Home

Rechtbank Den Haag, 09-03-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2077, C/09/586874 / KG ZA 20-45

Rechtbank Den Haag, 09-03-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2077, C/09/586874 / KG ZA 20-45

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
9 maart 2020
Datum publicatie
12 maart 2020
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:2077
Zaaknummer
C/09/586874 / KG ZA 20-45

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Terechte ongeldigverklaring inschrijving wegens gebruik onjuiste inschrijfbiljetten en - staten. Geen onduidelijkheid.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/586874 / KG ZA 20-45

Vonnis in kort geding van 9 maart 2020

in de zaak van

MV BOMEN B.V.,

gevestigd te Muiderberg, gemeente Gooise Meren,

eiseres,

advocaat mr. Tj.P. Grünbauer te Ede,

tegen:

1 GEMEENTE WORMERLAND,

zetelend te Wormer,

2. GEMEENTE OOSTZAAN,

zetelend te Oostzaan,

gedaagden,

advocaat mr. L.J.W. Sueters te 's-Hertogenbosch,

waarin is tussengekomen:

DONKER GROEP B.V.,

gevestigd te Sneek,

advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Rijswijk.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'MV Bomen', 'de gemeente Wormerland', 'de gemeente Oostzaan (voor zover gezamenlijk bedoeld als 'de Gemeenten') en 'Donker'.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de brieven van de Gemeenten van 20 februari 2020 (2x), met producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, dan wel voeging;

- de op 24 februari 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door MV Bomen en de Gemeenten pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst, dan wel voeging

2.1.

Donker heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen MV Bomen en de Gemeenten, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Gemeenten. Ter zitting hebben de Gemeenten verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vordering. MV Bomen heeft zich daartegen wel verzet omdat dat aankondiging van de incidentele vordering volgens haar te laat plaatsvond. Op zichzelf is juist dat de mededeling ervan - in strijd met het bepaalde in artikel 7.2 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken handel/familie - binnen 24 uur vóór de mondelinge behandeling werd gedaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de proceseconomie echter gediend bij toelating van de incidentele vordering, aangezien gelijktijdig met het onderhavige kort geding de behandeling plaatsvindt van het kort geding waarin de gunningsbeslissing met betrekking tot perceel 1 onderwerp van geschil is en in die beslissing het - onweersproken gebleven - belang van Donker om te interveniëren is gelegen. Bovendien vond de kennisgeving niet op een dermate laat moment plaats, dat MV Bomen daardoor onredelijk in haar verdediging is bemoeilijkt. Donker is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij - zoals al uit het voorgaande volgt - aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

4 Eisen ten aanzien van de opdracht

5 Beoordeling en gunning

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing