Rechtbank Den Haag, 14-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8425, C/09/611914 / KG ZA 21/458
Rechtbank Den Haag, 14-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8425, C/09/611914 / KG ZA 21/458
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 juli 2021
- Datum publicatie
- 2 augustus 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:8425
- Zaaknummer
- C/09/611914 / KG ZA 21/458
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Voor zover eiseres klaagt over de keuze voor een concurrentiegerichte dialoog, het hanteren van het zogenoemde Visiedocument als selectiecriterium en de weging die aan het Visiedocument is toegekend, geldt dat zij haar rechten heeft verwerkt om daarover nog te klagen. Niet kan worden geconcludeerd dat Rijkswaterstaat het Visiedocument van eiseres ten onrechte met 0 punten heeft gewaardeerd.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/611914 / KG ZA 21/458
Vonnis in kort geding van 14 juli 2021
in de zaak van
[eiseres] B.V. te Deest,
eiseres,
advocaat mr. A.C.M. Verhoeven te Rotterdam,
tegen:
de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. I. van der Hoeven te Utrecht.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiseres]’ en ‘de Staat’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding en akte aanvulling gronden en wijziging van eis, met 7 producties;
- de conclusie van antwoord met 3 producties;
- de bij de mondelinge behandeling door beide partijen overgelegde pleitnotities.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 juni 2021. De Staat heeft bezwaar gemaakt tegen de door [eiseres] op 15 juni 2021 ingediende akte met aanvulling van gronden, maar ter zitting heeft de Staat ingestemd met een integrale beoordeling van de standpunten van [eiseres]. Vonnis is bepaald op heden.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Rijkswaterstaat is een Europese aanbesteding gestart volgens de concurrentiegerichte dialoog voor het verlenen van de opdracht voor het project “Renovatie Prinses Marijkesluis” (hierna: het project).
De Aanbestedingsleidraad van 30 maart 2021 noemt als “Stap 1” de aanmelding- en selectiefase, waarin wordt bekeken welke aanmelders mogen worden toegelaten tot het vervolg van de procedure. Het maximum aantal gegadigden dat wordt toegelaten tot “Stap 2” is gesteld op vijf. Bij meer dan vijf aanmeldingen wordt het aantal gegadigden teruggebracht door middel van een selectie op basis van (i) drie selectiecriteria die betrekking hebben op door de aanmelder opgedane ervaring en (ii) het zogenoemde “Visiedocument”. Aanmelders kunnen maximaal 500 punten behalen voor de selectiecriteria over opgedane ervaring gezamenlijk en eveneens maximaal 500 punten voor het Visiedocument.
Tien partijen, waaronder [eiseres], hebben een aanmelding ingediend in de aanbesteding. Op 6 mei 2021 heeft Rijkswaterstaat de zogenoemde rankingbeslissing aan partijen verzonden. [eiseres] is als laatste geëindigd in de ranking. De rankingbeslissing vermeldt dat [eiseres] een score heeft behaald van 500 punten voor de selectiecriteria en van 0 punten voor het Visiedocument.
3 Het geschil
[eiseres] vordert, na wijziging van eis:
primair: Rijkswaterstaat te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en een nieuwe aanbesteding, niet zijnde een procedure volgende de concurrentiegerichte dialoog, uit te schrijven voor het project;
subsidiair:
I. Rijkswaterstaat te verbieden om de inschrijving van [eiseres] uit te sluiten om de reden dat [eiseres] 0 punten heeft behaald voor het Visiedocument;
II. Rijkswaterstaat te gebieden om de inschrijving van [eiseres] te betrekken in de beoordeling voor toelating tot Stap 2;
meer subsidiair:
Rijkwaterstaat te gebieden tot herbeoordeling over te gaan van het selectiecriterium Visiedocument en [eiseres] de gelegenheid te geven haar visie toe te lichten met inachtneming van een nader door Rijkswaterstaat te verstrekken inzicht in zijn visie;
uiterst subsidiair:
Rijkswaterstaat te gebieden tot heraanbesteding over te gaan zonder het selectiecriterium Visiedocument op te nemen;
alles op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Rijkswaterstaat in de proceskosten.
Daartoe voert [eiseres] – samengevat – het volgende aan. Het renoveren van een sluis is geen bijzonder complexe opdracht, zodat Rijkswaterstaat ten onrechte heeft gekozen voor de procedure van de concurrentiegerichte dialoog. De bedoeling van Rijkswaterstaat met het Visiedocument is niet te doorgronden. Het Visiedocument staat niet in (redelijke) verhouding tot het voorwerp van de opdracht. De visie van gegadigden moest worden gerelateerd aan de visie van Rijkswaterstaat, maar naar die visie kan een gegadigde slechts gissen. Daarbij biedt dit selectiecriterium Rijkswaterstaat een ontoelaatbare ruimte bij de beoordeling. Het is dus ten onrechte als selectiecriterium opgenomen. Ook is de weging van dat criterium disproportioneel.
Het is onbegrijpelijk en onbestaanbaar dat het Visiedocument van [eiseres] door Rijkswaterstaat met 0 punten is gewaardeerd. Gelet op de deskundigheid van [eiseres] had zij zonder twijfel als beste uit de bus moeten komen en de beoordeling heeft dus niet objectief plaatsgevonden. [eiseres] heeft met het door haar ingediende Visiedocument ook gehandeld conform de instructies van Rijkswaterstaat.
De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.