Home

Rechtbank Den Haag, 25-05-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:5316, C/09/611471 / FT RK 21/358 HO C/09/612393 / FT RK 21/410 HO C/09/611754 / FT RK 21/377 HO

Rechtbank Den Haag, 25-05-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:5316, C/09/611471 / FT RK 21/358 HO C/09/612393 / FT RK 21/410 HO C/09/611754 / FT RK 21/377 HO

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25 mei 2021
Datum publicatie
25 mei 2021
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:5316
Zaaknummer
C/09/611471 / FT RK 21/358 HO C/09/612393 / FT RK 21/410 HO C/09/611754 / FT RK 21/377 HO
Relevante informatie
Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 376, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 42a

Inhoudsindicatie

WHOA: afkondiging afkoelingsperiode ex art. 376 Fw, aanwijzing herstructureringsdeskundige ex art. 371 Fw, afwijzing machtiging ex art. 42a Fw

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventie – meervoudige kamer

Beschikking op grond van artikelen 376, 371 en 42a Fw

rekestnummers : C/09/611471 / FT RK 21/358 HO

C/09/612393 / FT RK 21/410 HO

C/09/611754 / FT RK 21/377 HO

uitspraakdatum : 25 mei 2021

beschikking op de ingekomen verzoekschriften van 3 en 10 mei 2021, met bijlagen, in de zaak van:

de naamloze vennootschap

N.V. ADO Den Haag,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

verzoekster,

advocaten: mr. R.J. van Galen en mr. P.D. Olden te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Verzoekster heeft op 3 mei 2021 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) gedeponeerd.

1.2.

Op 3 mei 2021 heeft verzoekster een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw en het aanwijzen van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 Fw.

1.3.

Op 10 mei 2021 heeft verzoekster een verzoekschrift ingediend waarin wordt verzocht een machtiging te geven zoals bedoeld in artikel 42a Fw voor het aangaan van een transferovereenkomst met voetbalclub S.C. Heerenveen B.V. met betrekking tot speler M. van Ewijk.

1.4.

De verzoeken zijn op 11 mei 2021 door middel van een videoverbinding behandeld. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- de heer M. Hamdi, zelfstandig bevoegd bestuurder van verzoekster;

- de heer J. Wildemans, financieel directeur van verzoekster;

- de heer S.J. Swart, lid van de raad van commissarissen van verzoekster;

- de heer R. Florisson, communicatieadviseur van verzoekster;

- de heer M.F. Schenkels, lid van de raad van commissarissen van verzoekster;

- mr. R.J. van Galen.

1.5.

De rechtbank heeft ter zitting de uitspraak bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Verzoekster is een betaald voetbalclub gevestigd in Den Haag. Alle gewone aandelen worden sinds 2015 gehouden door de in China gevestigde vennootschap naar Chinees recht United Vansen International Sports Co. Ltd (hierna: UVS). Daarnaast houdt de vereniging Haaglandse Football Club ‘Alles Door Oefening Den Haag’ (HFC) één bijzonder aandeel. HFC is tevens houder van de betaald voetballicentie van verzoekster die door de KNVB is verstrekt. De Stichting Toekomst ADO, opgericht door de gemeente Den Haag, houdt één prioriteitsaandeel.

2.2.

Ter dekking van het liquiditeitstekort over het seizoen 2020/2021 (van 1 juli 2020 tot 1 juli 2021) heeft de (groot)aandeelhouder van UVS, Jiahua Oriental Holdings (Group) Co. Ltd (hierna: Jiahua) een Liquidity Guarantee ter grootte van € 3 miljoen verstrekt. Door kostenbesparende maatregelen is het liquiditeitstekort teruggebracht tot € 2 miljoen. Verzoekster heeft geen betaling onder de Liquidity Guarantee ontvangen en heeft in kort geding gevorderd dat UUV en Jiahua op basis van de verstrekte garantie worden veroordeeld tot betaling van € 2 miljoen. Bij kort geding vonnis van 26 april 2021 van de rechtbank Den Haag zijn UVS en Jiahua hoofdelijk veroordeeld tot betaling van dit bedrag.

2.3.

Tussen verzoekster en S.C. Heerenveen B.V. is een transferovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de speler M. van Ewijk. Deze voorziet in een binnen één werkdag na ondertekening door verzoekster te ontvangen directe vergoeding en een additionele vergoeding die verzoekster toekomt bij een toekomstige transfer van de speler van S.C. Heerenveen B.V. naar een andere betaald voetbalorganisatie. Tevens is overeengekomen dat S.C. Heerenveen B.V., “voor de (snelle) betaling in 1 termijn” van de directe vergoeding, recht heeft op een betalingskorting van € 40.000,- indien de speler bij S.C. Heerenveen zijn debuut maakt in een officiële wedstrijd (met een minimale speeltijd van 1 minuut).

3 Het verzoek en de standpunten van verzoekster

3.1.

Verzoekster verzoekt:

A. een afkoelingsperiode af te kondigen voor de duur van vier maanden en te bepalen dat gedurende de afkoelingsperiode:

 elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van verzoekster behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van verzoekster bevinden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank; en dat

 de behandeling van enig door een schuldeiser ingediend verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst;

B. mr. J.J. Reiziger of mr. M. Windt als herstructureringsdeskundige aan te wijzen;

C. een machtiging te geven voor het aangaan van een transferovereenkomst.

3.2.

Verzoekster stelt dat zij ernstig financieel is getroffen door de gevolgen van de coronapandemie. Over het seizoen 2020/2021 (van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021) is door kostenbesparende maatregelen het liquiditeitstekort teruggebracht tot € 2 miljoen. Jiahua is de Liquidity Guarantee niet nagekomen. Verzoekster verwacht niet dat UVS en Jiahua vrijwillig zullen voldoen aan het kort geding vonnis van 26 april 2021 en zij betwijfelt of het vonnis ten uitvoer kan worden gelegd.

3.3.

Door het uitblijven van de aanvullende financiering van de aandeelhouder is op dit moment sprake van een nijpend liquiditeitstekort. Dit liquiditeitstekort berekent verzoekster over de periode mei 2021 tot en met augustus 2021 op een bedrag van circa € 630.000,-. Gesprekken met investeerders hebben tot op heden niets opgeleverd. Verzoekster verkeert in een toestand waarin redelijkerwijs aannemelijk is dat zij zonder financiële herstructureringsmaatregelen niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Zonder dergelijke maatregelen is een faillissement het meest realistische scenario. Verzoekster wenst dit te voorkomen door aan haar schuldeisers en aandeelhouders een WHOA-akkoord aan te bieden.

3.4.

Volgens verzoekster is een afkoelingsperiode van vier maanden nodig om haar de noodzakelijke adempauze te geven om een WHOA-akkoord tot stand te brengen en de onderneming in deze periode te kunnen blijven voortzetten. Verzoekster heeft – naast schulden uit leningsovereenkomsten – per 2 mei 2021 een reguliere schuldenlast van ongeveer € 3,9 miljoen in totaal verdeeld over circa 150 handelscrediteuren. De vrees bestaat dat zonder afkoelingsperiode de schuldeisers verhaalsacties zullen ondernemen.

3.5.

Verzoekster meent dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers zijn gediend bij de afkondiging van een afkoelingsperiode en dat derden tegenover wie de afkoelingsperiode werkt niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad. Verzoekster stelt dat zij in de kern een levensvatbare onderneming is en dat de waarde van haar onderneming bij een herstructurering via een WHOA-akkoord hoger zal zijn dan bij een faillissement. Een faillissement zal leiden tot het verlies van de licentie betaald voetbal en juist bij een voetbalclub ligt een groot deel van de waarde in ‘de club’ als geheel, aldus verzoekster.

3.6.

Ten aanzien van het verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige stelt verzoekster dat wordt voldaan aan de criteria die voor de toewijzing van dat verzoek gelden. Volgens verzoekster verkeert zij in de toestand als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw en is dit verzoek niet strijdig met de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. Verzoekster draagt een tweetal personen voor als aan te wijzen herstructureringsdes-kundigen.

3.7.

Verzoekster stelt dat de uit de transferovereenkomst met S.C. Heerenveen B.V. te ontvangen gelden nodig zijn, en gebruikt zullen worden, om tijdens het akkoordtraject lopende verplichtingen te voldoen. Dit verzoek wordt ingegeven door de wens van verzoekster en S.C. Heerenveen om zekerheid te krijgen dat de transferovereenkomst niet op een later moment kan worden vernietigd met een beroep op artikel 42 Fw. De door verzoekster onder de transferovereenkomst te ontvangen waarde – bestaande uit een directe vergoeding en een eventuele additionele vergoeding – is volgens verzoekster meer dan marktconform.

4 De beoordeling

5 De beslissing