Home

Rechtbank Den Haag, 25-03-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2856, C-09-506922-HA ZA 16-288

Rechtbank Den Haag, 25-03-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2856, C-09-506922-HA ZA 16-288

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25 maart 2020
Datum publicatie
2 april 2020
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:2856
Zaaknummer
C-09-506922-HA ZA 16-288

Inhoudsindicatie

Schadestaatprocedure na bodemprocedure over mislukte aanbesteding van helikopters voor het KLPD. De vorderingen van de Staat worden afgewezen.

Uitspraak

vonnis

Team handel

Zaak- / rolnummers: C/09/506922 / HA ZA 16-288

Vonnis van 25 maart 2020

in de zaken van

DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van veiligheid en justitie), te Den Haag,

eiseres,

advocaat: mr. P.P.M. van Kippersluis, te Den Haag,

TEGEN

1 RDM HOLDING N.V., te Willemstad, Curaçao,

gedaagde,

advocaat: mr. F.C.H.M. van der Stap, te Breda,

de rechtspersoon naar buitenlands recht

2. MD HELICOPTERS INC, te Arizona, Verenigde Staten van Amerika,

gedaagde,

advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté, te Amsterdam.

Partijen worden aangeduid als RDM, MD en de Staat.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het vonnis in het exhibitie incident van 29 november 2017 en de daarin genoemde stukken;

-

de conclusie van antwoord van RDM van 7 maart 2018, met producties 1 t/m 4;

-

de conclusie van antwoord van MD van 7 maart 2018, met producties 1 t/m 5;

-

het tussenvonnis waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

-

de rolbeslissing van 28 november 2018;

-

de akte houdende overlegging producties van de Staat van 5 december 2018, met producties 41 t/m 52;

-

de antwoordakte overlegging producties van RDM van 27 februari 2019;

-

de antwoordakte overlegging producties van MD van 27 februari 2019;

-

het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 28 mei 2019;

-

de tijdens de comparitie genomen akte houdende overlegging producties van de Staat, met productie 53 en akte houdende overlegging producties 5 t/m 8.

-

de tijdens de comparitie van partijen door partijen voorgedragen pleitnotities.

1.2.

Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald.

2. De feiten 1

2.1.

Het (toenmalige) Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en de Belgische vennootschap Helifly N.V. (hierna: Helifly) hebben in 2001 na een openbare Europese aanbesteding (hierna: de eerste aanbesteding) een overeenkomst met betrekking tot acht bedrijfsklaar te leveren helikopters van het type MD-902 gesloten (hierna: de overeenkomst).

2.2.

De contractprijs van de eerste aanbesteding bedroeg € 49.378.173.

2.3.

Voor zover hier van belang hield de overeenkomst het volgende in:

-

a) Helifly zou de helikopters in volledig operationele staat leveren, inclusief bepaalde aanpassingen, inrichtingen en uitrustingen die verband hielden met de inzet van de vliegtuigen ten behoeve van het KLPD, en bepaalde diensten zoals het opleiden van piloten. De toestellen zouden bij levering gecertificeerd zijn door de Amerikaanse Federal Aviation Administration en de Europese Joint Aviation Administration tot een maximum take off weight (MTOW) van 6.500 lbs (artikel II.4.5 overeenkomst).

-

b) Naderhand zijn partijen, omdat de ten behoeve van het KLPD toe te voegen uitrustingen tot een gewichtstoename van 270 lbs leidden, overeengekomen dat de toestellen bij levering gecertificeerd zouden zijn tot een maximum take off weight van 6.770 lbs.

-

c) De acht toestellen zouden in tweetallen geleverd worden in de periode van 1 maart 2002 tot 1 december 2002, met een interval van telkens twee tot drie maanden. Voor het geval van overschrijding van deze tijdstippen bepaalde de overeenkomst dat een boete verschuldigd was indien het overeengekomen tijdstip niet werd gehaald (artikel VI.2)

2.4.

Verder luidt artikel 3.1 van de overeenkomst als volgt:

“Partijen zijn niet gerechtigd de rechten, verplichtingen en hun wederzijdse rechtsverhouding uit de Opdrachtovereenkomst zonder schriftelijke toestemming van de andere partij aan een derde over te dragen. Deze toestemming zal niet zonder redelijke grond worden geweigerd. De toestemming verlenende partij is gerechtigd aan het verlenen van deze toestemming voorwaarden te verbinden.”

2.5.

De MD-902 heeft een capaciteit van zes passagiers (een of twee piloten), vliegt tussen de 134 en 140 knopen en heeft een bereik van ongeveer 542 kilometer (ruim drie uur vliegen).

2.6.

Helifly heeft de helikopters niet op de overeengekomen tijdstippen geleverd. Bij brief van 12 september 2002 is Helifly gewezen op haar tekortkoming en op de opeisbaarheid van (een deel van) de boete, terwijl Helifly bij een brief van 24 april 2003 vervolgens in de gelegenheid is gesteld haar verzuim te herstellen door uiterlijk op 1 juli 2003 een bedrijfsklare helikopter ter acceptatie aan te bieden. Levering is ook toen uitgebleven.

2.7.

Helifly heeft vervolgens in samenspraak met MD verzekerd dat zij in staat voor het alsnog leveren van de volledig aangepaste en gecertificeerde helikopters, zoals overeengekomen. Daarna zijn nadere afspraken gemaakt, die in een brief van 14 april 2004 door het KLPD zijn vastgelegd. Deze nadere afspraken houden – voor zover hier van belang – in:

3. Het KLPD zal thans geen gebruik maken van haar bevoegdheid tot ontbinding op grond van artikel VI.5 Opdrachtovereenkomst. In plaats daarvan stelt het KLPD Helifly N.V. in staat de eerste twee helikopters uiterlijk vóór of op 1 maart 2005 aan te bieden ter acceptatie. Helifly N.V. garandeert dat op die datum de helikopters volledig zijn gecertificeerd overeenkomstig de Opdrachtovereenkomst (6770 lbs). Bij overschrijding van deze datum zal – onverminderd de bevoegdheid van het KLPD tot ontbinding van de Opdrachtovereenkomst – door Helifly N.V. opnieuw een boete zijn verschuldigd overeenkomstig artikel VI.2 Opdrachtovereenkomst. Deze boete zal niet verschuldigd zijn indien Helifly N.V. bewijst dat deze overschrijding geheel haar oorzaak vindt in een omstandigheid die niet aan schuld van Helifly N.V. en/of MD Helicopters Inc. is te wijten.

4. Helifly N.V. zal voor de levering van alle helikopters een leveringsschema opstellen dat zoveel mogelijk aansluit bij de leveringstermijnen als opgenomen in artikel IV.6 Opdrachtovereenkomst. [...]"

2.8.

Bij brief van 1 maart 2005 heeft het KLPD Helifly bericht dat hij heeft geconstateerd dat aanbieding van de eerste twee helikopters voor of uiterlijk op 1 maart 2005 was uitgebleven en dat uit een aangeleverde planning blijkt dat de certificering van de helikopters op zijn vroegst op 27 juli 2005 zal zijn afgerond. Verder wordt in de brief opgemerkt dat niets erop wijst dat de helikopters 3 t/m 8 wel volgens het afgesproken leveringsschema zullen worden geleverd. Op grond daarvan heeft het KLPD de overeenkomst per de datum van de brief ontbonden, met de sommatie de boete te betalen.

2.9.

In 2005 heeft het KLPD een marktverkenning uitgevoerd voor nieuwe helikopters.

2.10.

Op 31 maart 2006 heeft het KLPD een nieuwe aanbesteding voor de aankoop van acht helikopters aangekondigd (hierna: de tweede aanbesteding), te weten zes kleine helikopters en twee grote (minimaal tienpersoons) helikopters.

2.11.

De Kwalificatieleidraad van 31 maart 2006 voor de tweede aanbesteding vermeldt (onder 2.4) – voor zover hier van belang – het volgende:

2.4.1 De operationele doelstelling van de DLVP is de afgelopen jaren, als gevolg van externe factoren aanzienlijk bijgesteld. Bovendien wordt, mede op aangeven van de regionale politiekorpsen, een verschuiving in en een verdere ontwikkeling van de doelstelling van de DLVP en een intensivering van haar taken verwacht. In het vooruitzicht hierop zijn door de DLVP in overleg en samenwerking met de regionale politiekorpsen nieuwe missieprofielen voor de verre en nabije toekomst ontwikkeld. Als resultaat daarvan is onder meer gebleken dat de huidige helikoptervloot deels in operationele zin en deels in technische zin niet meer beantwoord(t) aan de op grond van de nieuwe missieprofielen te stellen eisen. De performance van de vloot is door operationele ongeschiktheid en door ouderdom te beperkt geworden.

2.4.2

Daarom is besloten tot vernieuwing van de helikoptervloot. Gezocht wordt naar een zestal nieuwe kleinere toestellen en een tweetal grotere toestellen die in algemene en vliegtechnische zin beantwoorden aan de moderne eisen van deze tijd en de potentie in zich hebben daarin nog te kunnen ‘groeien’ de komende tijd. Dit betekent dat de nieuwe toestellen zoveel mogelijk kunnen blijven voldoen aan wellicht in de nabije toekomst zwaardere eisen die overheden in samenspraak met de daartoe bevoegde (internationale) luchtvaartinstanties hebben gesteld.

2.4.3

Eén onderdeel van de uitgevoerde overwegingen om te komen tot vernieuwing van de helikoptervloot was naast het kwalitatieve aspect ook het kwantitatieve aspect. Het aantal helikopters waaruit de helikoptervloot, klaar voor de toekomst, zal moeten (gaan) bestaan is gebaseerd op een uitgebreid onderzoek. Hierbij is naar voren gekomen dat voor de diverse missieprofielen twee verschillende typen helikopters noodzakelijk zijn.

2.4.4

Concreet moeten de nieuwe toestellen voldoen aan een Programma van Eisen dat door de DLVP is opgesteld op basis van reeds genoemde missieprofielen. Dit Programma van Eisen bevat de eisen en wensen die worden gesteld aan helikopters, gebaseerd op de te verrichten specifieke politietaken.

2.12.

In de Kwalificatieleidraad staat verder (onder 5.3.8) dat het maximum aanschafbedrag van de helikopters € 50.200.000 ex btw beloopt. Bij een hoger aanschafbedrag zal de aanbesteding mislukt worden verklaard en tussentijds worden beëindigd.

2.13.

Op 28 juni 2006 is een uitnodiging tot inschrijving gedaan voor de tweede aanbesteding, bestaande uit twee percelen. Perceel 1 met zes kleinere helikopters, met een MTOW van maximaal 3.250 kilogram en minder functionaliteiten dan de MD-902 en perceel 2 met twee grotere helikopters met een MTOW van maximaal 6.500 kilogram en alle functionaliteiten, voor de zwaardere vluchtprofielen.

2.14.

Naast de andere perceelindeling, verschilde de tweede aanbesteding van de eerste doordat:

-

i) extra veiligheidseisen (TCAS-eisen) werden gesteld;

-

ii) de eis werd gesteld dat de helikopters ook inzetbaar moesten zijn bij misses van de Dienst Speciale Interventies (DSI).

2.15.

Perceel 1 is gegund aan Eurocopter, voor zes helikopter van het type EC 135. Perceel 2 is gegund aan Agusta, voor twee helikopters van het type AW 139. De EC 135 is kleiner dan de MD-902 en de AW 139 is groter dan de MD-902.

2.16.

De contractprijs van de tweede aanbesteding bedroeg in totaal € 69.567.435, opgebouwd uit € 44.258.435 voor de bij Eurocopter gekochte helikopters en € 25.309.000 voor de bij Agusta gekochte helikopters.

2.17.

Op 1 augustus 2008 heeft Helifly € 296.000 voldaan aan de Staat.

2.18.

Op grond van artikel 3 lid 1 Invoerings- en aanpassingswet Politie 2012 zijn de vermogensbestanddelen van de Staat die aan het KLPD konden worden toegerekend, met ingang van 1 januari 2013 onder algemene titel overgegaan op de Politie, die op grond van artikel 26 Politiewet 2012 rechtspersoonlijkheid heeft.

3 De hoofdzaak

3.1.

Deze schadestaatprocedure volgt op twee arresten van het gerechtshof te Den Haag in procedures tegen RDM en MD (hierna tezamen: ‘de hoofdzaak’), die allebei gezag van gewijsde hebben: het arrest van 16 februari 2010 (gewezen tussen de Staat en RDM) en het arrest van 22 mei 2012 (gewezen tussen de Staat en MD).

3.2.

In de hoofdzaak is geoordeeld dat Helifly is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. RDM en MD, die zich garant hadden gesteld voor de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, zijn als garantstellers veroordeeld tot betaling van de op grond van de overeenkomst verschuldigde contractuele boete van € 5.868.653 en de daarover verschuldigde wettelijke rente. Daarnaast zijn zij veroordeeld tot betaling van de door de Staat geleden en nog te lijden schade als gevolg van de wanprestatie van Helifly en de ontbinding van de overeenkomst, voor zover die het boetebedrag overstijgen, op te maken bij staat.

4 Het geschil

5 De beoordeling

6 De beslissing