Home

Rechtbank Den Haag, 17-12-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13950, C/09/582084 / FA RK 19-7655

Rechtbank Den Haag, 17-12-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13950, C/09/582084 / FA RK 19-7655

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 december 2021
Datum publicatie
17 december 2021
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:13950
Formele relaties
Zaaknummer
C/09/582084 / FA RK 19-7655

Inhoudsindicatie

Prejudiciële vragen. Hoogtechnologisch draagmoederschap. Kunnen de familierechtelijke banden die voortvloeien uit de buitenlandse geboorteakte in Nederland worden erkend?

Uitspraak

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 19-7655

Zaaknummer: C/09/582084

Datum beschikking: 17 december 2021

Beschikking op het op 7 oktober 2019 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] en [verzoekster] ,

verzoekers, dan wel verzoeker en verzoekster,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. M.M. Schoots te Amsterdam.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente 1] ,

zetelend te [plaats 1] ,

de ambtenaar,

en, onder voorbehoud: [naam draagmoeder] ,

wonende te Georgië,

hierna: de draagmoeder.

1 De procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief van 11 december 2019, met bijlagen, van verzoekers;

- het faxbericht van 18 december 2019, met bijlage, van verzoekers;

- de brief van 6 februari 2020 van de ambtenaar;

- het rapport van 7 februari 2020 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna ook: de Raad), met bijlagen, met kenmerk [kenmerk] ;

- het e-mail bericht van de Raad van 12 maart 2020;

- de brief van de Raad van 16 juni 2021;

- de brief van 30 juni 2021 van verzoekers.

1.2.

Op 1 juli 2021 is de zaak ter videozitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekers, bijgestaan door hun advocaat, de ambtenaar in de persoon van [naam ambtenaar 1] en [naam ambtenaar 2] en namens de Raad [medewerker RvdK] .

1.3.

Van de draagmoeder is alleen bekend dat zij in Georgië woont, verder zijn geen adresgegevens van haar bekend. De draagmoeder is opgeroepen per Staatscourant van 22 april 2021. De draagmoeder is niet ter zitting verschenen.

1.4.

De rechtbank heeft op 5 november 2021 een tussenbeschikking gewezen. Hierin heeft zij overwogen voornemens te zijn prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Verzoekers en de ambtenaar zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Zij hebben dit op 22 november 2021 respectievelijk 17 november 2021 gedaan. De rechtbank zal hierna, voor zover noodzakelijk, op die reacties ingaan. In verband met publicatie van deze beschikking zal de rechtbank in deze beschikking (vrijwel) integraal herhalen hetgeen zij in de beschikking van 5 november 2021 heeft overwogen.

2 Kern van de zaak

2.1.

In deze zaak gaat het om Nederlandse echtgenoten (hierna ook: de wensouders) die niet op eigen kracht een kind hebben kunnen verwekken. Zij hebben ervoor gekozen om hun kinderwens in het buitenland, via hoogtechnologisch draagmoederschap, te realiseren. Van de geboorte van het kind is in het buitenland een geboorteakte opgemaakt. De wensouders zijn daarin als ouders vermeld. Zij wonen nu met het kind in Nederland. Zij willen ook in Nederland als ouders met gezag kunnen functioneren, maar kunnen dat op dit moment nog niet.

2.2.

In Nederland zijn geen wettelijke regelingen voorhanden die de rechtsgevolgen van draagmoederschap regelen. Internationale regelingen ontbreken evenzeer. Dit plaatst de rechtbank voor diverse rechtsvragen, die vooral gelegen zijn op het gebied van het internationaal privaatrecht. De rechtbank zal daarom aan de Hoge Raad prejudiciële vragen stellen.

3 Feiten

De volgende feiten zijn van belang.

3.1.

Verzoekers, die de Nederlandse nationaliteit hebben, zijn met elkaar gehuwd.

3.2.

Verzoekers hebben hun kinderwens niet op eigen kracht kunnen verwezenlijken en zij hebben gekozen voor draagmoederschap in combinatie met eiceldonatie.

3.3.

Verzoekers hebben de draagmoeder bereid gevonden om via deze methode een kind te dragen. De draagmoeder heeft de Georgische nationaliteit en zij is ongehuwd.

3.4.

Op 26 oktober 2018 is te [gemeente 2] tussen verzoekers, de draagmoeder en de eiceldonor [naam eiceldonor] (hierna de eiceldonor), via een Power of Attorney, een ‘Agreement on donation and on the service of transplantation and bringing up of embryo into the uterus of a surrogate mother’ tot stand gekomen. De overeenkomst houdt onder meer vergoedingen in voor de eiceldonor en voor de draagmoeder.

3.5.

De draagmoeder is op [datum 13] 2018 door [onderzoekscentrum] in [gemeente 2] psychologisch onderzocht en ze is in orde bevonden

om draagmoeder te zijn. De beoordeling houdt onder meer in dat zij zich ervan bewust is dat verzoekers de wettige ouders van het kind zijn, dat zij niet wenst voor het kind te zorgen en op geen enkele manier een rol in het leven van het kind wenst te spelen en geen ouderlijk gezag over het kind wenst te hebben.

3.6.

Op [datum 1] 2019 is door de directeur van het [IVF-centrum] in [gemeente 2] schriftelijk verklaard dat voor verzoekers een IVF-procedure is uitgevoerd en dat er embryo’s zijn ontstaan uit het sperma van verzoeker en de eicel van de eiceldonor en dat op [datum 2] 2018 de embryo’s zijn geplaatst in de baarmoeder van de draagmoeder, dat de zwangerschap is geslaagd en dat de bevalling is uitgerekend op vermoedelijk [datum 3] 2019.

3.7.

Tijdens de zwangerschap heeft de draagmoeder op [datum 4] 2019 schriftelijk verklaard dat zij verzoeker toestemming geeft tot erkenning van het ongeboren kind waarvan zij zwanger is en dat zij ermee instemt dat het kind de geslachtsnaam van verzoeker zal dragen. Deze verklaring is op dezelfde dag ten overstaan van een Georgische notaris notarieel vastgelegd.

3.8.

Op [datum 5] 2019 hebben verzoekers schriftelijk aan de Raad bericht dat zij na hun huwelijk erg graag samen een kind wilden, dat dit op medische gronden niet mogelijk was en dat zij een draagmoeder hebben gevonden, dat verzoeker het kind binnenkort zal erkennen en dat de draagmoeder daaraan meewerkt. Zij hebben tot slot geschreven met deze brief volledige openheid van zaken te hebben willen geven en dat zij, zodra ze met de baby in Nederland zijn, contact zullen opnemen.

3.9.

De Raad heeft verzoekers op [datum 6] 2019 schriftelijk als volgt geantwoord. Als verzoeker erin slaagt de ongeboren vrucht te erkennen is het niet nodig dat de Raad een onderzoek doet inzake de plaatsing van een kind onder de zes maanden. Wel is het belangrijk dat verzoekers zich voor de geboorte van het kind aanvullend laten voorlichten door de Fiom en een advocaat zoeken. Het is namelijk de ervaring dat tussen Nederland en o.m. Georgië een verschil van inzicht wat betreft de op te maken geboorteakte bestaat. In Georgië is de kans groot dat verzoekster en haar man op de geboorteakte komen te staan terwijl dit vanuit Nederland de vrouw moet zijn waaruit het kind geboren is. En daarmee is er dan, vanuit het Nederlands recht gezien, sprake van verduistering van staat. In een dergelijke situatie is de kans groot dat er geen BSN-nummer, inschrijving bij een ziektekostenverzekering, afgifte van visum/paspoort plaats gaan vinden. In een latere fase kan de Raad nog worden gevraagd aanvullend onderzoek te doen.

3.10.

Op [datum 7] 2019 heeft de draagmoeder verzoeker (aangeduid als erkenner) schriftelijk gemachtigd om bij de geboorte van het kind de achternaam van verzoeker toe te kennen. Haar handtekening is door een Georgische notaris gelegaliseerd. Het notariële stuk is verder van een apostille voorzien.

3.11.

Op [datum 8] 2019 heeft verzoeker, blijkens de daarvan opgemaakte akte, ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand te [plaats 1] met voormelde toestemming van de draagmoeder elk kind waarvan zij op dat moment zwanger was erkend.

3.12.

Op [datum 9] 2019 heeft [naam directeur] , directeur [naam kliniek] , volgens de daarvan gemaakte vertaling, schriftelijk verklaard dat de draagmoeder op [geboortedatum 1] 2019 in de kliniek is bevallen van een kind genaamd [naam minderjarige] . De ouders zijn verzoekers. Het kind verblijft momenteel met verzoekers in een VIP-kamer in de kliniek. Na ontslag uit de kraamkliniek zullen de ouders en het kind nog tijdelijk in [gemeente 2] verblijven voor ze uiteindelijk naar Nederland vertrekken. De originele verklaring van [naam directeur] is voorzien van een echtheidsverklaring en een apostille.

3.13.

De originele Georgische geboorteakte van de minderjarige, voorzien van een echtheidsverklaring en een apostille, houdt volgens de vertaling, voor zover van belang, in:

Voornamen: [voornaam minderjarige]

Achternaam: [geslachtsnaam minderjarige]

Geboortedatum: [geboortedatum 1] 2019

( [geboortedatum 1] negentien)

Geboorteplaats: [gemeente 2] , Georgië

Persoonsnummer: --

Datum inschrijving van geboorte: [datum inschrijving] .2019

Geslacht: mannelijk

Nationaliteit: --

Inschrijvingsnummer geboorte: [nummer]

OUDERS

Vader: [verzoeker]

Moeder: [verzoekster]

Persoonsnummer: --

Nationaliteit: Nederlandse

Afgegeven op: [datum inschrijving] .2019

Door: Kantoor [gemeente 2] van het Bureau Burgerlijk

Register

3.14.

Op [datum 10] 2019 heeft de draagmoeder schriftelijk een verklaring van afstand van ouderschap en ouderlijk gezag getekend. Zij heeft voor zover van belang het volgende verklaard. Zij geeft toestemming voor de adoptie van de minderjarige door verzoekster. De reden voor de instemming met het adoptieverzoek ligt in het feit dat zij altijd de intentie heeft gehad dat verzoekster de wettige moeder van de minderjarige zou worden en dat zij nooit gewenst heeft de minderjarige te verzorgen. Zij beseft volledig wat de gevolgen zijn van het ondertekenen van de adoptieaanvraag, namelijk dat de familieband die tussen haar als de wettige moeder naar Nederlands recht en de minderjarige bestaat, ophoudt te bestaan. Ze is akkoord met het verzoek van verzoeker om hem het enige gezag over de minderjarige toe te kennen omdat het kind niet bij haar woont, zij twee eigen kinderen met haar partner heeft en een compleet gezin heeft. Wanneer de minderjarige een reisdocument ontvangt zal hij met verzoekers in Nederland gaan wonen, waarmee zij volledig instemt, en door hen verzorgd en opgevoed worden. Zij heeft tot slot verklaard dat alle besluiten betreffende de minderjarige door verzoekers worden genomen en dat zij er niet bij betrokken is, ondanks dat zij ouderlijk gezag over de minderjarige heeft, maar dat zij ook niet de wens heeft om betrokken te zijn. Ze beschouwt verzoekers als ouders en wenst niet in het leven van de minderjarige betrokken te zijn, nu niet noch in de toekomst. Deze verklaring is notarieel vastgelegd en voorzien van een echtheidsverklaring en een apostille.

3.15.

De draagmoeder heeft op [datum 10] 2019 voorts schriftelijk ingestemd met de aanvraag voor een reisdocument voor de minderjarige en het uitreizen van de minderjarige naar Nederland.

3.16.

Vanaf zijn geboorte heeft de minderjarige met verzoekers in het ziekenhuis in [gemeente 2] verbleven. Vervolgens hebben de ouders de minderjarige meegenomen naar hun tijdelijke adres in [gemeente 2] . Vanaf zijn geboorte is de minderjarige dus door verzoekers verzorgd en opgevoed.

3.17.

Op [datum 11] 2019 zijn verzoekers met de minderjarige naar Nederland afgereisd en sindsdien verblijven zij als gezin in [woonplaats] .

3.18.

Uit het door Verilabs op [datum 12] 2019 opgemaakte rapport volgt dat het tussen verzoeker en de minderjarige uitgevoerde verwantschapsonderzoek bevestigend is en dat praktisch bewezen is dat de verzoeker de biologische vader is van de minderjarige.

4 Het verzoek en het verweer

5 De beoordeling

6 De beslissing