Home

Rechtbank Den Haag, 18-06-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7242, C-09-587281-KG ZA 20-75 (zaak I), C-09-588820-KG ZA 20-167 (zaak II), C-09-588699-KG ZA 20-156 (zaak III)

Rechtbank Den Haag, 18-06-2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7242, C-09-587281-KG ZA 20-75 (zaak I), C-09-588820-KG ZA 20-167 (zaak II), C-09-588699-KG ZA 20-156 (zaak III)

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 juni 2020
Datum publicatie
26 augustus 2020
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:7242
Zaaknummer
C-09-587281-KG ZA 20-75 (zaak I), C-09-588820-KG ZA 20-167 (zaak II), C-09-588699-KG ZA 20-156 (zaak III)

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Afwijzing vorderingen. Het beoordelingskader is onduidelijk. Dit kan op meer manieren, die elk in redelijkheid verdedigbaar zijn, worden uitgelegd en daarmee is sprake van een formeel gebrek dat de intrekking rechtvaardigt.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummers: 587281 / KG ZA 20-75 (zaak I), 588820 / KG ZA 20-167 (zaak II), 588699 / KG ZA 20-156 (zaak III)

Vonnis in kort geding van 18 juni 2020

in de zaken van

zaak I en zaak II

1 LIEVENSE MILIEU B.V. te Nieuwegein,

2. LIEVENSE INFRA B.V. te Breda,

3. INGENIEURSBUREAU WESTENBERG B.V. te Harderwijk,

eisers,

advocaat mr. P.D. van der Kooi te Leiden,

tegen:

STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, dienst Grote Projecten en Onderhoud) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. A.C.M. Remmé en F.J. Lewis te Den Haag.

zaak III

ARCADIS NEDERLAND B.V. te Arnhem,

eiseres,

advocaat mr. ing. C. van Putten te Arnhem,

tegen:

STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, dienst Grote Projecten en Onderhoud) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. A.C.M. Remmé en F.J. Lewis te Den Haag.

Eisers in de zaken I en II worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘de Combinatie’, eiseres in zaak III wordt hierna aangeduid als ‘Arcadis’ en gedaagde in alle zaken wordt hierna aangeduid als ‘de Staat’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt in alle zaken uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

De drie zaken stonden gepland voor een gezamenlijke behandeling ter zitting. De procedure is echter voorafgaand aan die zitting vanwege de corona-crisis pro forma aangehouden. Daarna is meegedeeld dat de procedure zoveel mogelijk schriftelijk zal verlopen. Dit heeft ertoe geleid dat de drie laatstgenoemde schriftelijke conclusies zijn ingediend. De voorzieningenrechter heeft uitspraak van de vonnissen bepaald op 22 juni 2020 of eerder indien mogelijk. De uitspraak is, na vooraankondiging, vandaag gedaan..

2 De feiten

Op grond van de stukken wordt in deze gedingen van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Staat heeft een aanbesteding georganiseerd voor aanvullend archeologisch onderzoek en niet gesprongen explosieven (hierna: de aanbesteding of de aanbestedingsprocedure).

2.2.

De bij de uitnodiging tot inschrijving behorende Bijlage D bevat de uitwerking van de EMVI-BPKV-criteria. Daarin is een tabel opgenomen, die er in het bijgevoegde FDF-bestand als volgt uitziet (waarbij enkel de gegevens zijn vermeld, die thans relevant zijn):

Criterium

Subcriterium

Aandachtspunten waarop wordt beoordeeld

Doelstelling Opdracht

gever

Maximale kwaliteits- waarde (€)

1. Projectmanagement

1.1 Projectplanning

(...)

(...)

€ 1.369.250,-

1.2 Ontzorging opdrachtgever

(...)

(...)

2. Omgevingsmanagement

2.1 Stakeholders-management

(...)

(...)

€ 684.625,-

2.2 Communicatie

(...)

(...)

3. Risicobeheersing

3.1 Inventarisering en beheersing van risico’s

(...)

(...)

€ 684.625,-

In het bij aanbestedingsstukken verstrekte bestand staan de bovenste twee rijen van de tabel aan het einde van een pagina, te weten de tabel tot en met de rij waarin 1.1 staat vermeld. De tabel vanaf de rij waarin 1.2 is opgenomen staat aan het begin van de volgende pagina.

Voor zover thans relevant maakt deze bijlage verder melding van het volgende:

“Met de kwaliteitsscore kan elke inschrijver zijn inschrijvingsprijs (exclusief btw) fictief verlagen met een maximale aftrek € 2.728.500,--.

Een nader samen te stellen beoordelingscommissie zal de kwaliteit van de Inschrijvingen beoordelen op basis van de gunningscriteria. Bij de beoordeling welke inschrijver de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan, worden naast de inschrijfprijs en de subcriteria beoordeeld conform de in deze uitvraag vastgestelde beoordelingswijze.

(...)

De Aanbesteder zal zich bij de boordeling laten bijstaan door een beoordelingscommissie. Deze commissie beoordeelt de uitwerkingen van de Inschrijvers voor de gunningscriteria. Voor ieder subcriterium zal de commissie een waardering geven, waarmee het totaalbedrag van de kwaliteit van de aanbieding tot uiting wordt gebracht.

Beoordelingscijfer

Op het niveau waarop de maximale kwaliteitswaarde zichtbaar gemaakt is, wordt ook een beoordelingscijfer gegeven.

De reeks beoordelingscijfers loopt van 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3 en 2. Een door het beoordelingsteam toegekend beoordelingscijfer betreft telkens een teamresultaat in consensus en geen gemiddelde van individuele beoordelingscijfers.”

Hierna is een tabel opgenomen waarin de beoordelingscijfers staan vermeld met de bijbehorende waardering (bijvoorbeeld 10 uitstekend/heel veel meerwaarde en 7 redelijk/voldoende meerwaarde) en het bijbehorende percentage van de maximale kwaliteitswaarde (bijvoorbeeld bij 10: 100% en bij 7: 25%).

2.3.

De door (potentiële) inschrijvers gestelde vragen zijn beantwoord in de Nota Inlichtingen van 3 oktober 2019. Daarin is onder meer de volgende vraag en het volgende antwoord opgenomen:

“44

Vraag

De reeks genoemde beoordelingscijfers suggereert dat de kwaliteitswaarde in hele (afgeronde) cijfers wordt uitgedrukt, klopt dat?

Antwoord

Dat klopt. Aanbesteder werkt louter met hele beoordelingscijfers, die corresponderen met de op p. 4 genoemde percentages van de maximale kwaliteitswaarde. Ten aanzien van criterium 2:”Omgevingsmanagement” deelt Aanbesteder mee dat subcriterium 2.1 (Stakeholdersmanagement) en subcriterium 2.2 (Communicatie) beiden voor 50% meewegen en zodoende allebei een maximaal te behalen kwaliteitsscore van €342.312,50 hebben. Voor de subcriteria zullen twee aparte cijfers worden gegeven”

2.4.

Bijlage D is als gevolg van de hiervoor vermelde wijziging aangepast als volgt, waarbij de in het originele document in het rood aangegeven wijzigingen hieronder vetgedrukt zijn.

Criterium

Subcriterium

Aandachtspunten waarop wordt beoordeeld

Doelstelling opdracht

gever

Maximale kwaliteits- waarde (€)

1. Projectmanagement

1.1 Projectplanning

(...)

(...)

€ 1.369.250,-

1.2 Ontzorging opdrachtgever

(...)

(...)

2. Omgevingsmanagement

2.1 Stakeholders-management

(...)

(...)

€ 684.625,-

€ 342.312,50

2.2 Communicatie

(...)

Opdrachtgever streeft naar (...)

€ 342.312,50

3. Risicobeheersing

3.1 Inventarisering en beheersing van risico’s

(...)

(...)

€ 684.625,-

2.5.

Op de aanbesteding zijn twee inschrijvingen ontvangen; van de Combinatie en van Arcadis (hierna ook tezamen: de inschrijvers).

2.6.

De Staat heeft na beoordeling van de inschrijvingen aan de inschrijvers meegedeeld dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan Arcadis (hierna: de gunningsbeslissing).

2.7.

De Staat heeft een door de Combinatie tegen de gunningsbeslissing gemaakt bezwaar ongegrond verklaard. De Combinatie heeft daarna kort geding I aanhangig gemaakt.

2.8.

Op 14 februari 2020 heeft de Staat bericht dat hij heeft besloten de aanbesteding te staken en in te trekken en de opdracht in gewijzigde vorm opnieuw aan te kondigen (hierna: de intrekkingsbrief). Daarbij is het volgende toegelicht:

“Naar aanleiding daarvan [voorzieningenrechter: het na de gunningsbeslissing ingediende bezwaar en het gestarte kort geding] heeft Rijkswaterstaat de beoordeling van de inschrijvingen nogmaals tegen het licht gehouden. De conclusie daarvan is dat de beoordeling niet is geschied overeenkomstig het gestelde in Bijlage D en deze derhalve niet in stand kan blijven. Anders dan Rijkswaterstaat in reactie op het bezwaar heeft geconcludeerd, meent Rijkswaterstaat bij nader inzien dat de opdracht op basis van dit beoordelingskader niet rechtmatig opgedragen kan worden.

Aangezien Rijkswaterstaat heeft geconcludeerd dat het gestelde in Bijlage D zelf voor meerdere uitleg vatbaar is, kan het gebrek in de eerdere beoordeling niet worden gecorrigeerd door middel van een herbeoordeling. Discussie omtrent (de interpretatie van) het beoordelingskader blijft immers in geval van een herbeoordeling nog steeds mogelijk.”

2.9.

De Combinatie en Arcadis hebben daarna respectievelijk kort geding II en III aanhangig gemaakt.

3 Het geschil

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing