoelde aanbieding geleverd zullen zijn,
(iii) de verkoop en overdracht van de aandelen in beginsel dient plaats te vinden binnen
12 maanden na de datum van de te geven beschikking (met de mogelijkheid van verlenging van deze termijn door de rechtbank op verzoek van de Ontvanger) en
(iv) DEG Holding haar medewerking aan de verkoop van de aandelen dient te verlenen en de deurwaarder op eerste verzoek binnen 14 dagen aan haar ter beschikking stelt alle naar het oordeel van de deurwaarder voor de waardering en verkoop van de aandelen relevante (financiële) gegevens.
Door [Beheer B.V.] en de deurwaarder zijn geen bezwaren ingebracht.
Verweersters verzetten zich niet tegen de verkoop van de aandelen. Zij verzoeken de rechtbank aan die verkoop wel een aantal voorwaarden te verbinden. Primair verzoeken zij de rechtbank te bepalen dat de Ontvanger de aandelen aan verweersters dient aan te bieden tegen een prijs gelijk aan de nominale waarde van de aandelen. Zij voeren daartoe – kort gezegd – het volgende aan.
[Beheer B.V.] was vanaf de oprichting op 2 januari 2013 (mede)bestuurder van DEG Holding. Bij gelegenheid van de op 2 oktober 2019 gehouden aandeelhoudersvergadering van DEG Holding is de managementovereenkomst tussen DEG Holding, [Beheer B.V.] en [de enig bestuurder/aandeelhouder] (enig bestuurder/aandeelhouder van [Beheer B.V.] ), op grond waarvan [Beheer B.V.] voor DEG Holding werkzaam was, opgezegd en is [Beheer B.V.] als bestuurder van DEG Holding ontslagen. [Beheer B.V.] is daarbij gekwalificeerd als ‘Bad Leaver’ als bedoeld in de tussen de aandeelhouders van DEG Holding geldende aandeelhoudersovereenkomst van 2 januari 2012. Op grond van die overeenkomst is [Beheer B.V.] als Bad Leaver verplicht haar aandelen in DEG Holding tegen de nominale waarde aan de overige aandeelhouders aan te bieden. Verweersters stellen zich op het standpunt dat de aandeelhoudersovereenkomst omtrent het aanbieden van aandelen, voorwaarden en prijsbepaling een nadere uitwerking van de statutaire bepalingen behelst en daarom naast de wettelijke en statutaire bepalingen in acht moeten worden genomen. Subsidiair verzoeken verweersters de rechtbank te bepalen dat de Ontvanger bij de verkoop de bepalingen van de aandeelhoudersovereenkomst van 2 januari 2012 inzake aanbieding, overdracht en prijsbepaling van aandelen op gelijke wijze als de wettelijke en statutaire bepalingen in acht dienen te nemen. Voorts verzoeken zij de rechtbank te bepalen dat de aanbieding van de aandelen dient plaats te vinden binnen drie maanden na de datum van de te geven beschikking en een verzoek tot verlenging van die termijn af te wijzen, een en ander met veroordeling van de Ontvanger in de proceskosten.
De Ontvanger betwist dat de bepalingen in de aandeelhoudersovereenkomst van toepassing zijn.