Rechtbank Den Haag, 24-12-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14346, C/09/601485 / KG ZA 20-1005
Rechtbank Den Haag, 24-12-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:14346, C/09/601485 / KG ZA 20-1005
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 december 2020
- Datum publicatie
- 4 maart 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:14346
- Zaaknummer
- C/09/601485 / KG ZA 20-1005
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Afwijzing vordering om gedaagde te verbieden een raamovereenkomst aan te gaan met een andere partij dan eiseres.
De motiveringsklachten gaan niet op en eiseres wordt ook niet gevolgd in haar standpunt dat de (uitvoering van de) aanbestedingsprocedure niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/601485 / KG ZA 20-1005
Vonnis in kort geding van 24 december 2020
in de zaak van
1 DHM INFRA B.V.te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen,
2. JELMER B.V. te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen,
3. GRONDWERK PROJECTMANAGERS B.V. te Amsterdam,
eisers,
advocaat mr. J. de Groot te Amstelveen,
tegen:
GEMEENTE DEN HAAG te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. J.W. Romeijn te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘DHM’ en ‘de Gemeente’. Naar beide partijen zal worden verwezen in het vrouwelijk enkelvoud.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de door de Gemeente overgelegde conclusie van antwoord met producties;
- de op 10 december 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De Gemeente heeft een Europese openbare aanbesteding georganiseerd met betrekking tot een raamovereenkomst Ingenieursdiensten detachering tijdelijk personeel. Deze zaak betreft perceel 4: integraal projectmanagement. Op dat perceel worden volgens de Inschrijvingsleidraad van 15 juli 2020 (hierna: de inschrijvingsleidraad) raamovereenkomsten gesloten met vijf raamcontractanten.
In de inschrijvingsleidraad is, voor zover thans relevant, vermeld dat:
- inschrijvers voor het onderdeel kwaliteit een Plan van Aanpak (hierna: PvA) moeten opstellen, waarbij zes subgunningscriteria gelden, te weten:
a. a) Organisatie en werkwijze
b) Continuïteit dienstverlening
c) Match uitvraag en kandidaat
d) Risico’s en beheersmaatregelen
e) Duurzaamheid
f) Mondelinge toelichting.
- de mate waarin de doelstelling per subgunningscriterium wordt behaald maatgevend is voor de toekenning van punten.
- als algemene stelregel bij de beoordeling van het PvA wordt gehanteerd dat de cijferbeoordeling naast het behalen van de doelstelling tevens afhangt van de mate waarin de doelstellingen worden gerealiseerd en concreet worden gemaakt. Bij de beoordeling van de concrete meerwaarde gaat de aanbesteder uit van het “SMART” principe (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden).
- de doelstelling van subgunningscriterium f is:
“Inschrijvers lichten de essentiële punten toe op het PvA waaruit de kwaliteit, continuïteit en samenhang blijkt; hierbij is minimaal de contactpersoon/accountmanager aanwezig (max. 2 personen)”
- de nadere toelichting ten aanzien van subgunningscriterium f luidt:
“Opdrachtgever verwacht een mondelinge toelichting waarin zij de essentiële punten uit het Plan van Aanpak toelichten die bijdragen aan een succesvolle uitvoering van de Raamovereenkomst.
Deze toelichting wordt verzorgd door maximaal 2 sleutelfunctionarissen waarvan één persoon de contactpersoon/accountmanager is gedurende de contractperiode.
Bij dit gesprek zullen van de gemeente de betreffende perceelhouder, contractmanager, HR-functionaris en Inkoop aanwezig zijn. Globale invulling mondelinge toelichting: 5 min. introductie / 10 min. toelichten PvA / 5 min. aanvullende vragen / 10 min. casus.”
- de beoordelingen van de inschrijvingen zullen worden gedaan door een team met vertegenwoordigers uit de voor de opdracht relevante vakgebieden.
- de leden van het beoordelingsteam onafhankelijk van elkaar het PvA beoordelen en de individuele beoordelingen input zijn voor de beoordelingsbijeenkomst waarbij alle leden van het beoordelingsteam aanwezig zijn. In die bijeenkomst zal in gezamenlijk overleg per inschrijver per subgunningscriterium één cijfer gegeven worden (een 0, 1, 2, 3 of 4).
DHM heeft tijdig een inschrijving ingediend voor perceel 4. Zij is daarna in de gelegenheid gesteld een mondelinge toelichting te geven op het PvA.
Bij brief van 7 oktober 2020 is door de Gemeente aan DHM meegedeeld dat de inschrijving van DHM niet is geselecteerd als de economisch meest voordelige inschrijving en daarom niet voor gunning in aanmerking komt. In de bijlage zijn de behaalde scores per kwaliteitsonderdeel, ranking en motivering ten opzichte van de winnende inschrijvingen weergegeven. Daaruit volgt dat DHM voor de mondelinge toelichting 1 punt heeft gekregen en alle winnende inschrijvingen 3 of 4 punten. Op vier onderdelen heeft DM 3 punten gekregen en op één onderdeel 4 punten. Ter toelichting is onder het schema met punten vermeld: “Op het onderdeel f) scoort u naar het oordeel van de beoordelingscommissie matig, is de wijze van invulling niet overtuigend en laat opening voor interpretatie. De verstrekte informatie op de onderdelen a), b), c) en d) is als goed beoordeeld en op het onderdeel e) scoort u uitstekend.”
Bij brief van 19 oktober 2020 heeft de Gemeente op verzoek van DHM een nadere schriftelijke toelichting gegeven. Daarin staat vermeld dat DHM op drie onderdelen in lijn scoort met de best scorende inschrijvingen en op één onderdeel scoort in lijn met, of beter dan, de best scorende inschrijvingen.
De behaalde score van 3 op onderdeel a wordt als volgt gemotiveerd:
“De gegeven informatie wordt als compleet, relevant en samenhangend beoordeeld en voldoet ruimschoots aan de verwachtingen en biedt goede meerwaarde. Er zijn geen verrassende aspecten benoemd die nieuwe inzichten opleveren, die concreet en direct toepasbaar zijn om de doelstellingen te bereiken.
Voorbeeld: De samenwerking wordt breed opgetuigd (met ongevraagd een rol voor lbDH) en zegt niet expliciet iets over de samenwerking bij een capaciteitsaanvraag.”
De behaalde score van 1 op onderdeel f wordt als volgt gemotiveerd:
“Het is de beoordelingscommissie uit de mondelinge toelichting niet duidelijk geworden wat voor inschrijver de essentiële punten uit het Plan van Aanpak (PvA) zijn die bijdragen aan een succesvolle uitvoering van de Raamovereenkomst. De mondelinge toelichting gaf geen bevestiging van het PvA die het PvA op papier wel biedt. Het maakte de mondelinge toelichting in onze ogen niet overtuigend, beperkt relevant en laat opening voor interpretatie.
Zo is o.a. de meerwaarde van de combinatie uit de mondelinge toelichting niet duidelijk geworden; heeft zo mogelijk nog eerder de vraag opgeworpen wat inschrijver een organisatie maakt die bij uitstek in staat is personeel voor langere periodes te detacheren, meer dan dat het een adviescombinatie is, gericht op specifieke inhoudelijke thema’s.
In de mondelinge toelichting is een nadruk gelegd op de UAV-gc. Dit is slechts een zeer bescheiden deel van ons werk. We hebben geen onderbouwing gehoord voor de focus op de UAV-gc.
De nadruk van de kennisgebieden van de drie organisaties waren sterk gericht op inhoudelijke vraagstukken als duurzaamheid en energietransitie; in de toelichting is nauwelijks een toelichting gegeven op de meerwaarde van inschrijver op integraal projectmanagement.
De toelichting op de continuïteit en matching is op de beoordelingscommissie overgekomen als sterk aanbod gedreven: er is vooral aangegeven hoe inschrijver zijn eigen processen heeft ingericht, wat van de Gemeente Den Haag verwacht wordt (o.a. betrokkenheid in de ontwikkelplannen van medewerkers, inschrijver), maar nauwelijks enige toelichting op hoe de gemeente Den Haag ontzorgd wordt, hoe de gemeente Den Haag sturing zou kunnen geven indien gewenst of hoe inschrijver de behoefte van de gemeente Den Haag denkt te gaan leren kennen en daarop betrokken blijft.
Het risicodossier is in de toelichting genoemd, maar niet noemenswaardig toegelicht. De focus op duurzaamheid die ook uit het Plan van Aanpak blijkt, is in de mondelinge toelichting herhaald maar niet verder verdiept.
De behandeling van de casus is als summier en makkelijk ervaren. De beoordelingscommissie heeft een goede verdieping op de casus gemist, en daarmee ook het proactief meedenken met de eigen medewerkers om de geschetste situatie op te lossen. De expliciete focus op integriteit en transparantie is basis.
De aangeboden kandidaat is gepresenteerd als de kandidaat die uit het eigen matchingsproces is gekomen. De beoordelingscommissie mist hierin de aansluiting met de werkelijkheid van het lbDH en voelt zich hiermee onvoldoende bediend en ontzorgd. De beantwoording van vragen in het algemeen vond de beoordelingscommissie summier, wat het beeld van een op aanbod gerichte organisatie niet heeft weggenomen, maar eerder heeft versterkt. De beantwoording van de vraag over de ontwikkeling van het IPM-gedachtengoed naar een Haagse context was in de ogen van de commissie onvoldoende en toonde geen verdiept begrip van de werking van IPM in de gemeentelijke context van Den Haag.”
Nadat DHM deze procedure aanhangig heeft gemaakt, heeft er op 18 november 2020 nog een mondelinge toelichting plaatsgevonden, die door de Gemeente ook op schrift is gesteld.