Rechtbank Den Haag, 21-04-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:4312, C/09/607243 / KG ZA 21-133
Rechtbank Den Haag, 21-04-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:4312, C/09/607243 / KG ZA 21-133
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 april 2021
- Datum publicatie
- 28 april 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:4312
- Zaaknummer
- C/09/607243 / KG ZA 21-133
Inhoudsindicatie
aanbesteding gladheidbestrijding binnen het coördinatiegebied Noord-Brabant West en Midden-Nederland. Winnende inschrijver op 3 percelen heeft ongeldige inschrijving gedaan door niet per perceel een inschrijvingsbiljet in te dienen. Aanbestedende dienst dient gunningsbeslissing ten aanzien van die drie percelen in te trekken en als hij nog tot gunning wenst over te gaan deze percelen aan eisende partij te gunnen.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/607243 / KG ZA 21-133
Vonnis in kort geding van 21 april 2021
in de zaak van
1 STRUKTON CIVIEL ZUID B.V. te Breda,
2. BALLAST-NEDAM ROAD SPECIALTIES B.V. te Leerdam,
eisers,
advocaat mr. M.M. Fimerius te Rijswijk,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, Rijkswaterstaat Programma’s, Projecten en Onderhoud)
te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. A.C.M. Remmé en F.J. Lewis te Utrecht,
waarin is tussengekomen:
GMR B.V. te Geervliet,
advocaat mr. F.R.H. Kuiper te Hattem.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘De Combinatie’, ‘RWS’ en ‘GMR’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 februari 2021, met producties;
- de brief van mr. Fimerius van 2 april 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord van de Staat;
- de incidentele conclusie tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de conclusie van antwoord van GMR;
- de op 7 april 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Vonnis is uiteindelijk, na mededeling aan partijen, bij vervroeging bepaald op heden.
2 Het incident tot tussenkomst/voeging
GMR heeft primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen de Combinatie en RWS dan wel subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van RWS. Ter zitting hebben de Combinatie en RWS verklaard geen bezwaar te hebben tegen de primair gevorderde tussenkomst. GMR is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.