Rechtbank Den Haag, 18-11-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13450, C-09-608582-HA RK 21-101
Rechtbank Den Haag, 18-11-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13450, C-09-608582-HA RK 21-101
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 november 2021
- Datum publicatie
- 7 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13450
- Zaaknummer
- C-09-608582-HA RK 21-101
Inhoudsindicatie
Verzoek tot verwijdering BKR-registratie o.g.v. artikelen 17 en 21 AVG. Verzoekschrift ontvankelijk (art. 35 UAVG). Verzoek o.g.v. art. 21 AVG kan te allen tijde worden gedaan, en er is geen sprake van een volledig herhaald verzoek. Verzoek wordt na belangenafweging afgewezen.
Uitspraak
beschikking
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/608582 / HA RK 21-101
Beschikking van 18 november 2021
in de zaak van
[verzoeker] , te [plaats],
verzoeker,
advocaat mr. C.B.G.M. Foolen te Tilburg,
tegen
DEFAM B.V., te Bunnik,
verweerster,
advocaat mr. J.M. Penders te Nijmegen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
-
het verzoekschrift van 4 maart 2021, met producties 1 tot en met 31,
- -
-
het verweerschrift, met producties 1 tot en met 22,
- -
-
de brief van mr. Penders van 1 oktober 2021, met productie 23 van Defam.
Op 7 oktober 2021 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. De advocaten van beide partijen hebben spreekaantekeningen overgelegd, die tot het procesdossier behoren. De griffier heeft aantekeningen bijgehouden van wat er verder ter zitting is besproken.
Ten slotte is beschikking bepaald op heden.
2 De feiten
De Stichting Bureau Krediet Registratie (hierna: BKR) beheert het Centraal Krediet Informatiesysteem (hierna: het CKI), een systeem waarin betalingsachterstanden of andere onregelmatigheden die ontstaan tijdens de looptijd van een kredietovereenkomst met bijzonderheidscoderingen worden vermeld. Defam neemt als kredietaanbieder deel aan dit kredietregistratiestelsel van BKR.
Eind januari 2014 heeft [verzoeker] een doorlopend krediet met een kredietlimiet van € 10.000 afgesloten bij Defam. [verzoeker] sloot dit krediet af voor een jeugdvriendin die samen met haar vriend een slijterij wilde beginnen maar daarvoor geld tekort kwam. [verzoeker] had op dat moment al een lening bij ING afgesloten voor een auto. Omdat hij zelf niet veel geld had en niet nog eens € 10.000 bij ING kon lenen, heeft [verzoeker] zich op advies van de vriend van zijn jeugdvriendin tot Defam gewend. [verzoeker] heeft het kredietbedrag van € 10.000 op 28 januari 2014 van Defam op zijn bankrekening ontvangen. Hij heeft daarna het geleende bedrag overgemaakt naar de bankrekening van (de vriend van) zijn jeugdvriendin.
Op grond van de kredietovereenkomst moest [verzoeker] met ingang van 28 februari 2014 maandelijks € 100 aan aflossing en rente betalen. De eerst twee betalingstermijnen werden niet voldaan. In 2014 en 2015 zijn achterstanden blijven bestaan. Op 7 april 2015 heeft Defam een achterstandsmelding bij (het CKI van) BKR gedaan op dit krediet. De achterstand is in juli 2015 hersteld gemeld. Kort daarna zijn weer achterstanden ontstaan. Defam heeft op 31 oktober 2015 na eerdere aanmaningen (opnieuw) een achterstand (ditmaal van meer dan 60 dagen, ter hoogte van € 300) geregistreerd in het CKI (met codering ‘A’).
Op 17 november 2015 heeft een deurwaarder in opdracht van Defam een huisbezoek afgelegd bij de woning waar [verzoeker] destijds bij de gemeente stond ingeschreven. Daar heeft de deurwaarder vastgesteld dat de ramen van de woning waar [verzoeker] zou verblijven, met kranten waren afgeplakt. De deurwaarder heeft een schriftelijk contactverzoek achtergelaten. Daarop is niet door [verzoeker] gereageerd.
Na ontvangst van twee nieuwe aanmaningen is [verzoeker] in december 2015 een betalingsregeling van € 300 per maand met Defam overeengekomen. [verzoeker] is deze betalingsregeling niet correct nagekomen, waarna Defam de leningsovereenkomst heeft beëindigd en het krediet vervroegd heeft opgeëist. De deurwaarder heeft begin 2016 aan Defam bericht dat uit de controle in de Basisregistratie Personen (BRP) was gebleken dat het adres van [verzoeker] in onderzoek was. Van [verzoeker] was op dat moment geen ander adres bekend.
Op 27 januari 2016 heeft Defam de opeising van het krediet in het CKI geregistreerd met een codering ‘A2’ (opmerking rechtbank: deze registratie wordt hierna samen met de achterstandregistraties ‘de BKR registratie’ genoemd).
Op 30 mei 2016 heeft Defam [verzoeker] gedagvaard tot terugbetaling van de schuld uit het krediet, die per 23 mei 2016 was opgelopen tot € 10.491,84. De kantonrechter heeft de vorderingen van Defam bij vonnis van 9 augustus 2016 toegewezen en [verzoeker] veroordeeld tot terugbetaling. De deurwaarder heeft [verzoeker] per e-mail van 10 augustus 2016 op de hoogte gesteld van het vonnis.
In april 2017 heeft ING bij BKR een achterstandsmelding geregistreerd (voor een geregistreerd bedrag van € 16.650) in verband met de lening die [verzoeker] bij ING had afgesloten.
[verzoeker] heeft tussen december 2016 en mei 2017 op basis van een tijdelijke betalingsregeling gedurende vijf maanden maandelijks € 750 aan de deurwaarder van Defam betaald. In mei 2017 is [verzoeker] (die op dat moment al bijna twee jaren als zelfstandig containermonteur/-lasser werkte) werkloos geworden. [verzoeker] heeft nog een voorlopige betalingsregeling van € 750 per maand getroffen voor de maanden juni en juli 2017. In augustus 2017 is geen nieuwe betalingsregeling overeengekomen. Op 31 oktober 2017 heeft Defam het vonnis van de kantonrechter aan [verzoeker] laten betekenen.
In 2018 hebben [verzoeker] en Defam een betalingsregeling van € 100 per maand getroffen. De termijnen voor de maanden april, juni en juli 2018 zijn te laat door [verzoeker] betaald. Vanaf augustus 2018 is [verzoeker] de betalingsregeling deugdelijk nagekomen. Op 30 januari 2019 heeft [verzoeker] de toen nog resterende schuld van € 5.494,53 in één keer afgelost.
Defam heeft bij BKR geregistreerd dat het krediet op 31 januari 2019 is geëindigd. Tenzij er wijzigingen plaatsvinden, wordt de BKR registratie in januari 2024 uit het CKI verwijderd.
[verzoeker] heeft eind 2017 een relatie gekregen met mw. [A] (hierna: [A]). Zij hebben samen twee kinderen, geboren op [geboortedatum 1] en [geboortedatum 2]. [verzoeker] en [A] wonen met hun kinderen bij de ouders van [A].
Bij brief van 22 juni 2020 heeft CoderingsVrij B.V. (hierna: CoderingsVrij) namens [verzoeker] op grond van de artikelen 17, 21 en 6 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bezwaar gemaakt tegen de handhaving van de BKR registratie en verzocht deze te verwijderen. Defam heeft bij brief van 8 juli 2020 in reactie op dit verzoek aan [verzoeker] bericht dat zij geen aanleiding ziet tot verwijdering van de registratie over te gaan.
Op 15 februari 2021 heeft CoderingsVrij namens [verzoeker] het verzoekschrift voor deze procedure (in concept) aan Defam toegestuurd met het verzoek om op grond van een belangenafweging tot verwijdering van de BKR registratie over te gaan.
Mr. Penders heeft bij brief van 25 februari 2021 namens Defam in reactie op het bovenstaande verzoek geantwoord dat de BKR registratie blijft gehandhaafd.
[verzoeker] is daarop begin maart 2021 deze verzoekschriftprocedure gestart.
3 Het verzoek
[verzoeker] verzoekt, kort weergegeven, dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking Defam veroordeelt om binnen 48 uur na betekening van deze beschikking de BKR registratie te (laten) verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag (met een maximum van € 30.000) en met veroordeling van Defam in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.
[verzoeker] baseert zijn verzoek op artikel 21 lid 1 AVG en de Santander-beschikking van de Hoge Raad van 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8097.[verzoeker] stelt dat zijn gerechtvaardigde belangen bij het verwijderen van de BKR registratie zwaarder wegen dan de belangen van Defam bij handhaving daarvan. [verzoeker] voert daartoe, kort gezegd, het volgende aan. Hij heeft zijn verantwoordelijkheid genomen. Door het verlies van zijn baan in mei 2017 was het een periode lastig om de schuld af te lossen, maar hij is uiteindelijk zijn betalingsregelingen nagekomen en heeft in 2019 de gehele schuld aan Defam terugbetaald. De huidige situatie van [verzoeker] is niet vergelijkbaar met het verleden. Hij heeft sinds 2019 een vast dienstverband waaruit hij een goed en stabiel inkomen geniet, terwijl ook zijn vriendin een vast dienstverband heeft. Zowel [verzoeker] als zijn vriendin hebben geen andere schulden meer, behalve een telefoonabonnement waarop geen achterstanden zijn. Zij zijn financieel stabiel. [verzoeker] wil met zijn gezin naar een huurwoning verhuizen, maar evenals bij (leningen voor) koopwoningen is de A2-codering ook een belemmering bij het kunnen krijgen van een huurwoning in de vrije sector. Het belang van [verzoeker] om een eigen huurwoning te krijgen is groot, omdat het gezin momenteel op één slaapkamer verblijft bij zijn schoonouders, die al op leeftijd zijn, behoefte hebben aan meer rust en privacy en ook kleiner willen gaan wonen. Er is geen sprake van een werkbare situatie. Het is zeer onredelijk als [verzoeker] onder deze omstandigheden tot 2024 moet wachten voordat hij eigen huisvesting kan verkrijgen, aldus – steeds – [verzoeker]. Het gezin van [verzoeker] woont nu in bij de ouders van zijn partner, maar zij hebben aangegeven dat dit niet langer zo kan blijven doorgaan.
Defam voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.