Rechtbank Den Haag, 11-03-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2792, C-09-585573-KG ZA 19-1239
Rechtbank Den Haag, 11-03-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2792, C-09-585573-KG ZA 19-1239
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 11 maart 2020
- Datum publicatie
- 30 maart 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:2792
- Zaaknummer
- C-09-585573-KG ZA 19-1239
Inhoudsindicatie
Aanbesteding. Het is op dit moment niet evident dat de winnaar van de aanbesteding niet aan uitvoeringseisen zal kunnen voldoen. De aanbestedende dienst moet dus uitgaan van de juistheid van de verklaring van de winnaar dat zij aan alle eisen voldoet.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/585573 / KG ZA 19/1239
Vonnis in kort geding van 11 maart 2020
in de zaak van
1 Protinus IT B.V. te Houten,
2. Insight Enterprises Netherlands B.V. te Apeldoorn,
eiseressen,
advocaat mrs. L.C. van den Berg en R.D. Chee te Den Haag,
tegen:
Centraal Bureau voor de Statistiek te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. J.H.C.A. Muller te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
Computacenter B.V. te Utrecht,
advocaat mr. P.B.J. van den Oord te Alphen aan den Rijn.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Protinus’ (eiseressen gezamenlijk in enkelvoud), ‘het CBS’ en ‘Computacenter’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de door het CBS overgelegde producties;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging;
- de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 februari 2020. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 Het incident tot tussenkomst
Computacenter heeft (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Protinus en Computacenter. Ter zitting hebben Protinus en het CBS verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Computacenter is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.