Rechtbank Den Haag, 06-04-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3129, C/09/625422 / KG ZA 22-168
Rechtbank Den Haag, 06-04-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3129, C/09/625422 / KG ZA 22-168
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 6 april 2022
- Datum publicatie
- 7 april 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:3129
- Zaaknummer
- C/09/625422 / KG ZA 22-168
Inhoudsindicatie
Blokkeringsregeling overdracht aandelen BV. Aandeelhouder die geen bestuurder is wenst financiële informatie voor externe financiering over te nemen aangeboden aandelen. Recht niet vervat in blokkeringsregeling, maar vloeit wel voort uit R&B, 2:8 BW.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/625422 / KG ZA 22-168
Vonnis in kort geding van 6 april 2022
in de zaak van
1 [de Holding] te [plaats 1] ,
2. [B.V.1] , te [plaats 1] ,
3. [B.V. 2] te [plaats 2] ,
eiseressen,
advocaten mr. M.P.H. Sanders en mr. J.S. Mennema te Amsterdam,
tegen:
[B.V. 3] te [plaats 3] ,
gedaagde,
advocaten mr. R.J.W. Analbers en mr. C.M. Tjoa te Amsterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [de Holding c.s.] ’ en ‘ [B.V. 3] ’. Eisers worden afzonderlijk aangeduid als ‘ [de Holding] ’, ‘ [B.V.1] ’ en ‘ [B.V. 2] ’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 maart 2022, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de akte houdende overlegging productie 21 tot en met 26 van [de Holding c.s.] , met producties;
- de aanvullende productie van [de Holding c.s.] ;
- de pleitnota’s van [de Holding c.s.] en [B.V. 3] (met productie 17).
De mondelinge behandeling is gehouden op 23 maart 2022. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
[de Holding] , opgericht in 2013, staat aan het hoofd van enkele werkmaatschappijen die zich bezighouden met de exploitatie van elektronische muziek, met name in de vorm van de organisatie van (drie) muziekfestivals, in Nederland en Kroatië.
Vanaf het begin heeft [de Holding] drie aandeelhouders:
- -
-
[B.V.1] , waarvan [A] (hierna: [A] ) enig aandeelhouder en bestuurder is.
- -
-
[B.V. 2] , waarvan [B] (hierna: [B] ) enig aandeelhouder en bestuurder is;
- -
-
[B.V. 3] , waarvan [C] (hierna: [C] ) enig aandeelhouder en bestuurder is.
[B.V.1] , [B.V. 2] en [B.V. 3] hebben ieder 33% van de aandelen in [de Holding] . Zij hebben elk twee aandelen.
Hierna zullen soms de namen van de natuurlijke personen gebruikt worden waar (mede) de rechtspersoon bedoeld is.
Aanvankelijk vormden de aandeelhouders gezamenlijk de statutaire directie van [de Holding] .
Artikel 12 van de statuten van [de Holding] bevat een (blokkerings)regeling. Op grond van deze regeling is een aandeelhouder die aandelen wenst over te dragen gehouden deze aan de andere aandeelhouders aan te bieden, waarna zij daarop kunnen reflecteren. Vervolgens dienen de aanbieder en de gegadigde(n) met elkaar in overleg te treden over de prijs; ook voorziet de regeling in de mogelijkheid dat een deskundige de waarde bepaalt. Na vaststelling van de prijs dienen de aandelen binnen een maand na gestanddoening van het aanbod tegen de overeengekomen betaling worden afgenomen. Deze bepaling luidt – voor zover hier van belang – als volgt:
“ [...]
5. De aanbieder en degenen, aan wie één of meer aandelen zijn toegewezen, treden in overleg omtrent de voor het aandeel of de aandelen te betalen prijs. Indien dit overleg niet tot overeenstemming heeft geleid binnen drie weken na de mededeling van de directie omtrent de toewijzing wordt de prijs, welke gelijk dient te zijn aan de waarde van het aandeel of de aandelen, vastgesteld door een accountant, aan te wijzen door partijen in gemeenschappelijk overleg of zo zij omtrent deze aanwijzing niet tot overeenstemming zijn gekomen binnen veertien dagen, nadat één van de partijen aan de wederpartij heeft medegedeeld, dat zij prijsvaststelling door een deskundige wenst, door de voorzitter van de Kamer van Koophandel binnen welker ressort de- vennootschap feitelijk gevestigd is.
6. De accountant brengt zijn rapport uit aan de directie.
De directie deelt onverwijld aan de aanbieder en iedere gegadigde bij aangerekende brief, dan wel elektronisch aan e-mailadressen overeenkomstig artikel 8 lid l, mede welke prijs de deskundige heeft vastgesteld.
7. Iedere gegadigde heeft gedurende een maand na verzending van de in lid 6 van dit artikel voorgeschreven mededeling het recht te verklaren. dat hij niet langer of slechts voor minder aandelen dan hij aanvankelijk had opgeëist, gegadigd is. Deze verklaring geschiedt bij aangetekend schrijven, dan wel elektronisch, aan de directie. De aldus vrijkomende aandelen worden alsdan door de directie binnen acht dagen tegen de door de deskundige vastgestelde prijs aangeboden aan de overige aandeelhouders met overeenkomstige toepassing van het in de leden 2, 3 en 4 bepaalde.
8. De aanbieder heeft te allen tijde het recht zijn aanbod in te trekken doch uiterlijk tot een maand nadat hem definitief bekend is aan welke gegadigden hij al de aangeboden aandelen kan verkopen en tegen welke prijs; (...)
9. Nadat de hiervoor bepaalde termijn voor intrekking van het aanbod is verstreken deelt de directie aan de aanbieder en de uiteindelijke gegadigden mede of de aanbieder zijn aanbod al dan niet heeft ingetrokken. Ingeval van gestanddoening van het aanbod is tussen de aanbieder en de gegadigden een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de aandelen waarop deze hebben gereflecteerd en moeten de toegewezen aandelen tegen gelijktijdige betaling van de verschuldigde prijs worden geleverd binnen een maand na ontvangst van de mededeling van de directie omtrent de gestanddoening van het aanbod.
10. De overdracht van alle aangeboden aandelen aan de voorgestelde verkrijger(s) genoemd in de kennisgeving voorgeschreven in lid 1 is vrij indien niet alle aandelen tegen contante betaling worden opgeëist, mits de aanbieder zijn aanbod niet heeft ingetrokken en mits de levering plaats heeft binnen drie maanden nadat is komen vast te staan dat niet alle aandelen worden opgeëist en zulks door de directie aan de aanbieder is medegedeeld. Indien evenwel de aanbieder alsdan de aangeboden aandelen aan de voorgestelde verkrijger(s) tegen een lagere prijs dan de vastgestelde wenst over te dragen zal hij verplicht zijn de aangeboden aandelen tegen deze lagere prijs aan de overige aandeelhouders aan te bieden met overeenkomstige toepassing van het in dit artikel bepaalde, echter met uitzondering van het bepaalde in deze zin.
Vanaf 2018 hebben [B.V.1] en [B.V. 2] de mogelijkheden onderzocht om hun aandelen te verkopen aan een derde, dan wel aan [B.V. 3] . Op 2 september 2019 hebben [B.V.1] , [B.V. 2] en [B.V. 3] een valuator opdracht gegeven de aandelen in [de Holding] te waarderen. In een rapport van 6 maart 2020 heeft de valuator 100% van de aandelen in [de Holding] per 31 augustus 2019 gewaardeerd op € 7.616.408,- en daarmee op € 2.538.803,- per aandeelhouder. Deze waardering heeft niet geleid tot een transactie.
Op 23 juni 2020 is [B.V. 2] teruggetreden als statutair directeur van [de Holding] .
Tijdens het festival [Festival 1] van 26 tot en met 30 augustus 2021 heeft [C] zich schuldig gemaakt aan (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. In verband daarmee is [B.V. 3] op 21 september 2021 teruggetreden als statutair bestuurder van [de Holding] . Vanaf die datum is [B.V.1] de enige statutaire bestuurder van [de Holding] .
In de aandeelhoudersvergadering van 7 december 2021 is gesproken over de positie van [B.V.1] en over de uitkoop van de aandelen van [B.V. 2] en [B.V. 3] door [B.V.1] .
Tijdens deze vergadering hebben [C] en [B] hun twijfels uitgesproken over het functioneren van [A] .
Bij e-mail van 16 december 2021 heeft [B.V. 3] een bod van [B.V.1] op zijn aandelen afgewezen.
Tussen [B.V.1] en [B.V. 2] is op 21 december 2021 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot de koop en verkoop van alle (namelijk: twee) door [B.V. 2] gehouden aandelen in [de Holding] .. In de overeenkomst staat onder meer het volgende vermeld:
- -
-
De koopprijs voor de aandelen bedraagt € 1,2 miljoen, waarvan € 700.000,- bij de levering wordt betaald en de resterende € 500.000,- op 1 oktober 2022, als in 2022 het [Festival 2] plaatsvindt, en anders in 2023 of uiterlijk in 2024.
- -
-
De levering zal zo snel mogelijk plaatsvinden.
- -
-
Een eventuele waardering van de aandelen door een accountant zal niet leiden tot aanpassing van de koopprijs.
- -
-
[B.V. 2] werkt niet mee aan (voorstel tot) schorsing of ontslag van [B.V.1] als statutair bestuurder.
- -
-
Indien [B.V. 3] op basis van de (statutaire) blokkeringsregeling aanspraak maakt op levering van 50% van de door [B.V. 2] aangeboden aandelen, treden [B.V.1] en [B.V. 2] in overleg over aanpassing van de voorwaarden van deze overeenkomst.
Bij e-mail van 22 december 2021 heeft [de Holding] [B.V. 3] formeel in kennis gesteld van het voornemen van [B.V. 2] om haar beide aandelen tegen een koopprijs van € 1,2 miljoen over te dragen aan [B.V.1] .
Bij e-mail van 5 januari 2022 heeft [B.V. 3] aan [de Holding] meegedeeld dat hij reflecteert op de aandelen van [B.V. 2] . In deze e-mail schrijft [B.V. 3] het volgende:
“Het is inmiddels duidelijk dat je niet bereid bent of in staat bent om zowel mij als [B] uit kopen voor een redelijke prijs en heb je [B] nu bereid gevonden om met een slechte deal akkoord te gaan om er maar vanaf te zijn. Het spreekt volgens mij voor zich dat het voor mij onacceptabel is dat een situatie ontstaat waarin jij de overwegende zeggenschap hebt, laat staan dat dit gebeurt zonder dat mijn positie als minderheidsaandeelhouder gewaarborgd is. Ik zal dan logischerwijs ook alles in het werk stellen om te voorkomen dat er een situatie ontstaat waarbij jij meerderheidsaandeelhouder (en enige statutaire bestuurder) bent en ik minderheidsaandeelhouder.
Het is verder van belang dat jij als enig bestuurder nu een informatievoorsprong hebt ten opzichte van mij en [B] . Dat we over dezelfde relevantie informatie moeten beschikken om zinvolle onderhandelingen over de prijs van de aangeboden aandelen te voeren spreekt ook voor zich. Ik zou daarom graag van jou (als bestuurder) een duidelijk overzicht willen ontvangen van de geboekte resultaten in 2021 en een prognose voor de aankomende jaren.”
Bij e-mail van eveneens 5 januari 2022 heeft [de Holding] aan [B.V. 2] en [B.V. 3] meegedeeld dat zowel [B.V.1] als [B.V. 3] hebben gereflecteerd op de aandelen van [B.V. 2] , zodat aan ieder van hen één aandeel wordt toebedeeld. In deze e-mail verzoekt [de Holding] om zo snel mogelijk te laten weten of er overeenstemming is over de prijs of dat er waardering door een externe partij moet plaatsvinden.
Bij e-mail van 28 januari 2022 heeft de advocaat van [B.V. 3] nogmaals aan de advocaat van [de Holding] verzocht om actuele cijfers aan te leveren en een forecast voor de komende drie jaren.
Bij e-mail van 31 januari 2022 heeft [B.V.1] via haar advocaat aan [B.V. 3] meegedeeld dat de termijn van artikel 12 lid 5 voor het bereiken van overeenstemming over de prijs op 26 januari 2022 ongebruikt is verstreken. In deze e-mail heeft [B.V.1] aangeboden de aandelen van [B.V. 3] te kopen voor € 1,2 miljoen, onder gelijke voorwaarden als waartegen zij van [B.V. 2] koopt. Bij deze e-mail heeft de advocaat een overzicht verzonden van de beschikbare werkbudgetten en een ad-hocprognose (“een ruw werkproduct op basis van maximale bezoekersaantallen, waarin een aantal zaken niet is doorberekend (horeca-opbrengsten, verschillende werkbudgetten)”). Volgens deze prognose is het resultaat voor belastingen voor het jaar 2021 € 316.000,-. Dit overzicht bevat daarnaast prognoses voor de jaren 2022 en 2023.
Bij e-mail van 3 februari 2022 heeft de advocaat van [de Holding c.s.] aan de advocaat van [B.V. 3] verzocht om uiterlijk 7 februari 2022 een verklaring af te geven waarin hij bevestigt dat hij afziet van het recht op overname van een aandeel van [B.V. 2] . In deze
e-mail schrijft de advocaat van [de Holding] dat [B.V. 3] geen werkelijke interesse heeft, en niet heeft gereageerd op (inmiddels vervallen) aanbod om haar eigen aandelen te verkopen.
Bij e-mail van 3 februari 2022 heeft de advocaat van [B.V. 3] verklaard dat [C] bereid is af te zien van een externe waardering van de aandelen mits aan hem deugdelijke financiële informatie ter beschikking wordt gesteld.
Bij e-mail van 9 februari 2022 heeft de advocaat van [B.V. 3] aan de advocaat van [de Holding] verzocht om de volgende gegevens te verstrekken:
- -
-
Concept jaarrekening 2021 (waarin ook alle steunmaatregelen die [de Holding] over 2021 ontvangen heeft of nog zal ontvangen zijn verwerkt).
- -
-
Een uitgewerkte prognose voor 2022 en 2023 (waarbij het volgens ons realistisch is dat uitgegaan kan worden van een scenario dat de festivals weer doorgang vinden), waarbij ook een vergelijking is opgenomen met de cijfers pre corona.
- -
-
Cash flow forecast voor 2022.
Bij e-mail van 9 februari 2022 heeft de advocaat van [de Holding c.s.] aan de advocaat van [B.V. 3] meegedeeld dat de accountant van [de Holding] [B.V. 3] / [C] al in december 2021 heeft gevraagd zijn vragen te mailen en dat hij nog altijd bereid is de vragen van [C] te beantwoorden.
Bij e-mail van 14 februari 2022 heeft [de Holding] aan [B.V. 3] voorlopige balanscijfers over 2021 verstrekt.
Bij e-mail van 11 maart 2022 heeft [C] vragen gesteld aan de accountant van [de Holding] . Deze vragen hebben onder meer betrekking op de liquiditeitsprognose over het komende jaar en een overzicht van de (corona)steunmaatregelen van de overheid.
Bij e-mail van 15 maart 2022 heeft de accountant van [de Holding] het volgende meegedeeld aan de aandeelhouders:
- -
-
op 21 of 22 maart 2022 worden de voorlopige cijfers over 2021 opgesteld, gepresenteerd in een voorlopige consolidatiestaat;
- -
-
het overzicht van de steunmaatregelen zal min of meer gelijktijdig met de consolidatiestaat beschikbaar zijn;
- -
-
De liquiditeitsprognose 2022 wordt geactualiseerd en zal naar verwachting eind maart 2022 beschikbaar zijn, of zoveel eerder als mogelijk.
In een door hem ondertekende schriftelijke verklaring van 17 maart 2022 heeft [B] onder meer het volgende verklaard:
“Nadat ik mijn aandelen volgens de statuten had aangeboden, heeft [C] gezegd dat hij ze
wilde kopen. Ik heb rond 19 januari 2022 een overleg met hem gevoerd, maar hij heeft
daarbij helemaal niet gesproken over het kopen van mijn aandelen. Hij vond de prijs van mijn
aandelen juist te laag en wilde de statutaire aanbiedingsregeling gebruiken om een nieuwe
waardebepaling van de aandelen te laten doen, waarbij zou blijken dat de aandelen meer
waard zijn, zodat hij ook zijn eigen aandelen voor een hogere prijs zou kunnen verkopen. Dat
[C] nu zegt dat hij mijn aandelen wil kopen vind ik dus niet geloofwaardig.
Ik realiseer mij goed dat bij een waardering van de aandelen er waarschijnlijk een hogere
prijs uit zal komen. Ik realiseer mij ook dat dankzij de overheidssteun van de afgelopen twee
jaar [de Holding] op dit moment voldoende liquide is en het bedrijf dus gezond is en in staat
moet zijn succesvol te blijven. Maar ik wil van mijn aandelen af, ik wil niet langer gevangen
zijn in het gedoe met [C] , dat mij nu al jaren bezighoudt. Dus ik sta achter de door mij
en [A] onderhandelde deal en wil dat zo snel mogelijk afronden. Ik heb geen
belangstelling in (opnieuw) een maandenlang durend waarderingsproces, dat vervolgens
nergens toe leidt, omdat [A] mijn aandelen niet voor het hogere bedrag wil kopen en
[C] ze niet kan kopen.”
Bij e-mail van 22 maart 2022 heeft de accountant van [de Holding] aan [B.V. 3] de consolidatiestaat van 2021 verstrekt en een overzicht van de steunmaatregelen, beide op basis van de ontvangen kolommenbalansen van 22 maart 2022. Volgens deze consolidatiestaat bedraagt het resultaat na belastingen over 2021 € 1.147.952,-.