Home

Rechtbank Den Haag, 03-09-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9779, C/09/615579 / FT RK 21/635 HO en C/09/617141 / FT RK 21/722 HO

Rechtbank Den Haag, 03-09-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9779, C/09/615579 / FT RK 21/635 HO en C/09/617141 / FT RK 21/722 HO

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
3 september 2021
Datum publicatie
3 september 2021
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:9779
Zaaknummer
C/09/615579 / FT RK 21/635 HO en C/09/617141 / FT RK 21/722 HO
Relevante informatie
Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 370, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 371, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 42a

Inhoudsindicatie

WHOA: verlenging afkoelingsperiode ex art. 376 lid 5 Fw; afwijzing machtigingsverzoek ex art. 42a Fw voor het aangaan van een kredietovereenkomst

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventie – meervoudige kamer

Beschikking op het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode (artikel 376 lid 5 Fw) en het verzoek tot het afgeven van een machtiging voor een rechtshandeling (artikel 42a Fw).

rekestnummers : C/09/615579 / FT RK 21/635 HO

C/09/617141 / FT RK 21/722 HO

uitspraakdatum : 3 september 2021

beschikking op de ingekomen verzoekschriften van 27 juli en 24 augustus 2021, met bijlagen, in de WHOA-zaak van:

de naamloze vennootschap

N.V. ADO Den Haag,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

advocaten: mrs. R.J. van Galen en R.M. Woudenberg.

1 De procedure

1.1.

ADO Den Haag heeft op 3 mei 2021 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) gedeponeerd.

1.2.

Op 3 mei 2021 heeft ADO Den Haag een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw en het aanwijzen van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 Fw.

1.3.

Op 10 mei 2021 heeft ADO Den Haag een verzoekschrift ingediend waarin wordt verzocht een machtiging te geven zoals bedoeld in artikel 42a Fw voor het aangaan van een transferovereenkomst met voetbalclub S.C. Heerenveen B.V.

1.4.

Op 25 mei 2021 heeft de rechtbank een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 376 Fw afgekondigd, ingaande de datum van die beschikking en tot 1 augustus 2021. Bij diezelfde beschikking heeft de rechtbank mr. J.J. Reiziger tot herstructureringsdeskun-dige aangewezen, en heeft de rechtbank het verzoek inzake de machtiging bedoeld in artikel 42a Fw afgewezen.

1.5.

Op 27 juli 2021 heeft mr. Reiziger, als herstructureringsdeskundige, een verzoekschrift ingediend waarin wordt verzocht om verlenging van de afkoelingsperiode met vier maanden, dus tot en met 30 november 2021.

1.6.

Het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode is op 12 augustus 2021 door middel van een videoverbinding behandeld. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- mr. J.J. Reiziger als herstructureringsdeskundige;

- mr. R.M. Woudenberg als advocaat van ADO Den Haag;

- de heer E. Reijntjes, interim-directeur van ADO Den Haag.

De verdere behandeling van dit verzoek is aangehouden tot 27 augustus 2021 om mr. Reiziger in de gelegenheid te stellen dit verzoek nader toe te lichten naar aanleiding van de veranderingen die zich na indiening van het verzoek hebben voorgedaan. Dit onder meer door het overleggen van een liquiditeitsbegroting en het geven van nadere informatie over een (eventueel) door de gemeente Den Haag (hierna ook: de gemeente) te verstrekken overbruggingskrediet.

1.7.

Op 24 augustus 2021 heeft ADO Den Haag een verzoekschrift ingediend waarin wordt verzocht een machtiging te geven zoals bedoeld in artikel 42a Fw voor het aangaan van een kredietovereenkomst met de gemeente.

1.8.

Bij brief van 24 augustus 2021 met twee bijlagen heeft mr. Reiziger het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode aangevuld. Daarin heeft hij de laatste stand van zaken omtrent de onderhandelingen met potentiële investeerders uiteengezet en het verlengingsverzoek nader toegelicht aan de hand van onder meer een nieuwe liquiditeitsbegroting.

1.9.

De voortgezette behandeling van het verzoek om verlenging van de afkoelingsperiode met vier maanden en de behandeling van het verzoek om een machtiging ex artikel 42a Fw hebben plaatsgevonden 27 augustus 2021 door middel van een videoverbinding. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- mr. J.J. Reiziger en C.B.J. Glas;

- mrs. R.J. van Galen en R.M. Woudenberg;

- de heer E. Reijntjes, interim-directeur van ADO Den Haag;

- de heer J. Wildemans, financieel directeur van ADO Den Haag.

1.10.

De rechtbank heeft de herstructureringsdeskundige en ADO Den Haag voorafgaand aan de zitting van 27 augustus 2021 meegedeeld dat sprake is van wisseling van één van de rechters die bij de zitting van 12 augustus 2021 aanwezig was.

1.11.

De rechtbank heeft ter zitting de uitspraak bepaald op heden.

2 Het verlengingsverzoek van de herstructureringsdeskundige

2.1.

De herstructureringsdeskundige, mr. Reiziger, verzoekt de afgekondigde afkoelings-periode te verlengen voor de duur van vier maanden, dus tot en met 30 november 2021, en te bepalen dat gedurende de afkoelingsperiode elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van ADO Den Haag behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van ADO Den Haag bevinden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, en dat de behandeling van enig door een schuldeiser ingediend verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst.

2.2.

De herstructureringsdeskundige stelt dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers zijn gediend bij een verlenging van de afkoelingsperiode, dat derden tegenover wie de afkoelingsperiode werkt niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad en dat belangrijke voortuitgang is geboekt in de totstandkoming van het akkoord. Dat een langere afkoelingsperiode dan aanvankelijk gedacht nodig is, komt mede doordat een investeerder met wie overeenstemming leek te zijn bereikt, is afgehaakt. Thans zijn er gesprekken gaande met twee andere (groepen van) serieuze investeerders. In het verzoek wordt evenwel uitgegaan van een ‘worst case scenario’, namelijk dat met geen van beide investeerders overeenstemming kan worden bereikt, ADO Den Haag haar zoektocht moet voortzetten en gebruik kan worden gemaakt van een door de gemeente aangeboden krediet. Uitgaande van dit scenario is een liquiditeitsbegroting opgesteld. Volgens deze begroting ontstaat in november 2021 een liquiditeitstekort. Als een nieuwe investeerder de benodigde middelen dan nog niet aan ADO Den Haag beschikbaar heeft gesteld, kan dat tekort worden aangevuld met een geldlening van de gemeente. ADO Den Haag is in de kern nog steeds een levensvatbare onderneming en de waarde van haar onderneming bij een herstructurering via een WHOA-akkoord zal hoger zijn dan bij een faillissement.

3 Het 42a-verzoek van ADO Den Haag

3.1.

ADO Den Haag verzoekt ex artikel 42a Fw een machtiging af te geven voor het aangaan van “de Kredietovereenkomst” met de gemeente en het vestigen van de in de kredietovereenkomst genoemde zekerheden ten behoeve van de gemeente.

3.2.

Ter onderbouwing van haar verzoek stelt ADO Den Haag dat uit een door haar tot en met de maand november 2021opgestelde liquiditeitsprognose blijkt dat zij tot 1 november 2021 zelfstandig aan haar lopende verplichtingen kan blijven voldoen. Naar verwachting zal medio november 2021 haar bankrekening negatief worden. Om dit te voorkomen is noodzakelijk dat ADO Den Haag een overbruggingskrediet aangaat om de onderneming tijdens de voorbereiding van het akkoord te kunnen blijven voortzetten.

3.3.

De gemeente is bereid een overbruggingskrediet van € 500.000,- aan ADO Den Haag ter beschikking te stellen, waarbij onder marktconforme voorwaarden (onder meer een rente van 15%) en tegen verstrekking van zekerheden een tijdelijk liquiditeitstekort wordt gefinancierd. Die zekerheden bestaan uit het ten behoeve van de gemeente vestigen van pandrechten op roerende zaken en bepaalde (bestaande en toekomstige) vorderingsrechten.

3.4.

De voorwaarden waaronder de gemeente bereid is een overbruggingskrediet ter beschikking te stellen zijn opgenomen in een door haar opgesteld concept van een kredietovereenkomst. ADO Den Haag heeft een aantal wijzigingen voorgesteld en partijen zijn nog in onderhandeling over de tekst van de kredietovereenkomst.

3.5.

ADO Den Haag is voornemens de kredietovereenkomst aan te gaan op het moment dat eind september 2021 nog geen overeenstemming is bereikt met een investeerder over de financiering van het akkoord, maar alleen als voldoende perspectief bestaat dat dergelijke overeenstemming alsnog zal worden bereikt. ADO Den Haag hoopt nog steeds binnenkort overeenstemming te bereiken met een investeerder over het (voor)financieren van de lopende verplichtingen. Daaraan stelt zij de eis dat zij die niet hoeft terug te betalen als het akkoord niet tot stand komt. In dat geval zal zij vermoedelijk geen gebruik hoeven te maken van de kredietovereenkomst met de gemeente.

3.6.

De belangen van de gezamenlijke schuldeisers zijn volgens ADO Den Haag gediend bij het aangaan van de kredietovereenkomst en hierdoor worden volgens haar individuele schuldeisers niet wezenlijk in hun belangen geschaad. Het krediet zal uitsluitend mogen worden aangewend voor de financiering van lopende verplichtingen zodat de onderneming kan worden voortgezet tijdens de voorbereiding van het akkoord. Naar verwachting kan de akkoordprocedure niet worden doorlopen als de kredietovereenkomst niet wordt aangegaan. In een faillissement zal naar verwachting geen uitkering aan de preferente en concurrente schuldeisers kunnen plaatsvinden, terwijl dit bij een akkoord anders zal kunnen zijn. Volgens ADO Den Haag strekken de pandrechten uitsluitend tot zekerheid van het krediet.

4 De beoordeling

5 De beslissing