Home

Rechtbank Den Haag, 19-08-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9680, C/09/613428 / KG ZA 21-558

Rechtbank Den Haag, 19-08-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9680, C/09/613428 / KG ZA 21-558

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19 augustus 2021
Datum publicatie
1 september 2021
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:9680
Zaaknummer
C/09/613428 / KG ZA 21-558

Inhoudsindicatie

Aanbesteding leerlingenvervoer. Op aanbestedende dienst rustte geen verplichting om de beoogde winnaar uit te sluiten wegens de toepasselijkheid van een uitsluitingsgrond

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C-09-613428 - KG ZA 21-558

Vonnis in kort geding van 19 augustus 2021

in de zaak van

NOOT TOURINGCAR EDE B.V. te Ede,

eiseres,

advocaat mr. B. Braat te Amsterdam,

tegen:

1 GEMEENTE WASSENAAR te Wassenaar,

2. GEMEENTE VOORSCHOTEN te Voorschoten,

3. WERKORGANISATIE DUIVENVOORDEte Wassenaar,

gedaagden,

advocaten mrs. J.H.J. Bax en A.H. Klein Hofmeijer te Rotterdam,

waarin is tussengekomen:

MUNCKHOF TAXI B.V. te Horst, gemeente Horst aan de Maas,

advocaten mrs. M.G.G. van Nisselroij en J.D.E. van den Heuvel te Venlo.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Noot’, ‘de Aanbestedende Dienst’ en ‘Munckhof’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 14 juni 2021, met producties;

- de door gedaagde overgelegde conclusie van antwoord;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst/voeging;

- de op 12 augustus 2021 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Noot en Munckhof pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst/voeging

2.1.

Munckhof heeft primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Noot en de Aanbestedende Dienst dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Aanbestedende Dienst. Ter zitting hebben Noot en de Aanbestedende Dienst verklaard geen bezwaar te hebben tegen de primair gevorderde tussenkomst. Munckhof is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing