Home

Rechtbank Den Haag, 25-04-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3956, C/09/627197 / FT RK 22/234 HO

Rechtbank Den Haag, 25-04-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3956, C/09/627197 / FT RK 22/234 HO

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25 april 2022
Datum publicatie
9 mei 2022
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:3956
Zaaknummer
C/09/627197 / FT RK 22/234 HO
Relevante informatie
Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 374, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 375, Faillissementswet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 376

Inhoudsindicatie

WHOA. Toewijzing verzoek afkoelingsperiode. Openbare procedure. Liquidatieakkoord. “Plus” verbonden aan afwikkeling buiten faillissement. Gecontroleerde verkoop restvoorraden d.m.v. contractuele regelingen met derden en groothandelsvergunning die curator zal ontberen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventie – meervoudige kamer

rekestnummers : C/09/627197 / FT RK 22/234 HO

uitspraakdatum : 25 april 2022 (bij vervroeging)

Beschikking op grond van artikel 376 Fw (afkoelingsperiode) in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster] (hierna: [verzoekster]),

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekster,

advocaat: mr. R.A.G. de Vaan te Leiden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de op 28 maart 2022 gedeponeerde startverklaring;

- het verzoekschrift met bijlagen van 28 maart 2022 strekkende tot het afkondigen van een afkoelingsperiode op grond van artikel 376 Faillissementswet (hierna: Fw);

- de e-mails van verzoekster van 5 en 7 april 2022 met de jaarrekening 2021

respectievelijk de staat van activa en liquiditeitsprognose;

- de zienswijze van 11 april 2022 namens [A] (hierna: [A]).

1.2.

Het verzoek is op 13 april 2022 door middel van een videoverbinding behandeld. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- namens [verzoekster] : [Z], indirect bestuurder, bijgestaan door de advocaat voornoemd, mr. G.J. de Bock (kantoorgenoot) en [Y] (accountant);

- namens [A]: mr. H.G.G. Winnemuller, mr. L.T. van der Sluis en [B];

- namens [C]: [D] (inkoop), [E] (finance), [F] (creditmanager) en [G] (bedrijfsjurist).

1.3.

De rechtbank heeft vervolgens de uitspraak bij vervroeging bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] houdt zich bezig met de [omschrijving bedrijfsactiviteiten]. De onderneming is de afgelopen jaren verliesgevend geweest. Diverse pogingen om het tij te keren hebben niet geleid tot een voldoende verbetering van de resultaten. Het bestuur van [verzoekster] ziet geen kansrijke mogelijkheden meer om de onderneming rendabel te maken en de opgebouwde schulden volledig te voldoen. Hoewel er nu nog liquiditeiten zijn om de activiteiten enige tijd te kunnen voortzetten, stelt [verzoekster] dat het aannemelijk is dat zij met het betalen van haar schulden niet zal kunnen blijven voortgaan.

2.2.

[verzoekster] heeft zich ten doel gesteld om tot een gecontroleerde afwikkeling van de bedrijfsvoering te komen via een liquidatieakkoord. Daartoe is zij van plan de komende maanden haar activa te gaan liquideren. Dat zal met name gericht zijn op de verkoop van de handelsvoorraden en de inning van debiteuren.

2.3.

Aangezien zich onder de schuldeisers van [verzoekster] ook buitenlandse partijen bevinden en [verzoekster] ernaar streeft alle schuldeisers bij het liquidatieakkoord te betrekken, heeft zij in haar startverklaring gekozen voor een openbare procedure. Een van de buitenlandse schuldeisers is de Duitse schuldeiser [A] . [verzoekster] heeft tegen [A] voor de Duitse rechter een schadevergoedingsvordering ingesteld ten bedrage van ongeveer € 2.000.000,-, die [A] op haar beurt betwist. Daarnaast heeft [A] tegenvorderingen ingesteld die het door [verzoekster] gevorderde bedrag overstijgen. [verzoekster] en [A] zijn in afwachting van het vonnis van de rechtbank in Keulen.

2.4.

In de startverklaring heeft [verzoekster] verklaard dat zij op 9 maart 2022 is begonnen met de voorbereiding van een akkoord en dat de aanbieding en de stemming vóór eind mei 2022 zullen plaatsvinden. In het verzoekschrift heeft zij toegezegd dat zij binnen twee maanden een akkoord zal aanbieden.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt een afkoelingsperiode af te kondigen voor de duur van twee maanden en te bepalen dat gedurende de afkoelingsperiode:

- elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot haar vermogen behoren of tot opeising van goederen die zich in haar macht bevinden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt voorbereid; en dat

- de behandeling van enig door een schuldeiser in te dienen verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst.

3.2.

Aan haar verzoek legt [verzoekster] ten grondslag dat de afkoelingsperiode noodzakelijk is voor de voorbereiding van het liquidatieakkoord. De afkoelingsperiode dient ertoe om individuele verhaalsacties te voorkomen en zorgt ervoor dat eventuele faillissementsverzoeken zullen worden geschorst. Dit is wat [verzoekster] betreft in het belang van de gezamenlijke schuldeisers, omdat bij een faillissement aanzienlijke waarde verloren zal gaan. De voornaamste waarde zit volgens [verzoekster] in [producten], die onder haar groothandelsvergunning kunnen worden verkocht. Volgens [verzoekster] is aan de vereisten voor het doen opleggen van een afkoelingsperiode voldaan.

3.3.

[A] heeft in een zienswijze bezwaren tegen een afkoelingsperiode geuit.

3.4.

De rechtbank zal, voor zover van belang, bij de beoordeling nader ingaan op de standpunten van partijen.

4 De beoordeling

5 De beslissing