Home

Rechtbank Den Haag, 25-11-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13190, C/09/636344 / KG ZA 22-902

Rechtbank Den Haag, 25-11-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13190, C/09/636344 / KG ZA 22-902

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25 november 2022
Datum publicatie
15 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:13190
Zaaknummer
C/09/636344 / KG ZA 22-902

Inhoudsindicatie

Kort geding. Openbare Europese aanbesteding. Eiseres komt op tegen de ongeldigverklaring van haar inschrijving. Het gevorderde wordt afgewezen.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/636344 / KG ZA 22-902

Vonnis in kort geding van 25 november 2022

in de zaak van

REVEAL TALENT B.V. te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. drs. M.W.J. Jongmans te ’s-Hertogenbosch,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Defensie) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. D. Wolters Rückert en J. Bakker te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Reveal’ en ‘de Staat’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;

- de conclusie van antwoord met de daarbij overgelegde producties;

- de op 11 november 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Staat heeft een openbare Europese aanbesteding georganiseerd voor de opdracht “Re-integratiedienstverlening 2e en 3e spoor.” Binnen de scope van de opdracht vallen, volgens de aanbestedingsleidraad, re-integratietrajecten voor het 2e en 3e spoor bestaande uit modulaire re-integratieactiviteiten voor de in de aanbestedingsleidraad vermelde doelgroep, nadat zij door casemanagers verzuim en re-integratie zijn aangemeld. Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving, die wordt bepaald aan de hand van de beste prijs-kwaliteitverhouding.

2.2.

In paragraaf 1.3 van de aanbestedingsleidraad is opgenomen dat de opdracht moet worden uitgevoerd volgens de conceptovereenkomst die als bijlage 1 bij de leidraad is gevoegd (hierna: de raamovereenkomst). In de raamovereenkomst is in artikel 7.3 opgenomen:

“De communicatie tussen de Opdrachtgever en de Opdrachtnemer over de trajecten en de dienstverlening, zal overeenkomstig de navolgende frequenties en deelnemers plaatsvinden.

Opdrachtnemer en Opdrachtgever houden éénmaal per kwartaal tactisch overleg over de wijze waarop de Overeenkomst wordt uitgevoerd. Op verzoek van Opdrachtgever kan de frequentie van het tactisch overleg aangepast worden. In het tactisch overleg wordt in ieder geval besproken:

(...)

Daarnaast vindt er elke 6 weken een operationeel overleg plaats tussen opdrachtnemer en Opdrachtgever. Invulling hiervan zal tijdens de implementatie van het contract besproken worden.

(...)”

2.3.

In hoofdstuk 3 van de aanbestedingsleidraad staan de methodieken en criteria beschreven die voor de beoordeling van de inschrijvingen zullen worden gehanteerd, ter bepaling welke inschrijver de economisch meest voordelige inschrijving heeft ingediend. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen eisen die leiden tot een directe knock-out van een inschrijving indien de inschrijving daar niet aan voldoet, en de nadere (subgunnings)criteria waarmee de uiteindelijke rangorde tussen inschrijvingen wordt bepaald.

2.4.

Blijkens paragraaf 3.1 houdt knock-out eis 2 in: “Voldoen aan de aanbestedingsstukken – met in acht name van eventuele rectificaties als genoemd in de nota van inlichtingen – en te garanderen dat u bij de uitvoering van de overeenkomst volledig aan de Aanbestedingsstukken zult voldoen.”

2.5.

In paragraaf 3.4 staan de kwaliteitscriteria vermeld, waarvoor fictieve kortingen kunnen worden behaald. Subgunningscriterium kwaliteit 1 betreft “Plan van aanpak Duurzame plaatsing”. In deze paragraaf worden de doelstellingen van de aanbestedende dienst beschreven en wordt meegedeeld dat in het plan van aanpak moet worden beschreven op welke wijze de inschrijver aan deze doelstellingen bijdraagt en op welke punten daarbij in elk geval moet worden ingegaan. Een van die punten is: “hoe u het samenwerkingsverband en de communicatie inricht met Opdrachtgever.” Ten slotte worden de beoordelingscriteria, waarop de uitwerking tenminste wordt beoordeeld, genoemd. Dit zijn: “de mate waarin en de wijze waarop u alle gevraagde onderdelen op goede en overtuigende wijze heeft beschreven”, “de mate waarin het voldoet aan het programma van eisen (bijlage 3)” en “de mate waarin het voldoet aan de doelstellingen als beschreven in subgunningscriterium 1”. Het als vierde genoemde criterium “de mate waarin het antwoord op een of meerdere onderdelen een positief verrassende aanpak beschrijft wat de werkwijze van Inschrijver onderscheidend maakt” is blijkens de nota van inlichtingen komen te vervallen.

2.6.

In hoofdstuk 4.4. wordt de beoordeling van de inschrijver en de inschrijving nader beschreven. Hierin is onder meer opgenomen: “(...) Ten slotte gelden er formele (knock-out) gunningseisen, deze staan in par. 3.1. Wanneer uw Inschrijving niet aan deze of aan andere in hoofdstuk 3 genoemde eisen voldoet, wordt uw Inschrijving terzijde gelegd.(...)”

2.7.

Reveal heeft tijdig ingeschreven op de aanbesteding. Zij heeft daarbij ten behoeve van subgunningscriterium kwaliteit 1 een plan van aanpak ingediend. Daarin staat, voor zover relevant voor dit geding (waarbij DOSCO staat voor de aanbestedende dienst):

Hoe wij het samenwerkingsverband en de communicatie met u inrichten

We zetten een heldere structuur op voor overleg met DOSCO op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Ieder overleg kent zijn eigen ritme en onderwerpen. Via verslagen en actiepuntenlijsten borgen wij de opvolging van besproken punten. Met vaste communicatiemomenten zorgen we ervoor dat we onze samenwerking continu en proactief optimaliseren aan de hand van onderstaande communicatiematrix (fuguur1). Graag bepalen wij (na gunning) samen met u de definitieve structuur van de communicatie en evaluatiematrix.

Hieronder lichten we per overlegniveau nader toe hoe we de communicatie en samenwerking concreet invullen.”

2.8.

De Staat heeft Reveal op 22 september 2022 op de hoogte gesteld van de voorgenomen gunningsbeslissing. De Staat deelt daarin mee dat een andere (bij naam genoemde) inschrijving is aangemerkt als de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteit verhouding en dat hij voornemens is de opdracht te gunnen aan die partij. Verder deelt de Staat mee dat na een grondige beoordeling van de inschrijving van Reveal is gebleken dat deze inschrijving niet voldoet aan knock-outcriterium K2, zoals beschreven in paragraaf 3.1 van de aanbestedingsleidraad. Dit wordt als volgt toegelicht:

“In het plan van aanpak voor Nader subgunningscriterium 1 – Plan van aanpak Duurzame plaatsing beschrijft inschrijver de samenwerking met Opdrachtgever. De beschreven frequentie voor operationeel en tactisch overleg zijn in strijd met de aanbestedingsstukken, in het bijzonder met art. 7.3 van Bijlage 1 – Conceptovereenkomst v2.0.

Ook schrijft uw inschrijving voor wie de deelnemers aan zijde van Opdrachtgever voor de overlegstructuur zijn, en of de overleggen fysiek moeten plaatsvinden. Hiermee maakt u een voorbehoud ten aanzien van uw inschrijving, waardoor u uw inschrijving beperkt ten opzichte van andere inschrijvers, wat conform de Inschrijvingsleidraad re-integratie twee en derde spoor v2.0, paragraaf 4.4. niet is toegestaan.

Conform paragraaf 4.4. wordt een Inschrijving terzijde gelegd wanneer uw inschrijving niet aan de formele (knock-out) gunningseisen voldoet. De inschrijving van uw organisatie wordt op basis hiervan dan ook als ongeldig aangemerkt en terzijde gelegd.”

3 Het geschil

3.1.

Reveal vordert – zakelijk weergegeven –

primair:

1. de Staat te verbieden de inschrijving van Reveal te ecarteren en haar daartoe te gebieden de voorgenomen gunningsbeslissing in te trekken en de inschrijving van Reveal, voor zover nodig na het bieden van herstel, geldig te verklaren;

2. de Staat te gebieden de door Reveal ingediende inschrijving binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, althans binnen een andere termijn, (alsnog) te beoordelen;

3. de Staat te verbieden om de opdracht definitief te gunnen aan een andere inschrijver dan wel met een andere inschrijver de raamovereenkomst te sluiten dan wel daaraan uitvoering te geven, voordat voormelde (her)beoordeling heeft plaatsgevonden;

4. de Staat te gebieden de opdracht te gunnen aan Reveal, indien en voor zover de inschrijving van Reveal als de economisch meest voordelige inschrijving is beoordeeld en de Staat nog voornemens is om de raamovereenkomst in de markt te zetten;

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom zoals in de dagvaarding nader omschreven;

subsidiair:

de Staat te gebieden de voorgenomen gunningsbeslissing in te trekken en ingetrokken te houden, de aanbesteding te staken en gestaakt te houden en, voor zover de Staat de opdracht nog wenst te gunnen, tot heraanbesteding over te gaan, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom op de wijze zoals in de dagvaarding nader omschreven, dan wel een andere voorlopige voorziening te treffen die de voorzieningenrechter passend acht en die recht doet aan de belangen van Reveal,

met veroordeling van de Staat in de proceskosten en de nakosten, op de wijze zoals vermeld in de dagvaarding.

3.2.

Daartoe voert Reveal – samengevat – het volgende aan.

De omstandigheid dat Reveal in haar plan van aanpak een iets hogere frequentie voor tactisch en operationeel overleg heeft voorgesteld dan is beschreven in de raamovereenkomst, kan niet leiden tot de conclusie dat knock-out eis 2 van toepassing is. Bij hetgeen Reveal overigens in haar plan van aanpak ten aanzien van voormelde overleggen heeft beschreven is, anders dan de Staat stelt, ook geen sprake van het maken van een voorbehoud. Reveal heeft zich met het doen van haar inschrijving onvoorwaardelijk gecommitteerd aan alle aanbestedingsstukken. Als er al twijfel mogelijk zou zijn, dan had de Staat om opheldering moeten vragen en, voor zover nodig, herstel toe moeten staan, omdat er sprake is van een kennelijke vergissing en/of een geringe omissie/klein gebrek, waarvoor een herstelmogelijkheid moet worden geboden. Indien aangenomen zou moeten worden dat Reveal een niet-bestekconforme inschrijving heeft gedaan, dan moet achteraf geconcludeerd worden dat Reveal de instructie om in het plan van aanpak in te gaan op de inrichting van het samenwerkingsverband en de communicatie met de opdrachtgever anders heeft geïnterpreteerd dan de Staat kennelijk voor ogen stond en dat de betreffende regels voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. Daarmee heeft de Staat gehandeld in strijd met het transparantiebeginsel.

3.3.

De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing