Rechtbank Den Haag, 16-12-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13888, C/09/621496 / FT RK 21/931 HO : C/09/621508 / FT RK 21/932 HO : C/09/622064 / FT RK 21/964 HO
Rechtbank Den Haag, 16-12-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13888, C/09/621496 / FT RK 21/931 HO : C/09/621508 / FT RK 21/932 HO : C/09/622064 / FT RK 21/964 HO
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 december 2021
- Datum publicatie
- 16 december 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13888
- Zaaknummer
- C/09/621496 / FT RK 21/931 HO : C/09/621508 / FT RK 21/932 HO : C/09/622064 / FT RK 21/964 HO
- Relevante informatie
- Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 370
Inhoudsindicatie
WHOA: afwijzingen verzoeken tot aanstelling herstructureringsdeskundige, afkondigen afkoelingsperiode en opheffing beslagen omdat verzoekster niet in de WHOA-toestand ex art. 370 lid 1 Fw verkeert.
Uitspraak
beschikking
Team Insolventies – meervoudige kamer
verzoeken ex artikel 371 Fw en artikel 376 Fw
rekestnummers : C/09/621496 / FT RK 21/931 HO : C/09/621508 / FT RK 21/932 HO : C/09/622064 / FT RK 21/964 HO
uitspraakdatum : 16 december 2021 (bij vervroeging)
beschikking op de ingekomen verzoeken ex artikel 371 Fw en artikel 376 Fw, met bijlagen, van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster]
mede handelend onder de namen 1, 2, 3 en 4],
gevestigd te [vestigingsplaats],
kantoorhoudend te [kantooradres],
hierna: ‘ [verzoekster] ’,
advocaten: mr. J.W. Boddaert en mr. R.T. Mets.
1 De procedure
[verzoekster] heeft op 29 november 2021 een startverklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd.
Op 30 november 2021 heeft [verzoekster] een verweerschrift ingediend tegen het door [Z] (hierna: ‘[Z]’) en [Y] (hierna: ‘[Y]’) verzochte faillissement.
Het door [verzoekster] ingediende verweerschrift bevat tevens een verzoekschrift met producties tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige en tot het afkondigen van een afkoelingsperiode voor de duur van twee maanden. [verzoekster] verzoekt tevens opheffing van het beslag als gelegd door [Z] en [Y] op het onroerend goed in [gemeente 1], kadastraal bekend onder aanduiding: (i) [gemeente 1], [kadastraalnummer 1], en (ii) [gemeente 1], kadastraalnummer 2].
De rechtbank heeft [verzoekster] bij e-mail van 2 december 2021 opgedragen om de partijen die ten laste van [verzoekster] beslagen hebben gelegd waarvan opheffing wordt verzocht in de gelegenheid te stellen een zienswijze te geven ten aanzien van het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode.
Op 3 december 2021 heeft [verzoekster] een e-mail met bijlagen naar de rechtbank verzonden met onder meer een nieuw uittreksel van de Kamer van Koophandel.
[verzoekster] heeft op 7 december 2021 een aanvullend verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot opheffing van het beslag dat is gelegd door [X] (hierna: ‘X’) op het onroerend goed in [gemeente], kadastraal bekend onder aanduiding: (i) [gemeente 1], [kadastraalnummer 1], en (ii) [gemeente 1], [kadastraalnummer 2].
De rechtbank heeft [verzoekster] bij e-mail van 7 december 2021 opgedragen om beslaglegger [X] in de gelegenheid te stellen een zienswijze te geven ten aanzien van het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode.
De rechtbank heeft [verzoekster] bij e-mail van 7 december 2021 opgedragen om [A1], [A2], [A3] en [A4] (hierna: ‘A c.s.’) in de gelegenheid te stellen een zienswijze te geven ten aanzien van het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode.
De rechtbank heeft op 7 december 2021 een schriftelijke zienswijze ontvangen van mr. L.H. Hordijk namens [A] c.s.
De rechtbank heeft op 8 december 2021 een schriftelijke zienswijze ontvangen van mr. Chr. Groenewoud namens [Y] en [Z] en van mr. P.J. de Groen namens [X].
De rechtbank heeft op 9 december 2021 een aanvullende zienswijze namens [X] ontvangen.
De verzoeken zijn op 10 december 2021 door middel van een videoverbinding in raadkamer behandeld. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- de heer [B], indirect enig bestuurder van [verzoekster] ;
- de heer [C], beoogd interim bestuurder van [verzoekster] ;
- mr. J.W. Boddaert, voornoemd;
- mr. R.T. Mets, voornoemd;
- mr. L.H. Hordijk, advocaat namens [A] c.s.;
- de heer [X1], bestuurder van [X];
- de heer [X2}, bestuurder van [X];
- mr. P.J. de Groen, advocaat namens [X];
- de heer [M1], bestuurder en aandeelhouder van [Y] en [Z];
- de heer [M2], bestuurder en aandeelhouder van [Y] en [Z];
- de heer [M3], bestuurder en aandeelhouder van [Y] en [Z];
- mr. Chr. Groenewoud, advocaat namens [Y] en [Z].
De rechtbank heeft ter zitting de uitspraak bepaald op 17 december 2021 met aankondiging dat indien mogelijk de uitspraak bij vervroeging zal worden gedaan.
De rechtbank heeft na het sluiten van de behandeling ter terechtzitting op 14 december 2021 een emailbericht van de advocaten van [verzoekster] ontvangen waarin toezending van cashflowscenario’s in het vooruitzicht wordt gesteld. In reactie daarop is er op gewezen dat op 10 december 2021 de behandeling ter terechtzitting gesloten is, waarbij een datum voor de uitspraak is bepaald. Daarbij is tevens meegedeeld dat de rechtbank geen aanleiding te zien om [verzoekster] in de gelegenheid te stellen nadere stukken in te dienen en geen reden aanwezig acht om de behandeling van de verzoeken te heropenen.
2 Het verzoek
[verzoekster] verzoekt de rechtbank:
a) een afkoelingsperiode te gelasten voor een periode van twee maanden waarbij de bevoegdheid van de crediteuren tot verhaal of opeising van de goederen die zich in de macht van schuldenaar bevinden niet kunnen worden uitgeoefend;
b) het beslag als gelegd door [Y], [Z] en [X] op het onroerend goed in [gemeente 1], kadastraal bekend onder aanduiding: (i) [gemeente 1], kadastraalnummer 1]; en (ii) [gemeente 1], [kadastraalnummer 2] op te heffen;
c) mr. H. de Coninck-Smolders of mr. D.M. van Geel als herstructurerings-deskundige aan te wijzen.
[verzoekster] stelt dat het in het belang van de gezamenlijke schuldeisers is om een WHOA-akkoord aan te bieden om via deze weg het faillissement af te wenden. Op dit moment is [verzoekster] verwikkeld in een bindend adviesprocedure met een partij waarmee zij een aannemingsovereenkomst heeft gesloten om een ontwikkelingsproject te realiseren. Indien deze procedure in het voordeel van [verzoekster] wordt beslecht, zal zij in staat zijn om haar crediteuren een akkoord aan te bieden. De crediteuren zullen in dat geval beter af zijn dan in een faillissementssituatie. Een faillissement zal zeer negatieve gevolgen hebben voor degenen die bij [verzoekster] een [werkzaamheden van verzoekster] en voor het personeel van [verzoekster] .
De afkoelingsperiode is noodzakelijk om een faillissement van [verzoekster] te voorkomen, gelet op de ingediende faillissementsaanvraag. De directe dreiging van een faillissement zal worden geschorst, waardoor [verzoekster] een adempauze wordt geboden. Door deze adempauze krijgt [verzoekster] de tijd om de mogelijkheden van herfinanciering en conflictbemiddeling verder te onderzoeken en een akkoord aan te bieden. [verzoekster] stelt dat de concurrente crediteuren, in het bijzonder de aanvragers van het faillissement, niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad. Opheffing van beslagen is noodzakelijk om de gebruikelijke bedrijfsvoering te continueren en projecten te kunnen verkopen en leveren. Zonder de verkoopopbrengsten zal [verzoekster] geen beschikking krijgen over de broodnodige liquide middelen. [Y] beschikt over een groot aantal zekerheden en indien een overwaarde arrangement wordt afgesloten tussen [Z], [Y] en [verzoekster] zal de overwaarde voldoende zijn om ook [Z] te voldoen.
In het aanvullend verzoek waarin opheffing van het door [X] gelegde beslag wordt verzocht, stelt [verzoekster] dat opheffing van dit beslag essentieel is omdat zij ten aanzien van deze onroerende zaak op 12 november 2021 met de heer [Q] een koopovereenkomst is aangegaan. De levering staat gepland op 15 december 2021 en indien [verzoekster] niet aan haar leveringsverplichting voldoet, zal zij een boete van € 125.000 verbeuren, ter vermeerderen met een boete van € 5.000 per dag. [X] zal niet wezenlijk in haar belang als crediteur worden geschaad bij opheffing van het beslag. [X] heeft een groot aantal onroerende zaken beslagen, waaronder een terrein in [gemeente 2] dat een overwaarde heeft van circa € 2 miljoen. Indien de beslagen niet worden opgeheven, kan [verzoekster] niet onbezwaard leveren en zal [verzoekster] geen beschikking krijgen over de broodnodige liquide middelen. Alsdan zal ook het continueren van het WHOA per dag. [X] zal niet wezenlijk in haar belang als crediteur worden geschaad bij opheffing van het beslag. [X] heeft een groot aantal onroerende zaken beslagen, waaronder een terrein in [gemeente 2] dat een overwaarde heeft van circa € 2 miljoen. Indien de beslagen niet worden opgeheven, kan [verzoekster] niet onbezwaard leveren en zal [verzoekster] geen beschikking krijgen over de broodnodige liquide middelen. Alsdan zal ook het continueren van het -traject worden bemoeilijkt, omdat zij over onvoldoende inkomsten beschikt om haar lopende verplichtingen te voldoen.
Ten aanzien van het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige stelt [verzoekster] dat zij verkeert in de toestand als bedoeld in art. 370 lid 1 Fw. Hiertoe voert zij aan dat uit de faillissementsaanvraag tegen [verzoekster] blijkt dat zij moeite ondervindt om haar schuldeisers te betalen en dat daaruit volgt dat zij verkeert in de WHOA-toestand. [verzoekster] heeft twee offertes van mogelijk te benoemen herstructurerings-deskundigen aan het verzoekschrift bijgevoegd.
Verder stelt zij, onderbouwd met een liquiditeitsprognose over de periode 6 december 2021 (week 49-2021) tot en met 3 april 2022 (week 14-2022), dat de lopende kosten kunnen worden voldaan. Op dit moment heeft zij een bedrag van circa € 245.000,- aan liquide middelen. Een bedrag van € 239.000,- heeft zij op een bankrekening van een aan [verzoekster] gelieerde onderneming staan. Daarnaast verwacht [verzoekster] dat zij in de maand december 2021 een bedrag van circa € 7.500.000,- zal ontvangen met de verkoop van afgeronde projecten. Hiertegenover stelt [verzoekster] dat ze circa € 3.500.000,- aan zekerheden moet aflossen.
[verzoekster] verwacht met behulp van een herstructureringsdeskundige binnen ten hoogste twee maanden een akkoord te kunnen aanbieden.
Tijdens de zitting heeft [verzoekster] haar verzoek aangepast in de zin dat de afkoelingsperiode niet geldt voor (de gehuurde goederen van) [A] c.s. Zij kunnen daarom het door hen beschikbaar gestelde materieel ophalen.
3 Zienswijzen [Z] en [Y], [X] en [A] c.s.
In de ogen van [Y] en [Z] zal een onderhands akkoord van [verzoekster] geen kans van slagen hebben. [Y] is indirect aandeelhouder van [verzoekster] en is daarom bekend met de cijfers van [verzoekster] . [verzoekster] heeft een aanzienlijke schuldenlast. Een [bezigheid van verzoekster] liggen op dit moment stil. Er is geen externe financier bereid om de benodigde voorfinanciering voor het voltooien van de projecten ter beschikking te stellen. Voor zover [Y] bekend beschikt [verzoekster] eind november 2021 over slechts € 240.000,- liquide middelen. Hier moeten de salarissen van circa € 150.000,- van worden betaald. Daarnaast zal [verzoekster] nieuwe [medewerkers] moeten vinden om voor haar te werken. Ook moet een nieuwe verhuurder van materieel worden gevonden. [Y] en [Z] benadrukken dat hun voorkeur uitgaat naar het voorkomen van een faillissement van [verzoekster] . Zij zijn er echter van overtuigd dat [verzoekster] te ver heen is. De schuldenlast en de lopende verplichtingen zijn totaal niet onder controle. Daarnaast is volgens hen gebleken dat personen die door de heer [B] als adviseur of partner bij [verzoekster] zijn betrokken misbruik van de situatie maken. [Y] en [Z] hebben er belang bij dat er zo snel mogelijk een curator wordt aangesteld. Ook moet er duidelijkheid komen omtrent het afbouwen van de lopende projecten.
[X] stelt dat zij onvoldoende actueel inzicht heeft in de waarde van de betreffende onroerende zaak ([gemeente 1] en [kadastraalnummer 1]) om te kunnen concluderen dat zij niet wordt geschaad bij opheffing van het beslag. Daarnaast vermoedt zij dat de verkoop van de onroerende zaak aan de heer [Q] paulianeus is. [X] heeft een grote opeisbare vordering. Van haar kan niet verlangd worden dat zij zonder bankgarantie of andere zekerheid het beslag opgeeft. De belangen van [X] worden geschaad als het beslag wordt opgeheven en het onroerend goed wordt verkocht. Zij zal dan minder verhaalsmogelijkheden hebben.
[A] c.s. hebben materieel aan [verzoekster] verhuurd en hebben onder meer gesteld dat zij geen belang hebben bij een afkoelingsperiode of het aanstellen van een herstructureringsdeskundige. Een afkoelingsperiode heeft tot gevolg dat haar vordering blijft oplopen terwijl er geen zicht is op betaling van de huurtermijnen gedurende de verzochte afkoelingsperiode.