Home

Rechtbank Den Haag, 29-11-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13269, C/09/632987 KG ZA 22-690

Rechtbank Den Haag, 29-11-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13269, C/09/632987 KG ZA 22-690

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29 november 2022
Datum publicatie
19 december 2022
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:13269
Zaaknummer
C/09/632987 KG ZA 22-690

Inhoudsindicatie

aanbesteding: vordering afgewezen; geen sprake van evidente beoordelingsfout; voor beoordeling dragende info opgenomen in bijlage in plaats van in plan van aanpak; scoretoekenning eiser en keuze voor winnende inschrijver afdoende gemotiveerd.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/632987 / KG ZA 22-690

Vonnis in kort geding van 29 november 2022

in de zaak van

STRUKTON ROADS & CONCRETE B.V. te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. P. Heijnsbroek te Rotterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. D. Wolters Rückert en L.A. van Essen te Den Haag,

waarin zijn tussengekomen:

NV BESIX SA te Brussel, België,

advocaten mrs. B.J.H. Blaisse-Verkooijen en O.L. van der Pol te Haarlem,

DURA VERMEER INFRA REGIONALE PROJECTEN B.V. te Hoofddorp,

advocaat mr. L.C. van den Berg te Den Haag,

en

KWS INFRA B.V. te Vianen,

advocaten mrs. J.W.A. Meesters en S.E. Vlaanderen te Amsterdam.

Partijen worden hierna afzonderlijk aangeduid als ‘Strukton’, ‘RWS’, ‘Besix’, ‘DVI’ en ‘KWS’. Besix, DVI en KWS worden hierna gezamenlijk ook aangeduid als ‘de interveniënten’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 juli 2022;

- de akte van Strukton houdende overlegging producties 1 tot en met 10;

- de akte van Strukton houdende een wijziging van eis;

- de conclusie van antwoord;

- de incidentele conclusie van Besix tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;

- de incidentele conclusie van DVI tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;

- de incidentele conclusie van KWS tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;

- de op 8 november 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Strukton en de interveniënten pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De incidenten tot primair tussenkomst en subsidiair voeging

2.1.

De interveniënten hebben gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Strukton en RWS dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van RWS. Ter zitting heeft Strukton bezwaar gemaakt tegen de door DVI en KWS gevorderde tussenkomst/voeging. Volgens Strukton hebben DVI en KWS daarbij geen belang. RWS heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de gevorderde tussenkomst/voeging. De voorzieningenrechter heeft na een korte schorsing van de zitting de interveniënten toegelaten als tussenkomende partijen. Daartoe heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de interveniënten daarbij voldoende belang hebben, omdat sprake is van één aanbestedingsprocedure en één gunningssystematiek voor alle percelen, waardoor niet uitgesloten is dat definitieve gunning van de voorlopig aan de interveniënten gegunde percelen als gevolg van de toewijzing van een of meerdere vorderingen van Strukton in gevaar kan komen. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

RWS heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd volgens de concurrentiegerichte dialoog overeenkomstig het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) voor het voorbereiden en realiseren van variabel onderhoud aan verhardingen en kunstwerken binnen het areaal Zuid-Nederland (hierna: ‘de Opdracht’). Op hoofdlijnen laten de werkzaamheden zich onderscheiden in 1) de scoping van onderhoud, 2) het voorbereiden en realiseren van levensduur verlengend onderhoud (LVO) en 3) het voorbereiden en realiseren van groot onderhoud (GO). De scoping van onderhoud dient te worden uitgevoerd door een ‘mixed team’, bestaande uit medewerkers van RWS en de opdrachtnemer.

3.2.

Ten behoeve van deze aanbestedingsprocedure is op 26 april 2021 een aanbestedingsleidraad gepubliceerd (hierna: ‘de Aanbestedingsleidraad’). Blijkens paragraaf 2.1.1 van de Aanbestedingsleidraad is het areaal Zuid-Holland opgedeeld in drie percelen: 1) perceel West, 2) perceel Midden en 3) perceel Zuid-Oost. In paragraaf 2.2. van de Aanbestedingsleidraad valt te lezen dat per perceel één raamovereenkomst met één opdrachtnemer wordt gesloten met een looptijd van vier jaar. Inschrijvers mogen blijkens paragraaf 7 van de Aanbestedingsleidraad op alle percelen inschrijven, maar kunnen slechts één perceel gegund krijgen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorkeur van een winnende inschrijver voor een perceel. Een inschrijver die een reeds een perceel toegewezen heeft gekregen, wordt uit de uitslag van de overige percelen geschrapt.

3.3.

Het gunningscriterium is blijkens paragraaf 7 van de Aanbestedingsleidraad de economisch meest voordelige inschrijving met de beste prijs-kwaliteitsverhouding (BPKV). Het gunningscriterium BKPV is uitgewerkt is de als bijlage H bij de Aanbestedingsleidraad gevoegde ‘Tabel BPKV-criteria’.

3.4.

In bijlage H is voor wat betreft Perceel 3 onderstaand rekenblad BPKV met toelichting opgenomen:

3.5.

In paragraaf 6.3.5 van de Aanbestedingsleidraad is beschreven welke kwalitatieve documenten een inschrijver bij zijn inschrijving dient te verstrekken.

3.6.

In het antwoord op vraag 80 van de Nota van Inlichtingen heeft RWS bepaald dat ten aanzien van criterium 1 Aanpak proces van scoping een inschrijver per sub[gunnings]criterium maximaal één bijlage ter illustratie of verduidelijking mag toevoegen en dat per bijlage een maximum omvang geldt van 2 A3 per sub[gunnings]criterium.

3.7.

Strukton en zes andere inschrijvers hebben een inschrijving ingediend op Perceel 3. In haar kwalitatief document met betrekking tot het criterium : “Aanpak proces van scoping” (lees: plan van aanpak) heeft Strukton in het kader van subgunningscriteria 1.1 en 1.2 telkens zeven maatregelen beschreven (M1 tot en met M7 voor criterium 1.1 en M8 tot en met M14 voor criterium 1.2). Onder M8 heeft Strukton onder meer het volgende beschreven:

3.8.

Op 23 juni 2022 heeft RWS aan Strukton bericht dat haar inschrijving op Perceel 3 in de rangorde op een vierde plaats is geëindigd en niet in aanmerking komt voor gunning. In dit bericht heeft RWS medegedeeld dat DVI op Perceel 3 de beste aanbieding heeft gedaan en KWS de op een na beste bieding. Doordat DVI al de voorlopige winnaar is van Perceel 2 en KWS van Perceel 1 komen zij niet meer in aanmerking voor gunning van Perceel 3 en is RWS voornemens dit perceel te gunnen aan Besix, die in de rangorde op de derde plaats is geëindigd. In de Bijlage bij deze gunningsbeslissing heeft RWS aan Strukton onder meer onderstaande informatie over de inschrijvingen van Strukton en Besix verstrekt:

(...)

(...)

3.9.

Strukton heeft op 30 juni 2022 bij het klachtenmeldpunt van RWS een bezwaar ingediend tegen de voorlopige gunningsbeslissing. Volgens Strukton is bijlage 3 bij de beoordeling van Maatregel 8 op het kwalitatieve subgunningscriterium 1.2 ten onrechte niet meegenomen, waardoor zij op dit subgunningscriterium ten onrechte een 9 in plaats van een 10 heeft gescoord. Daarnaast is volgens Strukton onduidelijk wat door RWS wordt gemist in de beschreven inrichting van de organisatie rondom het proces van scoping en ook ontbreekt volgens haar in de voorlopige gunningsbeslissing een motivering van de scores van Besix.

3.10.

RWS heeft het bezwaar van Strukton op 20 juli 2022 ongegrond verklaard. Die beslissing is door RWS onder meer als volgt gemotiveerd:

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing