Rechtbank Den Haag, 18-05-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5294, C/09/6255552 / KG ZA 22/178 en C/09/625604 / KG ZA 22/184
Rechtbank Den Haag, 18-05-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5294, C/09/6255552 / KG ZA 22/178 en C/09/625604 / KG ZA 22/184
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 mei 2022
- Datum publicatie
- 2 juni 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:5294
- Zaaknummer
- C/09/6255552 / KG ZA 22/178 en C/09/625604 / KG ZA 22/184
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. De gemeente moet de gunningsbeslissing intrekken en de opdracht opnieuw aanbesteden. De eis dat inschrijvers per item/eenheid een op zichzelf beschouwd realistische prijs dienen aan te bieden, is voor meerderlei uitleg vatbaar. De inschrijvers zijn van een andere uitleg uitgegaan, met als gevolg dat de inschrijvingen onderling niet goed vergelijkbaar zijn.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummers: C/09/6255552 / KG ZA 22/178 en C/09/625604 / KG ZA 22/184
Vonnis in kort geding van 18 mei 2022
in de zaak (KG ZA 22/178, hierna: zaak 1) van
Connexxion Taxi Services B.V. te IJsselmuiden,
eiseres,
advocaat mr. S.G. Tichelaar te Rotterdam,
tegen:
Gemeente Den Haag te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. G.J. Huith en M. Briaire te Den Haag,
waarin zijn tussengekomen:
Noot Touringcar Ede B.V. te Ede,
advocaten mrs. B. Braat en J.F. Oostenbrink te Amsterdam,
en
RMC Rotterdam B.V. te Rotterdam,
advocaten mrs. D.R. Ninck Blok en D.N.D. Guerrero Obando te Rotterdam,
en in de zaak (KG ZA 22/184, hierna: zaak 2) van
Noot Touringcar Ede B.V. te Ede,
eiseres,
advocaten mrs. B. Braat en J.F. Oostenbrink te Amsterdam,
tegen:
Gemeente Den Haag te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. G.J. Huith en M. Briaire te Den Haag,
waarin zijn tussengekomen:
Connexxion Taxi Services B.V. te IJsselmuiden,
advocaat mr. S.G. Tichelaar te Rotterdam,
en
RMC Rotterdam B.V. te Rotterdam,
advocaten mrs. D.R. Ninck Blok en D.N.D. Guerrero Obando te Rotterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Connexxion’, ‘de gemeente’, ‘Noot’ en ‘RMC’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure in zaak 1 blijkt uit:
- de dagvaarding met 6 producties;
- de conclusie van antwoord met 6 producties;
- de incidentele conclusie van interventie van Noot met 1 productie;
- de incidentele conclusie van interventie van RMC met 3 producties;
- de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities.
Het verloop van de procedure in zaak 2 blijkt uit:
- de dagvaarding met (uiteindelijk) 16 producties;
- de akte houdende een vermindering van eis;
- de conclusie van antwoord met 6 producties;
- de incidentele conclusie van interventie van Connexxion;
- de incidentele conclusie van interventie van RMC met 3 producties;
- de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities.
De mondelinge behandeling heeft in beide zaken plaatsgevonden op 12 april 2022. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. Met instemming van partijen is in beide zaken één gezamenlijk vonnis gewezen.
2 De incidenten tot tussenkomst
Noot en RMC hebben gevorderd te mogen tussenkomen in zaak 1. Ter zitting hebben Connexxion en de gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen deze tussenkomst. Connexxion en RMC hebben gevorderd te mogen tussenkomen in zaak 2. Ter zitting hebben Noot en de gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen deze tussenkomst. Noot en RMC zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij in zaak 1 en Connexxion en RMC zijn toegelaten als tussenkomende partij in zaak 2. Zij hebben aannemelijk gemaakt dat zij voldoende belang hebben bij tussenkomst. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De gemeente heeft in augustus 2021 een Aanbestedingsleidraad gepubliceerd voor de opdracht “Harmonisatie Doelgroepenvervoer” (hierna: de opdracht). Met de opdracht beoogt de gemeente vijf vervoersstromen onder te brengen in één contract. De vijf vervoersstromen verschillen van aard en omvang. Gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving.
Inschrijvers moesten voor het onderdeel “prijs” een prijzenblad indienen met daarop een directe kilometerprijs per vervoersstroom. Paragraaf 9.3 van de Aanbestedingsleidraad vermeldt daarover:
“De Inschrijver dient in het prijzenblad de gevraagde directe kilometertarieven per doelgroep te offreren en het blad bij te voegen bij de Inschrijving.
Er mogen geen aanvullende kosten in rekening worden gebracht door Inschrijver. Uw prijs omvat alle werkzaamheden zoals zijn aangegeven in hoofdstuk 1.2 (omschrijving van de opdracht) en zijn uitgewerkt in het Programma van Eisen (...).
Daarnaast dient u per doelgroep, een apart A4 met een open calculatie toe te voegen, waarin zichtbaar is hoe uw inschrijfprijs van de directe kilometerprijs is opgebouwd. (...) Tevens voegt u op max twee A4 een samenvattende verklaring toe met een duiding van de (eventuele) prijsverschillen per doelgroep.
(...)
Het niet volledig invullen van het prijsinvulformulier zal leiden tot uitsluiting voor de verdere gunningprocedure. De gemeente accepteert alleen inschrijvingen met een realistische prijs. Zie eis 7. Dit dient de inschrijver bij inschrijving aan te tonen door het toevoegen van zijn uitgewerkte kostencalculatie.”
De score op het (sub)gunningscriterium prijs werd bepaald aan de hand van een beoordelingsprijs. Die beoordelingsprijs betrof het gemiddelde van twee wegingen, namelijk het gemiddelde van de tarieven per vervoersstroom en het gewogen gemiddelde van de tarieven per vervoersstroom (het aantal kilometers per doelgroep verhoudingsgewijs ten opzichte van het totaal).
In hoofdstuk 8 van de Aanbestedingsleidraad zijn minimumeisen opgenomen waaraan inschrijvingen dienden te voldoen. Eis 7 luidt:
“Het indienen van een irreële of manipulatieve offerte leidt tot uitsluiting. Uitsluiting betreft het irreëel of manipulatief inschrijven op onderdelen van het prijsinvulformulier. Hieruit vloeit het volgende voort.
Inschrijvers mogen (per item/eenheid) geen prijzen indienen die de gunningssystematiek manipuleren.
Inschrijvers dienen per item/eenheid een op zichzelf beschouwd realistische prijs aan te bieden. Ten aanzien van de volgende prijzen bestaat het vermoeden dat deze onrealistisch zijn:
- -
-
negatieve prijzen;
- -
-
prijzen van 0 euro;
- -
-
prijzen onder de kostprijs;
- -
-
abnormaal lage prijzen.
Inschrijver dient bij gebruik van prijzen die hierboven als onrealistisch zijn aangemerkt in de Inschrijving uitvoerig te motiveren waarom er geen sprake is van onrealistische prijzen c.q. het manipuleren van de gunningssystematiek. Dit dient inschrijver te staven met bewijs. Indien deze motivatie naar het oordeel van de Gemeente onvoldoende is dan zal zij een verificatievraag hierover aan de Inschrijver stellen. Indien de Gemeente van mening blijft dat de prijzen onrealistisch zijn, wordt de Inschrijving als ongeldig aangemerkt.”
Vijf inschrijvers hebben tijdig een inschrijving ingediend, waaronder Connexxion, Noot en RMC. Bij brief van 21 december 2021 heeft de gemeente aan Connexxion bericht dat enkele van de door Connexxion opgegeven prijzen onder de kostprijs, dan wel abnormaal laag zijn en dat een of meer kostencomponenten zijn verdisconteerd in andere vervoersstromen. De gemeente heeft in de brief verder vermeld dat deze inschrijvingssystematiek leidt tot een niet besteksconforme inschrijving, de inschrijving ongeldig maakt en resulteert in een niet reële en/of abnormaal lage inschrijving die de beoordelingssystematiek manipuleert in de zin van eis 7 en als gevolg daarvan tot uitsluiting van de aanbestedingsprocedure leidt. De gemeente heeft Connexxion in de gelegenheid gesteld haar prijzen aan te passen naar een voor alle vijf de vervoersstromen marktconform en exploitabel niveau, onder de voorwaarde dat het gewogen gemiddelde in het prijzenblad niet wijzigt. Daarnaast heeft de gemeente Connexxion verzocht inzichtelijk te maken hoe de directe kilometerprijs per afzonderlijke vervoersstroom is opgebouwd.
De gemeente heeft vergelijkbare verificatievragen gesteld aan RMC en nog een andere inschrijver en ook hun de gelegenheid gegeven om hun prijzen aan te passen. De gemeente heeft geen verificatievragen gesteld aan Noot.
In reactie op de brief van de gemeente heeft Connexxion op 3 januari 2022 gemeld dat al de door haar afgegeven prijzen op zichzelf beschouwd en rekening houdend met synergie, realistisch zijn en boven de kostprijs en dat zij haar prijzen om die reden niet zal aanpassen. Connexxion heeft verder in haar brief vermeld:
“U zocht het voordeel van de harmonisatie, de synergie tussen vervoersstromen, en deze hebben wij geboden.
(...)
- -
-
Grote stromen, zoals het leerlingenvervoer en WMO, kunnen zelfstandig de kosten van bedrijfsvoering ter plaats dragen. Deze hebben wij ook als zodanig berekend en dit is ook de marktconforme werkwijze.
- -
-
Kleinere stromen, zoals het WSW-vervoer uit uw aanbesteding, kunnen zo’n bedrijfsvoering qua kosten niet dragen en zijn hiervoor afhankelijk van andere contracten die vanuit dezelfde vestiging uitgevoerd worden. Als het een afzonderlijk te gunnen perceel was geweest zou hier door ons en door andere partijen in de markt alleen concurrerend op ingeschreven kunnen worden als er reeds een grote operatie in uw regio uitgevoerd wordt welke ook nog eens minimaal dezelfde (of langere) looptijd zou hebben. Ook dit is volstrekt gebruikelijk in de markt van doelgroepenvervoer.”
Ook RMC heeft geweigerd haar kostencalculatie aan te passen. In haar brief van 30 december 2021 aan de gemeente heeft zij aangegeven dat zij op basis van synergiën en schaalvoordelen tot een realistische prijs per vervoersstroom is gekomen.
Op 8 februari 2022 heeft de gemeente de inschrijvers schriftelijk op de hoogte gesteld van de gunningsbeslissing, die inhoudt dat de gemeente voornemens is de opdracht te gunnen aan RMC. Connexxion is als derde geëindigd en Noot als vierde. In de aan Connexxion verstuurde brief vermeldt de gemeente:
“Bij nadere beschouwing concludeert de aanbestedende dienst, mede op basis van uw reactie, dat de tekst in de Aanbestedingsleidraad (onbedoeld) ruimte laat om specifieke kostenposten niet naar rato over de vijf vervoersstromen te verdelen maar om deze kostenposten op andere wijze over de respectievelijke vervoersstromen te alloceren.
Voor alle duidelijkheid merkt de aanbestedende dienst op dat voor zover verificatievragen aan inschrijvers zijn gesteld, bij de beoordeling uitsluitend is uitgegaan van de inschrijvingen (en daarbij behorende overgelegde documenten) zoals die op de uiterste indieningstermijn (TenderNed) door de respectievelijke inschrijvers zijn ingediend.”