Home

Rechtbank Den Haag, 23-09-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13255, C/09/632493 KG ZA 22-651

Rechtbank Den Haag, 23-09-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13255, C/09/632493 KG ZA 22-651

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23 september 2022
Datum publicatie
19 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:13255
Zaaknummer
C/09/632493 KG ZA 22-651

Inhoudsindicatie

aanbesteding transportinstallaties; inschrijving terzijde gelegd vanwege niet voldoen aan geschiktheidseis; referentieprojecten voldoen niet aan de daaraan gestelde minimumvereisten.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/632493 / KG ZA 22-651

Vonnis in kort geding van 23 september 2022

in de zaak van

[eiseres] te [plaats] ,

eiseres,

advocaat mr. E. Doornbos te Badhoevedorp,

tegen:

GEMEENTE LEIDEN te Leiden,

gedaagde,

advocaat mr. A.M. van Heest te Leiden.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Gemeente’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 19 juli 2022, met producties 1 tot en met 4;

- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 4;

- de e-mail van mr. Doornbos van 6 september 2022, met producties 5 tot en met 8;

- de op 8 september 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eiseres] pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

De dagvaarding is uitgebracht aan Servicepunt71, een bedrijfsuitvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8 Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij conclusie van antwoord heeft Servicepunt71 erop gewezen dat [eiseres] niet haar maar de Gemeente had moeten dagvaarden. Ter zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn dat niet Servicepunt71 maar de Gemeente in deze procedure de gedaagde partij is en dat de Gemeente in deze procedure (vrijwillig) is verschenen. De Gemeente zal dan ook worden aangemerkt als de gedaagde partij.

1.3.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Gemeente heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het onderhoud aan transportinstallaties (liftinstallaties, gevelreinigingsinstallaties en hefinstallaties, inclusief de spreekluisterverbindingen) (hierna: ‘de Opdracht’). De Opdracht is blijkens de ‘Aanbestedingsleidraad Openbare Europese aanbesteding Onderhoud Transportinstallaties ten behoeve van Gemeente Leiden’ van 21 april 2022 (hierna: ‘de Aanbestedingsleidraad’ verdeeld in twee percelen. Per perceel wordt een raamovereenkomst gesloten met één opdrachtnemer en per perceel wordt een andere opdrachtnemer gecontracteerd. Het gunningscriterium is de beste prijs-kwaliteitsverhouding.

2.2.

In hoofdstuk 4 van de Aanbestedingsleidraad is de beoordelingsprocedure beschreven. Na een controle op volledigheid, geldigheid en vormvereisten wordt in het kader van fase 2 van de beoordelingsprocedure gecontroleerd of de uitsluitingsgronden van toepassing zijn en of de inschrijver voldoet aan de gestelde geschiktheidseisen. In bijlage 9 bij de Aanbestedingsleidraad zijn de geschiktheidseisen beschreven. Ten aanzien van de geschiktheidseis ‘Technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid’ is hierin het volgende bepaald:

2.3.

[eiseres] heeft op beide percelen ingeschreven. Bij haar inschrijving heeft [eiseres] per kerncompetentie onder invulling van een referentieformulier een referentieproject overgelegd.

• Ter onderbouwing van het voldoen aan kerncompetentie 1 heeft [eiseres] een referentieproject overgelegd met 1 januari 2022 als datum van aanvang en 31 december 2024 als datum van afronding. [eiseres] heeft onder punt 7 van het referentieformulier (“Geef inzicht in de wijze waarop de gevraagde kerncompetentie bij dit referentieproject naar voren kwam”) verklaard dat het bij dit referentieproject gaat om “Het uitvoeren van liftonderhoud volgens de NEN 13015 en diverse KPI’s (aanrijtijden, oplostijden, max aantal storingen) aan 38 liftinstallaties in het centrum van Leiden.”

