Rechtbank Den Haag, 19-10-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13210, C/09/615727 / KG ZA 21/733
Rechtbank Den Haag, 19-10-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13210, C/09/615727 / KG ZA 21/733
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2021
- Datum publicatie
- 1 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13210
- Zaaknummer
- C/09/615727 / KG ZA 21/733
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. De aanbestedende dienst mocht tot intrekking van de aanbestedingsprocedure overgaan. Uit de Selectieleidraad blijkt dat de bedoeling was om het precieze aantal van drie partijen te selecteren voor deelname aan de tweede dialoogfase. Omdat slechts twee partijen resteerden, beantwoordde de feitelijke situatie niet meer aan de opzet van de aanbesteding. De aanbestedende dienst heeft toegelicht dat dit aantal is gekozen om de concurrentie te bevorderen en daarmee de kans te vergroten dat uiteindelijk een werkbare (innovatieve) oplossing zal worden bereikt. Dat de aanbestedende dienst onder deze omstandigheden heeft geconcludeerd dat het concurrentieniveau in de aanbesteding te laag was, is niet onbegrijpelijk of onredelijk.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/615727 / KG ZA 21/733
Vonnis in kort geding van 19 oktober 2021
in de zaak van
Smit Groenadvies B.V. te Schagen,
eiseres,
advocaat mr. K.G.O. Afriyieh te Haarlem,
tegen:
het Hoogheemraadschap van Delfland te Delft,
gedaagde,
advocaat mr. L.C. van den Berg te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Smit Groenadvies’ en ‘Delfland’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met (uiteindelijk) zeven producties;
- de akte houdende een vermeerdering van eis;
- de conclusie van antwoord;
- de bij de mondelinge behandeling door beide partijen overgelegde pleitnotities.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2021. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Delfland heeft een aanbestedingsprocedure gestart voor het ontwerpen en construeren van een vangtuig voor rivierkreeften en het uitvoeren van een afvangpilot. Het doel van Delfland was om door middel van een concurrentiegerichte dialoog een overeenkomst te sluiten met één gegadigde voor de uitvoering van de opdracht. De aanbestedingsprocedure bevat twee zogenoemde dialoogronden. Bij de eerste dialoogronde konden maximaal twaalf geselecteerde partijen hun ontwerp presenteren. Vervolgens zouden, aldus de Selectieleidraad, de beste drie inzendingen worden geselecteerd voor de tweede dialoogronde, de testfase van de ontwerpen.
Smit Groenadvies heeft een inschrijving ingediend na daartoe te zijn uitgenodigd. Smit Groenadvies is samen met vier andere gegadigden geselecteerd voor de eerste dialoogronde. Na die ronde heeft Delfland aan Smit Groenadvies bericht dat zij samen met twee andere gegadigden, VIRO Vlaardingen B.V. en ATKB B.V., is geselecteerd voor de tweede dialoogronde.
Een van de niet-geselecteerde gegadigden, VOF [X] en Zn (handelend onder de naam Visserij Service Nederland) heeft vervolgens een kort geding aanhangig gemaakt met Delfland als gedaagde partij. Bij vonnis van 8 juli 2021 heeft de voorzieningenrechter in die zaak Delfland geboden om ATKB uit te sluiten van verdere deelname omdat haar ontwerpnotitie niet was opgemaakt in de voorgeschreven lettergrootte. Naar aanleiding van dat vonnis heeft Delfland alle biedingen opnieuw gecontroleerd op de gebruikte lettertypes en -groottes.
Op 20 juli 2021 heeft Delfland aan Smit Groenadvies bericht dat zij de aanbestedingsprocedure beëindigt en zich gaat beraden over de aanpak van een mogelijk nieuwe procedure. Delfland heeft dat besluit gemotiveerd met de opmerking dat bij de controle naar aanleiding van voornoemd kortgedingvonnis is gebleken dat meerdere inschrijvingen niet voldoen aan de gestelde opmaak-eisen en dat er daarom onvoldoende partijen overblijven om de volgende dialoogfase van de aanbesteding in te kunnen gaan.
3 Het geschil
Smit Groenadvies vordert, zakelijk weergegeven:
I. Delfland te gebieden haar beslissing om de aanbestedingsprocedure in te trekken ongedaan te maken en de aanbesteding te hervatten;
II. Delfland te verbieden om tot heraanbesteding over te gaan en om ten aanzien van de opdracht een overeenkomst te sluiten met een andere partij dan de rechtmatige winnaar van de afgebroken aanbestedingsprocedure;
alles op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Delfland in de proceskosten.
Daartoe voert Delfland – samengevat – het volgende aan. De beslissing tot intrekking van de aanbesteding en de beoogde heraanbesteding zijn in strijd met de aanbestedingsrechtelijke beginselen.
Delfland voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.