Rechtbank Den Haag, 27-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9156, C/09/612284 KG ZA 21-483
Rechtbank Den Haag, 27-07-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9156, C/09/612284 KG ZA 21-483
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 juli 2021
- Datum publicatie
- 23 augustus 2021
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:9156
- Zaaknummer
- C/09/612284 KG ZA 21-483
Inhoudsindicatie
Kort geding. Europese aanbesteding. De instructie ten aanzien van het bijvoegen van een bepaalde formulier is niet eenduidig. De tegenstrijdigheid heeft ertoe geleid heeft dat de aanmelding van de onderaannemers op verschillende wijzen heeft plaatsgevonden. In dit concrete geval hoeft dat niet te leiden tot uitsluiting van een van de geselecteerde partijen en evenmin tot heraanbesteding.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/612284 KG ZA 21-483
Vonnis in kort geding van 27 juli 2021
in de zaak van
PROTINUS IT B.V. te Houten,
eiseres,
advocaten mrs. L.C. van den Berg en R.D. Chee te Den Haag,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Dienst Uitvoering Onderwijs, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. J.H.C.A. Muller te Den Haag,
waarin is tussengekomen:
COMPUTACENTER B.V. te Amstelveen,
advocaten mrs. P.T.F. Langerak en P.B.J. van Oord te Alphen aan den Rijn.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Protinus’, ‘de Staat’ en ‘Computacenter’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;
- de akte houdende een aanvulling van eis;
- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging van Computacenter;
- de op 13 juli 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Protinus en Computacenter pleitnotities zijn overgelegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging
Computacenter heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Protinus en de Staat dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben Protinus en de Staat verklaard hier geen bezwaar tegen te hebben. Computacenter is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De Staat heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het leveren van Datacentermiddelen en bijbehorende dienstverlening ten behoeve van een aantal organisaties binnen de Rijksoverheid (hierna: de aanbesteding). De aanbesteding ziet op het contracteren van vier leveranciers onder een raamovereenkomst.
Uit het Beschrijvend Document van de aanbesteding (hierna: BD) blijkt dat het gunningcriterium “Beste-prijs-kwaliteitsverhouding” is (paragraaf 3.1.1). Het subgunningscriterium kwaliteit bestaat uit meerdere onderdelen, waarvan voor dit geding relevant is het eerste onderdeel, te weten “Partnerstatussen installed base” (paragraaf 3.3.1). Daarover is onder meer opgenomen:
”De Producten van de Fabrikanten die opgenomen zijn in onderstaande tabel vertegenwoordigen een groot deel van de huidige installed base van de Deelnemer. Om de continuïteit te borgen is het voor de Deelnemers van meerwaarde als Inschrijvers beschikken over goede relaties en afspraken met deze Fabrikanten. Dit kan de Inschrijver aantonen middels een partnerstatus van de betreffende fabrikant.
(...)
Vormvereisten
Inschrijver dient bij Inschrijving middels invulformulier F - 'Partnerstatussen' aan te geven over welke partnerstatussen hij beschikt. Daarnaast dient Inschrijver bij Inschrijving te bewijzen dat hij over de gevraagde partnerstatus beschikt. Uit het aangeleverde bewijs dient ondubbelzinnig te blijken dat de Inschrijver (of in te zetten onderaannemer) beschikt over de gevraagde partner status.
Indien de Inschrijver gebruik maakt van een onderaannemer voor het voldoen aan een gevraagde partnerstatus, dient hij de betreffende onderaannemer(s) bij Inschrijving aan te melden middels invulformulier D - 'Aanmeldformulier onderaannemers'. Op dit formulier dient de onderaannemer te verklaren dat hij binnen de Raamovereenkomst wil optreden voor de Inschrijver.”
Door een potentiële inschrijver is de vraag gesteld “2) Moet je nu wel of niet de beoogde opdrachtnemers opgeven bij inschrijving?” (onderdeel van vraag 139955). Het antwoord hierop luidt, voor zover thans relevant:
“Onderaannemers mogen tevens niet als onderaannemer voor verschillende Inschrijvers fungeren als geen beroep op hun draagkracht wordt gedaan, maar enkel worden ingezet voor de uitvoering van de opdracht. Het Beschrijvend document wordt hierop aangepast. U kunt hierbij denken aan onderaannemers die worden ingezet voor het voldoen aan een bepaalde partnerstatus zoals omschreven in Kl 'Partnerstatussen installed base' en K2 'Partnerstatussen concurrerende oplossingen'. In plaats van het aangeven van deze onderaannemers in deel II D van de UEA, vraagt aanbestedende dienst of u deze onderaannemers aanmeld middels Invulformulier D.”
De verklaring die de ondertekenaar van invulformulier D aflegt, luidt:
“Hierbij verklaart ondergetekende dat: Hij als onderaannemer wil optreden voor bovengenoemde Inschrijver binnen ROAD2021.”
Op invulformulier D staat na de aanhef een invulinstructie die luidt:
“Invulinstructie: Op dit blad geeft u aan van welke onder aannemer(s) u gebruik gaat maken gedurende de uitvoering van de overeenkomst. Voor de volledigheid, op dit formulier hoeven geen derden vermeld te worden, aangezien deze al worden vermeld in het Uniform Europees
Aanbestedingsdocument.
Verder staat in het BD onder meer nog vermeld:
“Inschrijver draagt er zorg voor dat indien hij zich voor de Geschiktheidseisen beroept op de draagkracht van andere entiteiten (derden), hij voor elk van de betrokken derde(n) een afzonderlijk UEA overlegt, zoals bepaald in Deel II onder C van het UEA.” (paragraaf 2.1)
“De Inschrijving moet volledig zijn. Volledig betekent dat alle stukken die ingediend moeten worden, ook feitelijk en compleet worden overgelegd op de in CTM en dit Aanbestedingsdocument voorgeschreven wijze. Een onvolledige Inschrijving wordt uitgesloten van de verdere beoordelingsprocedure, tenzij het ontbreken van bepaalde informatie door de Aanbestedende dienst als een kennelijke omissie wordt aangemerkt.” (paragraaf 4.16.1)
Computacenter heeft bij haar inschrijving een beroep gedaan op partnerstatussen van drie aan haar gelieerde ondernemingen. Zij heeft van ieder van deze ondernemingen een door hen ingevuld en ondertekend UEA aangeleverd. Zij heeft geen invulformulier D ingediend.
Computacenter is op 23 april 2021 schriftelijk geïnformeerd dat zij is geselecteerd als een van de vier raamcontractanten. Protinus is niet geselecteerd. Zij is in de rangorde als vijfde geëindigd.
Bij brief van 5 mei 2021 heeft Protinus twijfels geuit over de beoordeling. Daarop heeft de Staat de score van Computacenter naar beneden bij gesteld. Dat had geen gevolgen voor de ranking.
Op 22 juni 2021 heeft Computacenter desgevraagd de door haar moeder- en zusterondernemingen ondertekende invulformulieren D aan de Staat doen toekomen.