• Ter onderbouwing van het voldoen aan kerncompetitie 2 heeft [eiseres] een referentieproject overgelegd met 1 januari 2021 als datum van aanvang en het tweede kwartaal van 2023 als datum van afronding. Onder punt 7 van het referentieformulier heeft [eiseres] verklaard dat het bij dit referentieproject gaat om “Het uitvoeren van planmatig onderhoud aan diverse installaties van [de Stichting] , o.a. vv besturing, machines, deuren en veiligheidscomponenten.”

• Ter onderbouwing van het voldoen aan kerncompetentie 3 heeft [eiseres] een referentieproject overgelegd met 17 december 2020 als datum van aanvang en 31 december 2024 als datum van afronding. Onder punt 7 van het referentieformulier heeft [eiseres] verklaard dat het bij dit referentieproject gaat om “Het uitvoeren van periodiek en correctief onderhoud aan circa 40 liftinstallaties van de Gemeente Alkmaar”.

2.4.

De Gemeente heeft bij brief van 29 juni 2022 aan [eiseres] bericht dat haar inschrijving terzijde is gelegd. De Gemeente heeft deze beslissing als volgt gemotiveerd:

2.5.

[eiseres] heeft de Gemeente bij e-mail van 11 juli 2022 verzocht om de voorlopige gunningsbeslissing van 29 juni 2022 te heroverwegen. Daarbij heeft [eiseres] als volgt betoogd dat door haar wel aan de desbetreffende geschiktheidseis wordt voldaan:

2.6.

De Gemeente heeft bij e-mail van 19 juli 2022 aan [eiseres] bericht dat zij geen aanleiding ziet om terug te komen op de voorlopige gunningsbeslissing van 29 juni 2022. De Gemeente motiveert die beslissing onder meer als volgt:

(...)

(...)

(...)

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert na vermindering van haar eis ter zitting – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Gemeente te gebieden haar inschrijving alsnog inhoudelijk te beoordelen.

3.2.

Daartoe voert [eiseres] – samengevat – aan dat door haar wel degelijk aan de gestelde geschiktheidseis ‘Technische bekwaamheid en vakbekwaamheid’ wordt voldaan en dat de Gemeente haar inschrijving ten onrechte terzijde heeft gelegd. Meer in het bijzonder stelt [eiseres] dat de door haar overgelegde referentieprojecten wel voldoen aan de daaraan gestelde minimumvereisten. Volgens [eiseres] dient het eerste minimumvereiste aldus te worden begrepen dat de referentieprojecten op het moment van inschrijving nog een looptijd van minimaal twee jaar dienden te hebben. De Gemeente staat volgens [eiseres] een onlogische en onjuiste interpretatie van het eerste minimumvereiste voor door te verlangen dat referentieprojecten worden overgelegd die op het moment van inschrijving al minimaal twee jaar lopen. Voor zover deze uitleg van de Gemeente wel moet worden gevolgd, stelt [eiseres] dat de Gemeente contact met haar had moeten opnemen en haar een mogelijkheid tot herstel had moeten bieden. Volstrekt onbegrijpelijk is naar de mening van [eiseres] ook het oordeel van de Gemeente dat niet kan worden vastgesteld dat haar referentieprojecten betrekking hebben op de installaties van verschillende fabrikanten. Daarbij wijst [eiseres] erop dat de door haar opgevoerde referentieprojecten aanzienlijke portefeuilles met tientallen systemen omvatten. Hieruit blijkt volgens [eiseres] reeds dat het om systemen van verschillende fabrikanten gaat. Dit volgt volgens [eiseres] ook uit het feit dat door haar is verklaard dat door haar wordt gewerkt conform de norm NEN-EN 13015. Dit is volgens [eiseres] de liftonderhoudsnorm, op grond waarvan een onderhoudsbedrijf alle soorten liftinstallaties kan onderhouden conform een kennismatrix waarop zij jaarlijkse wordt geaudit. Voor zover er op dit punt sprake was van enige onduidelijkheid, lag het volgens [eiseres] ook hier op de weg van de Gemeente om verduidelijking te vragen.

3.3.

De Gemeente voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing