Home

Rechtbank Den Haag, 18-08-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11349, C/09/631071 / KG ZA 22-549

Rechtbank Den Haag, 18-08-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:11349, C/09/631071 / KG ZA 22-549

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 augustus 2022
Datum publicatie
2 november 2022
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:11349
Zaaknummer
C/09/631071 / KG ZA 22-549

Inhoudsindicatie

Kort geding. Europese openbare aanbestedingsprocedure. Afwijzing vordering tot verbod gunning conform gunningsvoornemen. Ontvankelijkheid. Contractuele vervaltermijn. Ongegronde bezwaren ten aanzien van de beoordeling.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/631071 / KG ZA 22-549

Vonnis in kort geding van 18 augustus 2022

in de zaak van

1 HKV LIJN IN WATER B.V. te Lelystad,

2. STICHTING DELTARES te Delft,

eiseressen,

advocaat mr. J.S.O. den Houting te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. D. Wolters-Rückert en J. Bakker te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

de vennootschap naar Deens recht DHI A/S te Hørsholm, Denemarken,

advocaten mrs. J.W.A. Meesters en S.E. Vlaanderen te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de Combinatie’, ‘RVO’ en ‘DHI’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging;

- de op 11 augustus 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging

2.1.

DHI heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen de Combinatie en RVO dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van RVO. Ter zitting hebben de Combinatie en RVO verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. DHI is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing