Home

Rechtbank Den Haag, 12-01-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:1931, C/09/601610 / KG ZA 20/1021

Rechtbank Den Haag, 12-01-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:1931, C/09/601610 / KG ZA 20/1021

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12 januari 2021
Datum publicatie
8 maart 2021
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:1931
Zaaknummer
C/09/601610 / KG ZA 20/1021

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Motivering van de gunningsbeslissing.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/601610 / KG ZA 20/1021

Vonnis in kort geding van 12 januari 2021 (bij vervroeging)

in de zaak van

Rohde & Grahl B.V. te Amersfoort,

eiseres,

advocaten mrs. C.R.V. Lagendijk en A.F. de Jong te Rotterdam,

tegen:

de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Directoraat Generaal Rijkswaterstaat) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. A.C.M. Remmé en F.J. Lewis te Utrecht,

waarin is tussengekomen:

Drentea Kantoormeubelen B.V. te Emmen,

advocaat mr. M.J.F. Nuijens te Groningen.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘R&G’, ‘de Staat’ en ‘Drentea’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging;

- de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 januari 2021. Ter zitting is vonnis bepaald op 20 januari 2021, maar na aankondiging is dit vonnis vandaag uitgesproken.

2 Het incident tot tussenkomst c.q. voeging

2.1.

Drentea heeft (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen R&G en de Staat. Ter zitting hebben R&G en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Drentea is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

De Staat heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor de opdracht tot het leveren, onderhouden en repareren van meubilair. Het gunningscriterium is de beste prijs-/kwaliteitverhouding. De opdracht is verdeeld in drie percelen. In deze zaak gaat het om perceel 2: “Plaat en standaard vergadermeubilair” (hierna: de opdracht).

3.2.

Onder meer R&G en Drentea hebben tijdig een inschrijving ingediend voor de opdracht. Op 9 oktober 2020 heeft de Staat aan R&G bericht voornemens te zijn de opdracht aan Drentea te gunnen. De brief bevat een tabel met de inschrijfprijzen en scores op de subgunningscriteria van alle geldige inschrijvers en een toelichting op de scores van R&G. Uit de tabel volgt dat de inschrijving van Drentea op alle vier de subgunningscriteria de maximale score van een 10 heeft gescoord (“uitstekend”) en de inschrijving van R&G voor drie subgunningscriteria een 8 (“goed”) en voor één subgunningscriterium een 10. Daarnaast vermeldt de brief:

Motivering winnende inschrijver

De winnende Inschrijving scoorde op gunningscriterium 1 beter op de concrete uitwerking en effectiviteit van de maatregelen om de continuïteit en tijdigheid te borgen en piekbelastingen goed te kunnen managen.

De winnende Inschrijving scoorde op gunningscriterium 2 beter op het smart omschrijven van de klachtenprocedure en de maatregelen om te borgen dat de sleutelfunctionarissen passen bij de Deelnemer.

De winnende Inschrijving scoorde op gunningscriterium 3 beter op de concreetheid en SMART beschrijving van het afwegingskader en het businessmodel.”

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing