Rechtbank Den Haag, 05-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:6811, C/09/612300 / KG ZA 21/484
Rechtbank Den Haag, 05-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:6811, C/09/612300 / KG ZA 21/484
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 juli 2021
- Datum publicatie
- 5 juli 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:6811
- Zaaknummer
- C/09/612300 / KG ZA 21/484
Inhoudsindicatie
Eigenaar moet ADO Den Haag twee miljoen euro betalen
De rechtbank in Den Haag heeft vandaag het vonnis van 26 april 2021 bekrachtigd, waarin United Vansen, aandeelhouder van voetbalclub ADO Den Haag, bij verstek is veroordeeld tot het betalen van twee miljoen euro.
Verzet
United Vansen heeft tegen het vonnis van 26 april 2021 verzet ingesteld. Dit betekent dat de zaak is heropend en United Vansen alsnog verweer heeft gevoerd tegen de vordering van ADO Den Haag. De voorzieningenrechter oordeelt dat dit verweer niet slaagt en dat uiterst aannemelijk is dat United Vansen zich op basis van een overeenkomst heeft verplicht om aan ADO Den Haag een geldlening van twee miljoen euro te verstrekken.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/612300 / KG ZA 21/484
Vonnis in verzet in kort geding van 5 juli 2021
in de zaak van
de vennootschap naar vreemd recht
UNITED VANSEN INTERNATIONAL SPORTS CO. LTD., te Beijing, Volksrepubliek China,
opposant,
advocaat mr. A. Rosielle te Amsterdam,
tegen:
N.V. ADO DEN HAAG, te Den Haag,
geopposeerde,
advocaat mr. M. Verberkmoes-Cota te Den Haag.
Partijen worden hierna aangeduid als UVS en ADO.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van ADO van 14 april 2021, met producties (hierna: de verstekdagvaarding);
- het op 26 april 2021 door de voorzieningenrechter van deze rechtbank in kort geding tussen partijen gewezen verstekvonnis, met zaak- / rolnummer C/09/610277 / KG ZA 21-345 (hierna: het verstekvonnis);
- de verzetdagvaarding van UVS van 25 mei 2021, met producties (hierna: de verzetdagvaarding);
- de brief van mr. Verberkmoes-Cota van 17 juni 2021, met één productie;
- de op 21 juni 2021gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
ADO is een betaald voetbalorganisatie.
Sinds 27 januari 2015 is UVS houder van alle gewone aandelen in het kapitaal van ADO.
De aandelen in UVS worden gehouden door de vennootschap naar buitenlands recht Jiahua Oriental Holdings (Group) Co. Ltd. (hierna: JIAHUA) en de heer [X] (hierna: [X]).
Tot september 2020 was [X] zelfstandig bevoegd bestuurder van UVS.
Voorafgaand aan ieder voetbalseizoen moeten professionele voetbalclubs een sluitende liquiditeitsbegroting bij de KNVB indienen om hun licentie betaald voetbal te kunnen behouden. Medio 2020 heeft ADO haar liquiditeitsbegroting voor het voetbalseizoen 2020/2021 (van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021) opgesteld. Daaruit bleek een tekort van € 3 miljoen. Om het seizoen uit te kunnen spelen zou ADO dus een bedrag van € 3 miljoen, op het moment dat het nodig zou zijn, gefinancierd moeten krijgen.
Op 25 juli 2020 heeft JIAHUA een Liquidity Guarantee afgegeven ten behoeve van ADO. Uit hoofde daarvan was JIAHUA gehouden om het bedrag dat uiteindelijk als tekort in de liquiditeitsbegroting zou ontstaan, tot een maximum van € 3 miljoen, ter beschikking te stellen aan ADO. De Liquidity Guarantee bevat een rechtskeuze voor Nederlands recht en een forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam
Begin 2021 had ADO in de liquiditeitsbegroting nog een tekort van € 2.000.000.
Bij e-mailbericht van 9 februari 2021 heeft [X], voor zover nu van belang, het volgende geschreven aan ADO:
“Dear Shareholders and Members of the Supervisory Board,
As you all are aware that tomorrow is the deadline for the 2 million Euro guarantee payment promised by UVS and Jiahua. Unfortunately, I have to inform you that this payment cannot be delivered on time.
In the past weeks, I personally together with [Y], on behalf of UVS and ADO, have been in close communication with Jiahua. Jiahua is fully aware of the current critical situation of ADO; however, due to the tact that the COVID pandemic is still damaging the economy of China magnificently, Jiahua, being a shareholder of a listed company, is also taking on a huge impact on its own financial position. We received a clear message from Jiahua yesterday, that they are not capable of providing the agreed payment of 2 million euro until the company's financial position gets better in the near future, presumably in March.
This is a big challenge for all of us, especially we know how hard the management team has worked in the past months to keep ADO 'alive' up to this date. So in order to keep supporting ADO as we always did as the majority shareholder, as ADO is a very important investment project that we cannot fail, I came up with a contingency plan to raise 1 million Euro by February 23 through my personal channels. This has been discussed with the MB, and it has been confirmed that if this 1 million payment
can be made on or before February 23, ADO's liquidity position will stay healthy until March. As for the residual payment, we will come up with a solution after Chinese New Year, to make sure ADO will have enough cash flow until the end of the season, either from Jiahua or our own sources.
(...)”
Op 22 februari 2021 heeft [X] aan ADO, kort gezegd, laten weten dat UVS en JIAHUA niet langer bereid waren om in ADO te investeren en dat wordt gesproken met potentiële kopers van de aandelen in ADO.
Begin maart 2021 hebben UVS en ADO onderhandelingen gevoerd over de tekst van een Subordinated Loan Agreement, waarin UVS werd aangeduid als “Subordinated Lender” en ADO als “Borrower”. Artikel 1.1 van deze overeenkomst luidde aanvankelijk als volgt:
“The Subordinated Lender has made available to the Borrower an amount of EUR 2.000.000 (the “Subordinated Loan”), which Subordinated Loan has been transferred to the bank account of Borrower on March 10th by Cosinusgroup BV..”
Hierbij heeft mr. I.J. Janssens, de hierbij betrokken advocaat van ADO, op 8 maart 2021 de volgende opmerking geplaatst:
“This implies the agreement will be signed after the payment of Eur 2.000.000, if it has to be signed before the payment, the clause will have to be inserted that the loan will only be effective the amount of Eur 2.000.000 had been paid on March 10 2021”
Om tegemoet te komen aan deze opmerking, heeft UVS - met instemming van ADO - artikel 1.1. aangepast en artikel 1.3. toegevoegd, als volgt:
“1.1. The Subordinated Lender will be made available to the Borrower in the amount of EUR 2.000.000 (the “Subordinated Loan”), which Subordinated Loan will be transferred to the bank account of Borrower on March 10th by Cosinusgroup BV..”
(...)
The Subordinated Loan will only be effective after Borrower has received the amount as stated in article 1.1.”
Op 9 maart 2021 is de Subordinated Loan Agreement getekend door ADO, UVS en JIAHUA (aangeduid als Guarantor). In de considerans is het volgende vermeld:
A. On August 10th , 2020, Borrower and Guarantor concluded a liquidity guarantee (the "Liquidity Guarantee"), attached hereto as Schedule A, in which they laid down in contract, among other things, the financial commitments of Guarantor towards the Borrower in the years 2020-2021 (the "Commitment") and in which the Guarantor absolutely and unconditionally guaranteed the Commitment.
B. Borrower has invoked on several occasions including on February 26th, 2021 the Liquidity Guarantee for an amount of Euro 2.000.000 (two million euro). On the basis of article 6 of the Liquidity Guarantee, Borrower and Guarantor agreed to discuss whether or not to reimburse the invoked Liquidity Guarantee including the manner and conditions. Parties have agreed that the Liquidity Guarantee for the amount of EUR 2.000.000 (two million euro) will be paid to the Borrower by the Subordinated Lender and to such amount has to be repaid and agreed to establish a subordinated loan agreement to govern payments to the Borrower under the Commitment in respect to the amount of EUR 2.000.000 (two million euro).
C. As a legal person that accommodates professional football activities (the "Activities "), the Borrower is subject to the regulations, guidelines and resolutions of the KNVB, including, but not limited to, the licensing regulations (KNVB Licentiereglement) and the reporting guidelines v2.7 (Richtlijn verslaggeving KNVB modelstaten v2.7) (the "KNVB Reporting Guidelines").
D. The KNVB Reporting Guidelines provide that capital available for the repayment of ordinary creditors is defined as "buffer capital" (weerstandsvermogen). This buffer capital is made up of (i) equity; and (ii) subordinated loans to the extent these loans meet certain requirements that have to become explicitly apparent from the underlying loan agreements.
E. In order to satisfy the Commitment in respect of the amount of EUR 2.000.000 (two million), the Subordinated Lender has agreed to provide a subordinated loan to the Borrower that qualifies as buffer capital, as defined the KNVB Reporting Guidelines. Parties wish to lay down the terms and conditions for this subordinated loan in this subordinated loan agreement (the "Agreement"). This Agreement has been drawn up in accordance with the requirements of the regulations, guidelines and resolutions of the KNVB.”
De Subordinated Loan Agreement bevat een rechtskeuze voor Nederlands recht en een forumkeuze voor de rechtbank Den Haag.
Op 9 maart 2021 heeft UVS haar aandelen in ADO verkocht aan Cosinus Group B.V. (hierna: Cosinus). Daarnaast hebben Cosinus en UVS op dezelfde dag een Loan Agreement gesloten, waarbij deze partijen onder meer zijn overeengekomen dat Cosinus aan UVS een bedrag van € 2.000.000 zal lenen ten behoeve van ADO en dat Cosinus het bedrag rechtstreeks zal betalen aan ADO. Tot zekerheid van de terugbetaling van de heeft Cosinus een pandrecht verkregen op 30% van het aandelenkapitaal van UVS in ADO.
ADO heeft Cosinus verzocht het onder 1.1 van de Subordinated Loan Agreement bedoelde bedrag van € 2.000.000 aan ADO over te maken. Cosinus is echter niet tot betaling overgegaan, naar aanleiding waarvan UVS de onder 2.14 bedoelde koopovereenkomst heeft ontbonden.
3 Het geschil
ADO heeft gevorderd, zakelijk weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I UVS en JIAHUA hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 2.000.000 aan ADO, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 10 maart 2021 tot de dag van algehele voldoening;
II UVS en JIAHUA hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 11.775 aan ADO, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening;
III UVS en JIAHUA hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten, inclusief de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening.
In het verstekvonnis is als volgt beslist:
“3.1. verleent verstek tegen UVS en JIAHUA;
veroordeelt UVS en JIAHUA hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de één tot betaling overgaat, de ander in zoverre zal zijn bevrijd, tot betaling van € 2.000.000,-- aan ADO, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 10 maart 2021 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt UVS en JIAHUA hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de één tot betaling overgaat, de ander in zoverre zal zijn bevrijd, tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 6.775,-- aan ADO, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt UVS en JIAHUA hoofdelijk, dat wil zeggen dat als de één tot betaling overgaat, de ander in zoverre zal zijn bevrijd, om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis de kosten van dit geding aan ADO te betalen, tot dusver aan de zijde van ADO begroot op
€ 5.301,81,--, waarvan € 1.016,-- aan salaris advocaat, € 4.200,-- aan griffierecht en € 85,81 aan dagvaardingskosten, in voorkomende gevallen te vermeerderen met btw;
bepaalt dat UVS en JIAHUA bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zijn;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.”
UVS vordert in deze verzetzaak, zakelijk weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I UVS ontheft van de veroordeling zoals tegen haar uitgesproken bij het verstekvonnis;
II zich onbevoegd verklaart terzake van de vorderingen van ADO uit hoofde van de LG;
III ADO niet-ontvankelijk verklaart in haar vorderingen jegens UVS, althans deze vorderingen afwijst;
IV ADO veroordeelt in de kosten van de procedure, zowel in de verstek- als de verzetprocedure, te vermeerderen met de nakosten.
Hiertoe voert UVS, samengevat, het volgende aan:
-
UVS is geen partij bij de Liquidity Guarantee, zodat er uit die overeenkomst geen verplichtingen voortvloeien voor UVS. Zij kan dus ook niet met JIAHUA hoofdelijk worden veroordeeld tot nakoming van de Liquidity Guarantee;
-
als de Liquidity Guarantee wel verplichtingen in het leven roept voor UVS, dan is de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag niet bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van ADO op grond van deze overeenkomst, nu de Liquidity Guarantee een exclusieve forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam bevat;
-
De Subordinated Loan Agreement is niet tot stand gekomen, omdat de opschortende voorwaarde, dat Cosinus het bedrag van € 2.000.000 zou verstrekken aan ADO, niet is ingetreden;
-
als die voorwaarde wel zou zijn ingetreden, dan rust op UVS hoogstens de verplichting tot het verstrekken van de achtergestelde lening, maar niet tot betaling van een bedrag;
-
het restitutierisico staat in de weg aan toewijzing van de vorderingen van UVS.