Home

Rechtbank Den Haag, 15-06-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:6159, AWB - 20 _ 7887

Rechtbank Den Haag, 15-06-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:6159, AWB - 20 _ 7887

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 juni 2022
Datum publicatie
30 juni 2022
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:6159
Zaaknummer
AWB - 20 _ 7887

Inhoudsindicatie

artikel 53, tweede lid, van de Woningwet, volkshuisvestelijke uitzonderingsbevoegdheid.

Uitspraak

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/7887

(gemachtigde: C.A. Renes en P.P. Jaspers),

en

(gemachtigde: dr. E.M. Peeters),

Als derde-partij hebben aan het geding deelgenomen: Stichting Mozaïek Wonen, te Gouda en Woningstichting Gouderak, te Krimpenerwaard

(gemachtigde voor beiden: mr. J.J. Turenhout).

Procesverloop

Bij besluit van 26 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder goedkeuring verleend aan de fusie tussen Stichting Mozaïek Wonen (MW) en Woningstichting Gouderak (WG).

Bij besluit van 8 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft aanvullende stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2022. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens derde partij is verschenen: [A] , [B] en [C].

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Verweerder heeft goedkeuring verleend aan de fusie tussen de woningcorporaties MW (verkrijgende partij) en WG (verdwijnende partij), omdat uit de voorhanden stukken blijkt dat WG niet langer in staat is om met haar werkzaamheden naar redelijkheid bij te dragen aan het volkshuisvestingbeleid van gemeente Krimpenerwaard.1 Ook is er geen sprake van gronden op basis waarvan de fusie moet worden geweigerd.2 De fusie is daarom op 30 december 2020 geëffectueerd. Eiseres komt op voor de belangen van de huurders van MW in Gouda en kan zich niet verenigen met deze fusie.

Wat zijn de geldende regels?

2. De toepasselijke regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

Wat vindt eiseres in beroep?

3. Ten eerste voert eiseres aan dat verweerder ten onrechte gebruik heeft gemaakt van zijn volkshuisvestelijke uitzonderingsbevoegdheid, omdat WG op korte en lange termijn in staat is haar maatschappelijke opgave uit te voeren. Eiseres onderstreept dat de gemeente Krimpenerwaard haar tevredenheid heeft uitgesproken over de samenwerking en de prestatieafspraken met GW. Ook is er geen sprake van een financiële saneringssituatie, omdat WG een financieel gezonde organisatie is. Verweerder heeft haar instemmingsrecht dan ook niet mogen passeren op basis van de uitzonderingsgrond zoals neergelegd in artikel 53, tweede lid, van de Woningwet. Ten tweede, betoogt eiseres dat verweerder heeft nagelaten alternatieven voor de fusie te onderzoeken. Ten derde, stelt zij dat de belangen van de Goudse huurders onvoldoende zijn meegewogen, omdat MW nu gedwongen is haar investeringscapaciteit en aandacht over een extra gemeente te verdelen. De inspanningen van MW ten behoeve van de Goudse huurders lijden hieronder. Ten vierde, is de lokale binding beter gewaarborgd met een fusie binnen de gemeente Krimpenerwaard. Tot slot betoogt eiseres dat bij de voorbereiding van het bestreden besluit sprake is geweest van vooringenomenheid. Ter onderbouwing van haar beroepsgronden verwijst zij onder meer naar de zienswijze van gemeente Krimpenerwaard op het fusievoornemen, de fusie-effectrapportage, uitgevoerd door het onafhankelijk bureau Atrivé, en het toezichtoordeel van de Autoriteit woningcorporaties (Aw).

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Procesbelang

4. De rechtbank moet eerst oordelen over de vraag of eiseres procesbelang heeft bij deze procedure. Eiseres wil met het beroep bereiken dat de fusie wordt teruggedraaid. De rechtbank overweegt dat het verzoek om de fusie terug te draaien buiten de reikwijdte van dit geschil valt. De rechtbank zal enkel het bestreden besluit beoordelen en nagaan of het instemmingsrecht is doorkruist en de huurders in hun belangen zijn geschaad. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee voldoende processueel belang heeft bij het beroep.

Volkshuisvestelijke uitzonderingsgrond

5. De rechtbank overweegt dat de uitzonderingsgrond zoals neergelegd in artikel 53, tweede lid, van de Woningwet verweerder de bevoegdheid geeft tot goedkeuring van een voorgenomen fusie, zonder de vereiste instemming van een huurdersorganisatie, als de toegelaten instelling te maken heeft een financiële saneringssituatie (a) of niet meer naar redelijkheid kan bijgedragen aan de uitvoering van het volkshuisvestingsbeleid in de gemeente waar zij feitelijk werkzaam is (b). Verweerder heeft in dit geval goedkeuring verleend op grond van het bepaalde sub b, omdat WG tekortschiet in zijn volkshuisvestelijke prestaties in de gemeente Krimpenerwaard, en niet op grond van een financiële saneringssituatie als bedoeld in sub a. De rechtbank zal daarom niet ingaan op de aangevoerde gronden voor zover die inhouden dat geen sprake zou zijn van een financiële noodsituatie van WG.

6. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat WG feitelijk tekortschiet in zijn bijdrage aan de uitvoering van het volkshuisvestingsbeleid. Zo heeft WG de in 2017 opgestelde plannen ten aanzien van het beleid over thema’s als verduurzaming niet uitgevoerd, waardoor er geen bijdrage is geleverd aan het beperken van de woonlasten. Ook heeft WG sinds 2018 volkshuisvestelijke activiteiten op het gebied van energie en klimaat stilgezet in de verwachting dat dit kwalitatief gezien beter en goedkoper kan worden verricht door een fusiecorporatie. WG heeft geen (nieuw)bouwplannen ontwikkeld of woningen toegewezen aan mensen die urgentie hebben aangevraagd, mensen die uitstromen uit instellingen of statushouders. Als gevolg hiervan is WG de gemaakte prestatieafspraken met de gemeente niet nagekomen.

7. Verder geeft verweerder aan dat WG per 8 maart 2017 onder verscherpt toezicht is geplaatst door de Aw. WG heeft in dit kader een herstelplan met verbetermaatregelen opgesteld. Weliswaar is het verscherpt toezicht opgeheven, maar uit het toezichtoordeel van de Aw blijkt dat de organisatie van WG op volkshuisvestelijk gebied problematisch is en er in de toekomst herstelmaatregelen moeten worden genomen. Dit blijkt onder meer uit de volgende passage:

‘Woningstichting Gouderak heeft een ambitieuze begroting voor de komende jaren. De geplande investeringen brengen projectrisico’s met zich mee die in voldoende mate beheerst zullen moet worden. Dit speelt des te meer gezien de kleine omvang van de werkorganisatie bij Woningstichting Gouderak. U heeft aangegeven externe expertise binnen te zullen halen om u te ondersteunen bij de projectbeheersing. (..) U bent voornemens in de komende maanden een aanvullend onderzoek te laten doen naar de toekomstmogelijkheden van het bezit van Woningstichting Gouderak, zodat u goed onderbouwde beslissingen kunt nemen. Hierbij kijkt u naar de toekomstige woningbehoefte in Gouderak en naar wat technisch en financieel wijs is. Ik verzoek u mij op de hoogte te stellen van dit onderzoek’.

8. Tot slot verwijst verweerder naar de door Atrivé opgestelde fusie-effectenrapportage en de zienswijze van gemeente Krimpenerwaard, waaruit naar voren komt dat WG een gebrek aan capaciteit en professionaliteit heeft. Atrivé heeft in het rapport opgemerkt dat WG wegens hetzelfde gebrek in de toekomst, mede gelet op de verduurzamingsopgave in de woningcorporatiesector, niet zelfstandig kan voortbestaan. Hierbij wordt benadrukt dat de organisatie van WG klein en kwetsbaar is en de financiële continuïteit niet kan worden gewaarborgd. Het feit dat de gemeente Krimpenerwaard haar tevredenheid heeft geuit over de samenwerking met WG en de gemaakte prestatieafspraken, laat onverlet dat zij niet afwijzend tegenover de fusie staat.

‘Met inachtneming dat volkshuisvestelijke opgaven na de fusie in Gouderak waargemaakt zullen worden, staan wij niet afwijzend tegenover een fusie van uw corporatie met Stichting Mozaiek Wonen.’

9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aldus toereikend heeft gemotiveerd en in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat WG niet in staat is toepassing te geven aan de uitvoering van het volkshuisvestingsbeleid en het instemmingsrecht van eiseres op grond van artikel 53, tweede lid, onder b, van de Woningwet heeft mogen passeren.

Alternatieve samenwerkingsvormen

10. De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van artikel 53, vierde lid, onder a, van de Woningwet zijn goedkeuring aan de voorgenomen fusie moet onthouden als niet aannemelijk is gemaakt dat het belang van de volkshuisvesting met een fusie beter gediend is dan met andere vormen van samenwerking tussen toegelaten instellingen en andere rechtspersonen of vennootschappen.

11. Anders dan eiseres stelt, is het niet aan verweerder, maar aan de verzoekende corporatie, om aannemelijk te maken dat het belang van de volkshuisvesting met die fusie beter is gediend dan met andere vormen van samenwerking. Verweerder krijgt een fusievoornemen voorgelegd en moet dit beoordelen. Het feit dat uit de zienswijze van de gemeente Krimpenerwaard naar voren komt dat zij de voorkeur had voor een fusie met een andere corporatie, betekent niet dat verweerder had moeten toetsen of een dergelijke fusie mogelijk is.

12. Verder blijkt uit het door Atrivé opgestelde perspectiefnotitie dat samenwerkingsmogelijkheden van WG met drie andere woningcorporaties in de gemeente Krimpenerwaard is onderzocht. Een poging tot fusie tussen deze vier corporaties is echter mislukt, omdat de huurdersverenigingen het niet eens waren met de voorwaarden voor de fusie. Vervolgens is de fusie tussen GW en MW onderzocht. Voorafgaand aan het fusievoornemen is gekeken naar de mogelijkheid dat MW en GW een intensieve samenwerking aangaan, waarbij de corporaties als rechtspersoon blijven bestaan. De conclusie was dat vormen van samenwerking waarbij WG zelfstandig blijft voortbestaan voor de toekomst, mede gelet op de hoge bedrijfslasten en de personele bezetting, geen reële optie is. Het aangaan van een samenwerking zou dan ook niet de meerwaarde hebben van een fusie. De fusie met MW mag dan niet de eerste voorkeur zijn geweest van de gemeente, maar uit de notitie blijkt dat MW op volkshuisvestelijke aspecten als beste aansluit bij WG.

13. Gelet op het voornoemde overweegt de rechtbank dat verweerder de alternatieve vormen van samenwerking en andere fusiemogelijkheden in voldoende mate heeft onderzocht.

Onevenredige benadeling Goudse huurders

14. Voorts is de rechtbank met verweerder van oordeel dat de bijdrage die van MW wordt gevraagd aan het gemeentelijke volkshuisvestelijk beleid in de gemeente Krimpenerwaard, er niet toe leidt dat de Goudse huurders onevenredig worden benadeeld. Uit de fusie-effectrapportage blijkt dat de fusie niet ten koste gaat van de eigen investeringscapaciteit en inzet van MW. Gezien de beperkte omvang van WG ten opzichte van MW zal ook de financiële positie van MW nagenoeg gelijk blijven. Bovendien heeft eiseres haar standpunt over de onevenredige benadeling van de Goudse huurders als gevolg van de fusie niet met feiten heeft onderbouwd.

Lokale binding

15. Voor zover eiseres stelt dat de lokale binding van de Goudse huurders verloren gaat met de fusie, overweegt de rechtbank dat het relativiteitsvereiste op grond van artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de weg staat aan een inhoudelijke bespreking van deze beroepsgrond. Er bestaat geen verband tussen de beroepsgrond en het belang waarin eiseres door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad.3 Het aspect van de lokale binding is nadrukkelijk van belang voor de huurders van WG. Eiseres beroept zich op een algemeen belang waarvoor zij niet in rechte kan opkomen.

Vooringenomenheid ambtenaar

16. Eiseres stelt dat een ambtenaar van verweerder vooringenomen heeft gehandeld doordat hij bij de voorbereiding van het bestreden besluit intern om verduidelijking heeft verzocht over de voorgenomen fusie. Hierna is een interne notitie opgesteld waarin staat dat ‘een fusie tussen genoemde ti’s de enige juiste is’, waarbij ti’s staat voor toegelaten instellingen MW en WG. Verweerder had de betrokken woningcorporaties om verduidelijking moeten verzoeken en niet moeten uitgaan van interne bronnen.

17. De rechtbank overweegt dat de vooringenomenheid van de ambtenaar niet is komen vast te staan. De ambtenaar heeft verzocht om verduidelijking van de vraag wat het gevolg is voor WG als zij onder bijzonder beheer wordt gebracht om zo meer context te krijgen bij de voorgenomen fusie. Daarbij is de interne notitie door een andere medewerker opgesteld dan degene die het besluit heeft genomen.

18. Het beroep is ongegrond.

19. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Abdolbaghai, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Bijlage