Rechtbank Den Haag, 08-02-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:1060, C/09/21/1003
Rechtbank Den Haag, 08-02-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:1060, C/09/21/1003
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 februari 2022
- Datum publicatie
- 15 februari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:1060
- Zaaknummer
- C/09/21/1003
- Relevante informatie
- Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 383
Inhoudsindicatie
WHOA. Liquidatie-akkoorden van 4 groepsvennootschappen. Afwijzing homologatieverzoek, waardoor ook andere voorwaardelijke verzoeken worden afgewezen. Algemene afwijzingsgronden. Stemtermijn, informatievoorziening, buiten het akkoord gelaten vorderingen van schuldeisers.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team Insolventies – meervoudige kamer
Vonnis op de verzoeken tot homologatie van akkoorden ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet (Fw)
rekestnummers: 622449 FT HO 21/1003, 622453 FT HO 21/1004, 275002 FT RK 21/726 en
630523 FT HO 21.444
uitspraakdatum : 8 februari 2022
in de besloten WHOA-procedures van:
1) [verzoeker sub1] (hierna: ‘[V1]’) te [vestigingsplaats],
2) [verzoeker sub2] (hierna: ‘[V2]’) te [vestigingsplaats],
3) [verzoeker sub3] (hierna: ‘[V3]’) te [vestigingsplaats], en
4) [verzoeker sub4] (hierna: ‘[V4]’) te [vestigingsplaats],
hierna gezamenlijk aangeduid als ‘[X-Vennootschappen]’,
advocaten: mr. E.C. Bos en mr. H.G.G. Winnemuller te Leiden.
1 Inleiding
De [X-Vennootschappen] maken onderdeel uit van de [X Groep]. Met deze WHOA-procedures beogen zij vier afzonderlijk aangeboden akkoorden (hierna: ‘[Akkoorden]’) te laten homologeren en bepaalde duurovereenkomsten op te zeggen. De verzoeken zijn voorwaardelijk ingesteld, te weten onder de voorwaarde dat alle aangeboden akkoorden worden gehomologeerd.
De [X-Vennootschappen] hebben deze rechtbank gezamenlijk verzocht kennis te nemen van alle verzoeken en deze gezamenlijk te behandelen. Daartoe heeft de rechtbank zich bij beschikking van 23 december 2021 bevoegd verklaard op de voet van artikel 369 lid 8 Fw.
Deze WHOA-procedures zijn onderdeel van een herstructurering van de [X Groep]. [X Holding] staat aan het hoofd van deze groep. De bedoeling van de WHOA-procedures is dat de [X-Vennootschappen] worden beëindigd door middel van liquidatieakkoorden. Daarnaast zullen vier andere vennootschappen uit de groep worden beëindigd via turboliquidatie. De gedachte is dat de [X Groep] na de herstructurering weer winstgevend zal zijn.
De Rabobank is onder meer financier van de groep. Alle groepsvennootschappen zijn hoofdelijk aansprakelijk tegenover de Rabobank voor de uitstaande verplichtingen, waaronder de overblijvende verplichtingen van de [X-Vennootschappen]. Rabobank heeft een pandrecht op onder meer roerende zaken en vorderingen op derden.
De herstructurering komt erop neer dat (i) de schulden van de [X-Vennootschappen] ontstaan na 1 oktober 2021 volledig zijn voldaan, (ii) de intercompany schuldeisers van de [X-Vennootschappen] afstand doen van hun vorderingen, (iii) het actief van de [X-Vennootschappen] te gelde wordt gemaakt ten behoeve van de pandhouder, waarbij (voor zover aan de orde) de waarde van goederen die niet op basis van het pandrecht aan de Rabobank kunnen worden toebedeeld aan de Belastingdienst als preferente schuldeiser is toebedeeld en (iv) een bedrag van in totaal € 6 ton voor de preferente en concurrente schuldeisers van de vier [X-Vennootschappen] beschikbaar is gesteld.
De schuldeisers zijn daarbij in vier klassen ingedeeld: de Rabobank als pandhouder, de Belastingdienst als preferent schuldeiser, een klasse van concurrente MKB-schuldeisers en een klasse van overige concurrente (niet-MKB) schuldeisers. In alle akkoordprocedures heeft de Belastingdienst tegengestemd; in de akkoordprocedure van [V3] heeft daarnaast de klasse van overige concurrente schuldeisers tegengestemd.
In het kader van de herstructurering is door [Coöperatie A] (hierna: ‘[A]’), grootaandeelhouder van [X Holding], en de Rabobank financiering verstrekt. Naast voornoemde € 6 ton voor de financiering van het akkoord gaat het hierbij om een bedrag van ruim € 1,6 miljoen voor de totale kosten van de voortzetting van de vier ondernemingen vanaf 1 oktober 2021 en ruim € 7 ton voor de betaling van transitievergoedingen aan afgevloeide werknemers.
De beslissing van de rechtbank in het kort
De rechtbank beoordeelt in dit vonnis eerst de verzoeken in de zaak van [V3].
De rechtbank is van oordeel dat er met betrekking tot het verzoek tot homologatie van het akkoord van [V3] algemene afwijzingsgronden aanwezig zijn. Daarom homologeert zij dit akkoord niet. De rechtbank komt niet toe aan de aanvullende verzoeken van [V3], te weten het opzeggen van 22 duurovereenkomsten en een huurovereenkomst.
Omdat het [V3]-akkoord niet wordt gehomologeerd, komt de rechtbank evenmin toe aan de beoordeling van de verzoeken van [V1], [V2] en [V4] die zijn ingesteld onder de voorwaarde dat alle aangeboden akkoorden worden gehomologeerd.
In de zaak van [V3]
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de op 10 september 2021 gedeponeerde startverklaring;
- het op 10 december 2021 gedeponeerde stemverslag;
- het verzoekschrift met bijlagen;
- de beschikking van 23 december 2021, waarbij deze rechtbank zich bevoegd heeft verklaard kennis te nemen van de verzoeken van de [X-Vennootschappen], een gezamenlijke mondelinge behandeling heeft bepaald en mr. E.A.H. ten Berge als observator heeft aangesteld;
- de brief van 7 januari 2022 met bijlage, waarbij [V3] haar verzoek tot opzegging van overeenkomsten heeft beperkt tot 22 duurovereenkomsten en een huurovereenkomst;
- de begroting van de observator van 5 januari 2022;
- de zienswijze op de begroting van de observator van de [X-Vennootschappen] van 10 januari 2022;
- de beschikking van 11 januari 2022, waarin de rechtbank het budget van de observator heeft vastgesteld;
- de beschikking van 14 januari 2022, waarbij de rechtbank heeft bepaald dat de mondelinge behandeling via een videoverbinding plaatsvindt.
Op 14 januari 2022 heeft mr. J. Bouman namens de Gemeente Uithoorn en de Gemeente Ouder-Amstel een zienswijze bij deze rechtbank ingediend.
Op 15 januari 2022 heeft de observator zijn zienswijze uitgebracht.
Op 17 januari 2022 heeft mr. M.N.A. Littooij namens de gemeente Lelystad een zienswijze bij de observator ingediend, die is doorgezonden naar de rechtbank.
Op 17 januari 2022 hebben de [X-Vennootschappen] een eerste (voorlopige) schriftelijke reactie gegeven op de zienswijze van de observator met bijlage, en op 18 januari 2022 een tweede (aanvullende) reactie met bijlagen op die zienswijze.
Op 17 januari 2022 heeft mr. R.S. van der Spek namens [B] (hierna: [B]) een verzoekschrift ingediend tot afwijzing van het verzoek om beëindiging van de duurovereenkomst tussen [V3] en [B].
Het homologatieverzoek is op 18 januari 2022 ter zitting via een videoverbinding behandeld. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- namens [V3] en de [X-Vennootschappen]: [naam bestuurder 1] en [naam bestuurder 2], indirect bestuurders van [V3], bijgestaan door de advocaten voornoemd en C. van Bragt (CFO), J. Hak (Kruger & Partners) en P.C. van Prooijen (Hermes Advisory);
-mr. E.A.H. ten Berge voornoemd en mr. K.S.L. van Vliet;
- namens [C]: M. van Beek;
- namens [D]: mr. R.W.A. Brunninkhuis;
- namens [E]: mr. R. Berndsen en R. Nuytinck;
-namens [B]: mr. R.S. van der Spek en B. Holtrop;
- namens de gemeenschappelijke regeling [F]: mr. S.M.M. van Dooren;
- namens de gemeente Lelystad: mr. M. Littooij en mr. F. el Houzi;
- namens de gemeente Middelburg: D.J.B. Sakko;
-namens de gemeente Uithoorn en gemeente Ouder-Amstel: mr. J. Bouman en mr. J.M.J. van der Grinten, alsmede B. Willemse;
-namens [G]: mr. L.J. Steenbergen
-namens de Rabobank: [medewerker 1] en [medewerker 2];
- namens [H]: E. Gehlen;
- namens [I] (hierna: ‘[I]’): mr. M.P.C. Bilderbeek en mr. Th.H.A. Teeuwen.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op vandaag.
3 De verzoeken
V3] verzoekt op grond van artikel 383 lid 1 Fw homologatie van het akkoord dat zij heeft aangeboden, op voorwaarde dat alle aangeboden [Akkoorden] worden gehomologeerd. Daarnaast verzoekt zij op grond van artikel 373 lid 1 jo. artikel 383 lid 7 Fw toestemming voor de eenzijdige opzegging van een huurovereenkomst en duurovereenkomsten.
Aan haar verzoeken heeft [V3] het volgende ten grondslag gelegd.
De activiteiten
De [X Groep] is als onderneming actief op de markt van de
huisvuil- en afvalinzameling. [X Holding] staat als holdingvennootschap aan het hoofd van de groep vennootschappen, waar [V1], [V2], [V4] en [V3] onderdeel van uitmaken.
De verslechterde omstandigheden en de beslissing tot liquidatie van groepsonderdelen
De [X Groep] is al enkele jaren verlieslatend. Er is ingegrepen door bezuinigingsoperaties. Er zijn verbeteringen op het gebied van aanbestedingen en de operationele (project)planning doorgevoerd. Over klantencontracten is heronderhandeld.
De COVID-19-epidemie in 2020 zorgde voor verdere negatieve effecten ten aanzien van de planning, besluitvorming, logistiek, vertraagde betalingen door klanten en stijgende staalprijzen. Specifiek voor [V3] gold dat zij werd geconfronteerd met lagere omzetten en gestegen inkoopkosten. Lagere operationele kosten hebben onvoldoende effect gesorteerd, waardoor het operationele resultaat sterk negatief is. [V3] boekte een resultaat voor belastingen per september 2021 van ruim € 2,13 miljoen negatief. Uiteindelijk heeft de [X Groep] besloten de activiteiten van [V3] niet meer tot de kern van de onderneming te laten behoren. Om insolventie van de gehele groep te voorkomen heeft de [X Groep] besloten de verlieslatende [X-Vennootschappen] te beëindigen per 31 december 2021. Met het aanbieden van een onderhands akkoord kunnen de [X-Vennootschappen] buiten faillissement gecontroleerd worden geliquideerd en wordt daarnaast een aantal andere vennootschappen uit de groep geliquideerd.
De akkoorden worden gefinancierd door de Rabobank en [A] onder de opschortende voorwaarde van homologatie. Met deze financiering is ook de exploitatie tijdens het akkoordproces voortgezet en een transitievergoeding aan het personeel van de [X-Vennootschappen] voldaan.
De voortzetting van een deel van de activiteiten door de [X Groep]
Na het voltooien van een succesvolle herstructurering door middel van homologatie van de [Akkoorden] zal de [X Groep] zich concentreren op activiteiten die uitgevoerd worden door [J] en de met haar verbonden dochtermaatschappijen.
De [X Groep] gaat door met de levensvatbare activiteiten van de groep. Bij het akkoord is aangeboden dat een gedeelte van de dienstverlening van [V3] binnen [K] (hierna: [K]) wordt voortgezet. Hiermee wordt niet alleen de schade voor de klanten beperkt, maar wordt aan hen ook comfort en continuïteit geboden, aldus [V3].
De opzegging van duur- en huurovereenkomsten
Ten aanzien van 22 duurovereenkomsten verzoekt [V3] toestemming voor eenzijdige opzegging, omdat de wederpartijen niet met een voorstel voor beëindiging per
31 december 2021 hebben ingestemd. De huurovereenkomst betreft een pand dat [V3] huurt van [naam verhuurder]. Omdat de verhuurder niet akkoord gaat met beëindiging van de huurovereenkomst, verzoekt [V3] toestemming voor eenzijdige opzegging met een opzegtermijn van drie maanden. Voor zowel de duurovereenkomsten als de huurovereenkomst geldt dat vorderingen uit hoofde van schadevergoeding die hieruit op grond van 373 lid 2 Fw voortvloeien, als concurrente vorderingen worden meegenomen in het aangeboden akkoord.
De klassenindeling
Op 10 november 2021 heeft [V3] aan al haar schuldeisers en klanten een ontwerpakkoord aangeboden. Het definitieve akkoord als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw is op 24 november 2021 ter stemming voorgelegd. [V3] heeft daarin de volgende vier klassen onderscheiden:
1: gezekerde schuldeiser (Rabobank),
2: preferente schuldeiser (Belastingdienst).
3a: concurrente MKB-schuldeisers;
3b: concurrente niet-MKB-schuldeisers.
Het aangeboden akkoord
Het voorstel houdt in dat de gezekerde schuldeiser (Rabobank) in klasse 1 de volledige opbrengst ontvangt van de activa die [V3] in zekerheid heeft gegeven. De totale akkoordwaarde bedraagt € 3.059.106. Na aftrek van een bedrag van € 104.608,--, de waarde van deelnemingen (de aandelen zijn namelijk niet verpand), wordt de Rabobank in het akkoord € 2.954.498 aangeboden. De preferente klasse 2 (Belastingdienst) ontvangt € 104.608,--, een uitkering van 7,51% op diens vordering. De concurrente MKB-schuldeisers in klasse 3a ontvangen 20% op hun vordering, en de concurrente niet-MKB-schuldeisers in klasse 3b krijgen 3,76% betaald op hun vordering.
De dwangcrediteuren, intercompany schuldeisers en aandeelhouders worden buiten het akkoord gehouden. Dwangcrediteuren zijn volgens [V3] de schuldeisers met een vordering die is ontstaan na de fixatiedatum van 30 september 2021. Deze zijn voldaan ten behoeve van de continuïteit van de dienstverlening van de [X Groep] en het behoud van de waarde van de activa. De intercompany schuldeisers doen afstand van hun vorderingen op voorwaarde van homologatie van de akkoorden. Aan de aandeelhouders zal geen enkele waarde toekomen, omdat de [X-Vennootschappen] na homologatie zullen worden ontbonden en vereffend.
De stemuitslag
Het stemverslag vermeldt dat de klassen 1 en 3a hebben ingestemd met het akkoord en dat de klassen 2 en 3b hebben tegengestemd.