Rechtbank Den Haag, 29-11-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13271, C/09/633250 KG ZA 22-709
Rechtbank Den Haag, 29-11-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:13271, C/09/633250 KG ZA 22-709
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 29 november 2022
- Datum publicatie
- 19 december 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13271
- Zaaknummer
- C/09/633250 KG ZA 22-709
Inhoudsindicatie
aanbesteding; geen sprake van evidente beoordelingsfout; voor beoordeling relevante info pas in bijlagen verstrekt; bijlagen behelzen meer dan illustratie en/of verduidelijking en de inhoud is op goede gronden buiten beschouwing gelaten.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/633250 / KG ZA 22-709
Vonnis in kort geding van 29 november 2022
in de zaak van
HEIJMANS INFRA B.V. te Rosmalen,
eiseres,
advocaat mr. M.S. Houweling te Den Haag,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat) te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. D. Wolters Rückert en L.A. van Essen te Den Haag,
waarin zijn tussengekomen:
STRUKTON ROADS & CONCRETE B.V. te Utrecht,
eiseres,
advocaat mr. P. Heijnsbroek te Rotterdam,
NV BESIX SA te Brussel, België,
advocaten mrs. B.J.H. Blaisse-Verkooijen en O.L. van der Pol te Haarlem,
DURA VERMEER INFRA REGIONALE PROJECTEN B.V. te Hoofddorp,
advocaat mr. L.C. van den Berg te Den Haag,
en
KWS INFRA B.V. te Vianen,
advocaten mrs. J.W.A. Meesters en S.E. Vlaanderen te Amsterdam.
Partijen worden hierna afzonderlijk aangeduid als ‘Heijmans’, ‘RWS’, ‘Strukton’, ‘Besix’, ‘DVI’ en ‘KWS’. Strukton, Besix, DVI en KWS worden hierna gezamenlijk ook aangeduid als ‘de interveniënten’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 augustus 2022, met producties 1 tot en met 10;
- de conclusie van antwoord;
- de incidentele conclusie van Strukton tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de incidentele conclusie van Besix tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de incidentele conclusie van DVI tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de incidentele conclusie van KWS tot primair tussenkomst en subsidiair voeging;
- de brief van mrs. Blaisse-Verkooijen en Van der Pol van 10 oktober 2022;
- de akte van Heijmans houdende overlegging producties 11 tot en met 13;
- de op 8 november 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Heijmans en de interveniënten pleitnotities zijn overgelegd en Heijmans haar producties 5 tot en met 8 heeft teruggetrokken.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 De incidenten tot primair tussenkomst en subsidiair voeging
De interveniënten hebben gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Heijmans en RWS dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van RWS. Ter zitting hebben Heijmans en RWS verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. De interveniënten zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partijen, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
RWS heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd volgens de concurrentiegerichte dialoog overeenkomstig het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) voor het voorbereiden en realiseren van variabel onderhoud aan verhardingen en kunstwerken binnen het areaal Zuid-Nederland (hierna: ‘de Opdracht’). Op hoofdlijnen laten de werkzaamheden zich onderscheiden in 1) de scoping van onderhoud, 2) het voorbereiden en realiseren van levensduur verlengend onderhoud (LVO) en 3) het voorbereiden en realiseren van groot onderhoud (GO). De scoping van onderhoud dient te worden uitgevoerd door een ‘mixed team’, bestaande uit medewerkers van RWS en de opdrachtnemer.
Ten behoeve van deze aanbestedingsprocedure is op 26 april 2021 een aanbestedingsleidraad gepubliceerd (hierna: ‘de Aanbestedingsleidraad’). Blijkens paragraaf 2.1.1 van de Aanbestedingsleidraad is het areaal Zuid-Holland opgedeeld in drie percelen: 1) perceel West, 2) perceel Midden en 3) perceel Zuid-Oost. In paragraaf 2.2. van de Aanbestedingsleidraad valt te lezen dat per perceel één raamovereenkomst met één opdrachtnemer wordt gesloten met een looptijd van vier jaar. Inschrijvers mogen blijkens paragraaf 7 van de Aanbestedingsleidraad op alle percelen inschrijven, maar kunnen slechts één perceel gegund krijgen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorkeur van een winnende inschrijver voor een perceel. Een inschrijver die een reeds een perceel toegewezen heeft gekregen, wordt uit de uitslag van de overige percelen geschrapt.
Het gunningscriterium is blijkens paragraaf 7 van de Aanbestedingsleidraad de economisch meest voordelige inschrijving met de beste prijs-kwaliteitsverhouding (BPKV). Het gunningscriterium BKPV is uitgewerkt is de als bijlage H bij de Aanbestedingsleidraad gevoegde ‘Tabel BPKV-criteria’.

In paragraaf 6.3.5 van de Aanbestedingsleidraad is beschreven welke kwalitatieve documenten een inschrijver bij zijn inschrijving dient te verstrekken.


In het antwoord op vraag 80 van de Nota van Inlichtingen heeft RWS bepaald dat ten aanzien van criterium 1 Aanpak proces van scoping een inschrijver per sub[gunnings]criterium maximaal één bijlage ter illustratie of verduidelijking mag toevoegen en dat per bijlage een maximum omvang geldt van 2 A3 per sub[gunnings]criterium.
Heijmans heeft op alle drie de percelen ingeschreven, waarbij zij overeenkomstig paragraaf 6.5.3 van de Aanbestedingsleidraad op ieder perceel voor subgunningscriteria 1.1 en 1.2 dezelfde maatregelen heeft aangeboden.
Bij voorlopige gunningsbeslissingen van 23 juni 2022 heeft RWS de drie percelen voorlopig gegund aan respectievelijk KWS, DVI en Besix. Heijmans is in de rangorde op deze percelen geëindigd op respectievelijk een vijfde, vierde en zesde plaats en zij komt om die reden niet voor gunning van een van de percelen in aanmerking. In de voorlopige gunningsbeslissingen, die in deze procedure niet door Heijmans zijn overgelegd, heeft RWS de toegekende scores gemotiveerd. Daarbij is ook op maatregelniveau een toelichting (in de vorm van bevindingen) gegeven. Voor de beoordeling van het onderhavige geschil zijn relevant bevinding 3 bij de in het kader van subgunningscriterium 1.1 door Heijmans beschreven maatregel 3 (hierna: ‘M3’) en bevinding 6 bij de in het kader van subgunningscriterium 1.2 door Heijmans beschreven maatregel 14 (hierna: ‘M14’). Heijmans heeft op die subgunningscriteria respectievelijk een 8 en een 9 gescoord.


Heijmans heeft op 8 juli 2022 bij het klachtenmeldpunt van RWS een klacht ingediend tegen de voorlopige gunningsbeslissingen. Volgens Heijmans is het door haar ingediende kwalitatieve document ‘Aanpak proces van scoping’ (hierna: ‘plan van aanpak’) in strijd met de aanbestedingsstukken niet volledig, dat wil zeggen inclusief de bijlagen, beoordeeld. Dit heeft volgens Heijmans tot gevolg dat de voorlopige gunningsbeslissingen op alle percelen dienen te worden ingetrokken en alle inschrijvingen opnieuw moeten worden beoordeeld door een nieuw te benoemen beoordelingscommissie. Daarbij merkt Heijmans in haar brief op dat de inhoudelijke beoordeling van haar plan van aanpak evenmin op een juiste wijze heeft plaatsgevonden.
RWS heeft het bezwaar van Heijmans bij brief van 20 juli 2022 ongegrond verklaard. In die brief valt onder meer het volgende te lezen:



