Home

Rechtbank Den Haag, 15-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8507, C/09/611656 / KG ZA 21-445

Rechtbank Den Haag, 15-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8507, C/09/611656 / KG ZA 21-445

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 juli 2021
Datum publicatie
4 augustus 2021
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:8507
Zaaknummer
C/09/611656 / KG ZA 21-445

Inhoudsindicatie

Openbare inschrijving. Afwijzing vorderingen. Schending vormvereiste dat bieding per post moet worden ingediend, maar die schending leidt er niet toe dat de inschrijving ongeldig moet worden verklaard. Geen oneigenlijk concurrentievoordeel. De nadelige gevolgen van ongeldigverklaring zijn onevenredig in verhouding tot de door eiser aangevoerde belangen bij gelijke behandeling en transparantie.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/611656 / KG ZA 21-445

Vonnis in kort geding van 15 juli 2021

in de zaak van

[eiser] te [plaats 1],

handelend onder de naam MELKVEEBEDRIJF [eiser],

eiser,

advocaat mr. R.Th.G. van der Veldt te Leiden,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, meer in het bijzonder het Rijksvastgoedbedrijf) te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr A.L.M. de Graaf en J. Bakker te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

DE MAATSCHAP MELKVEEBEDRIJF [tussenkomende pij] alsmede haar maten [maat 1] en [maat 2] te [plaats 2],

advocaat mr. F.R.H. Kuiper te Hattem.

Eiser wordt hierna aangeduid als ‘[eiser]’, gedaagde als ‘RVB’ en de intervenient als ‘[tussenkomende pij]’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 mei 2021 met producties;

- de door RVB overgelegde conclusie van antwoord;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van de zijde van [tussenkomende pij];

- de op 5 juli 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eiser] en [tussenkomende pij] pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

De vonnisdatum is bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging

[tussenkomende pij] heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiser] en RVB dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van RVB. Ter zitting heeft [eiser] verklaard bezwaar te hebben tegen de tussenkomst, omdat de belangen van [tussenkomende pij] bij een voeging aan de zijde van RVB voldoende zijn gewaarborgd. RVB heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. De voorzieningenrechter is aan het bezwaar van [eiser] voorbij gegaan en heeft [tussenkomende pij] toegelaten als tussenkomende partij. [tussenkomende pij] heeft namelijk voldoende aannemelijk gemaakt dat haar (processuele) belangen mogelijk verschillen van de belangen van RVB. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

RVB heeft een openbare inschrijving zonder voorselectie georganiseerd, waarbij hij met de publicatie van een Biedboek op 10 februari 2021 onder meer Kavel 11 gelegen aan de IJssel ter hoogte van Cortenoever te Brummen, in geliberaliseerde pacht heeft aangeboden. In het biedboek voor Kavel 11 (hierna: het biedboek) is onder meer het volgende opgenomen:

1. Samenvatting

Omschrijving Object

Het Rijksvastgoedbedrijf biedt de volgende kavel in geliberaliseerde pacht aan, (...)

Procedure

De verpachting vindt plaats bij openbare inschrijving zonder voorselectie. (...)

De bieding kan uitsluitend per post in een gesloten enveloppe worden ingediend (...)

4.9

Bieding

4.9.1

De bieding kan uitsluitend per post in een gesloten enveloppe worden ingediend per het volgende postadres:

Van Dijk De Jongh Notarissen

Postbus 195

8250 AD Dronten

En moet uiterlijk 17 maart 2021 om elf uur ’s ochtends ontvangen zijn.

Op de gesloten enveloppe in blokletters vermelden “OI IJSSEL 2021, 17 maart 2021”, eventuele vertragingen en/of gebreken in postbezorging zijn volledig voor rekening en risico van de Bieder.

4.9.2

Biedingen die niet voldoen aan de in dit hoofdstuk vermelde voorwaarden, zijn ongeldig en worden niet geaccepteerd.

4.10

Rol notaris/notariskantoor

De werkzaamheden van de notaris/het notariskantoor (...) zal/zullen zich beperken tot de navolgende werkzaamheden, te weten:

a. Het in ontvangst nemen van per post verzonden enveloppen.

b. (...)

j. Een Bieder kan uitsluitend persoonlijk op het notariskantoor onder overlegging van een geldig legitimatiebewijs navragen of de enveloppe door het notariskantoor is ontvangen, mits zij op hun enveloppe (tevens) hun naam als afzender hebben vermeld.

(...)”

3.2.

Op het inschrijvingsformulier Kavel 11 staat onder meer het volgende:

“U heeft zojuist uw handtekening geplaatst.

Denk dan nog even aan het volgende:

1. De bieding moet in een gesloten enveloppe zijn ontvangen uiterlijk op 17 maart 2021 om 11.00 uur.

(...)

6. De bieding moet in een gesloten enveloppe per post worden verzonden naar: (...)”

3.3.

Zowel [eiser] als [tussenkomende pij] hebben op Kavel 11 geboden. [eiser] heeft zijn inschrijving voor Kavel 11 op 15 maart 2021 om 15:58 uur ter post aangeboden. Vervolgens is zijn inschrijving tijdig op 17 maart 2021 om 7:09 uur per post bezorgd in de hiervoor genoemde postbus van het notariskantoor. [tussenkomende pij] heeft haar inschrijving voor Kavel 11 op 17 maart 2021 vóór 11.00 uur door de dochter van [maat 2] fysiek laten afgeven bij het notariskantoor.

3.4.

RVB heeft op 31 maart 2021 aan [eiser] medegedeeld dat Kavel 11 voorwaardelijk aan hem was gegund.

3.5.

Vervolgens is [tussenkomende pij] opgekomen tegen de voorwaardelijke gunningsbeslissing.

3.6.

Op 22 april 2021 heeft RVB aan [eiser] medegedeeld dat de voorwaardelijke gunning niet werd omgezet in een definitieve gunning. In de beslissing staat onder meer het volgende:

Beoordeling

Op kavel 11 was een bieding niet per post verstuurd, maar (tijdig) afgegeven bij de notaris. Omdat deze bieding niet per post door de notaris was ontvangen, is de bieding aanvankelijk als ongeldig aangemerkt. Onlangs is echter voor het aanbestedingsrecht door de rechter bepaald, dat de voorwaarde dat een bieding uitsluitend per post gedaan mag worden een regel van orde is. Dit betekent dat een bieding die niet per post is ontvangen, maar persoonlijk is afgegeven en overigens geldig is, in zijn geheel als geldig dient te worden aangemerkt. Deze in eerste instantie als ongeldig beschouwde bieding is nader beoordeeld. Deze nadere beoordeling heeft ertoe geleid dat de betreffende bieding alsnog als geldig moest worden aangemerkt.

Een en ander heeft echter consequenties voor uw bieding op kavel 11; deze is nu niet meer de hoogste.

Voorwaardelijke gunning

Nu uw bieding niet (meer) de hoogste is, wordt uw voorwaardelijke gunning niet omgezet in een definitieve gunning. De voorwaardelijke gunning (ook wel gunningsbeslissing genoemd) is nu gedaan aan degene die het hoogste bod heeft uitgebracht na de herbeoordeling van de bieding. (...)”

3.7.

RVB heeft Kavel 11 vervolgens voorwaardelijke gegund aan [tussenkomende pij].

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing