Home

Rechtbank Den Haag, 09-03-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2079, C/09/586984 / KG ZA 20-51

Rechtbank Den Haag, 09-03-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2079, C/09/586984 / KG ZA 20-51

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
9 maart 2020
Datum publicatie
12 maart 2020
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:2079
Zaaknummer
C/09/586984 / KG ZA 20-51

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Terechte ongeldigverklaring inschrijving wegens gebruik onjuiste inschrijfbiljetten en - staten. Geen onduidelijkheid

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/586984 / KG ZA 20-51

Vonnis in kort geding van 9 maart 2020

in de zaak van

MEIJER BOOMVERZORGING B.V.,

gevestigd te Westzaan,

eiseres,

advocaat mr. F.R.H. Kuiper te Hattem,

tegen:

1 GEMEENTE WORMERLAND,

zetelend te Wormer,

2. GEMEENTE OOSTZAAN,

zetelend te Oostzaan,

gedaagden,

advocaat mr. L.J.W. Sueters te 's-Hertogenbosch,

waarin is tussengekomen:

DONKER GROEP B.V.,

gevestigd te Sneek,

advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Rijswijk.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Meijer', 'de gemeente Wormerland', 'de gemeente Oostzaan (voor zover gezamenlijk bedoeld als 'de Gemeenten') en 'Donker'.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de brieven van de Gemeenten van 20 februari 2020 (2x), met producties;

- de akte houdende een wijziging van eis;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, dan wel voeging, met productie;

- de op 24 februari 2020 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Meijer en de Gemeenten pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst, dan wel voeging

2.1.

Donker heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Meijer en de Gemeenten, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Gemeenten. Ter zitting hebben Meijer en de Gemeenten verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vordering. Donker is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

4 Eisen ten aanzien van de opdracht

5 Beoordeling en gunning

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing