Home

Rechtbank Den Haag, 20-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8428, C/09/611850 / KG ZA 21/454

Rechtbank Den Haag, 20-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8428, C/09/611850 / KG ZA 21/454

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 juli 2021
Datum publicatie
2 augustus 2021
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:8428
Zaaknummer
C/09/611850 / KG ZA 21/454

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Voor zover eiseres klaagt over de opzet van de aanbesteding, geldt dat zij haar rechten heeft verwerkt om daarover nog te klagen. Ook het betoog van eiseres dat de winnaar manipulatief en abnormaal laag heeft ingeschreven, slaagt niet.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/611850 / KG ZA 21/454

Vonnis in kort geding van 20 juli 2021

in de zaak van

Fa. Gebr. [eiseres] V.O.F. te Hagestein,

eiseres,

advocaat mr. C.A.M. Lombert te Amsterdam,

tegen:

de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat) te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. F.J. Lewis te Utrecht,

waarin zijn tussengekomen:

1 Bagger- en aannemingsmaatschappij [tussenkomende pij 1] B.V.te Zwolle,

2. Baggerbedrijf [tussenkomende pij 2] B.V. te Sliedrecht,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,

en

Aannemingsmaatschappij [tussenkomende pij 3] B.V. te Amsterdam,

advocaten mrs. J.W.A. Meesters en J.D. Movig te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiseres]’, ‘de Staat’, ‘de Combinatie’ en ‘[tussenkomende pij 3]’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 7 producties;

- de akte houdende een wijziging van eis met productie 8;

- de conclusie van antwoord met 1 productie;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging, van de zijde van de Combinatie;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst van de zijde van [tussenkomende pij 3];

- de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 juli 2021. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De incidenten tot tussenkomst

2.1.

De Combinatie en [tussenkomende pij 3] hebben (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiseres] en de Staat. Ter zitting hebben [eiseres] en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst als zodanig. De Combinatie en [tussenkomende pij 3] zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing