Rechtbank Den Haag, 23-05-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:7210, C/09/624805 / KG ZA 22-120
Rechtbank Den Haag, 23-05-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:7210, C/09/624805 / KG ZA 22-120
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 mei 2022
- Datum publicatie
- 21 juli 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:7210
- Zaaknummer
- C/09/624805 / KG ZA 22-120
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Beslissing in incident tot afgifte bescheiden en beslissing in kort geding. Vorderingen afgewezen. Eiseres kan op basis van de voorhanden zijnde informatie haar procespositie voldoende bepalen, daarom ontbreekt rechtmatig belang bij afgifte van de gevorderde gegevens. In het kort geding is in geschil of de beoordeling door de beoordelingscommissie op de juiste wijze heeft plaatsgevonden en of de motivering in de gunningsbeslissing de toets der kritiek kan doorstaan. De voorzieningenrechter beantwoordt beide vragen bevestigend.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/624805/ KG ZA 22-120
Vonnis in (incident in) kort geding van 23 mei 2022 (bij vervroeging)
in de zaak van
Dynniq Nederland B.V. te Amersfoort,
eiseres in het kort geding en in het incident,
advocaat mr. D.R.Versteeg te Amsterdam,
tegen:
Staat der Nederlanden (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat Centrale Informatievoorziening), te Den Haag,
gedaagde in het kort geding en in het incident,
advocaten mrs. A.C.M. Remmé en F.J. Lewis te Utrecht,
waarin in het kort geding zijn tussengekomen:
Yunex Traffic B.V. te Zoetermeer,
advocaten mrs. D.J.L. van Ee en J. Berckenkamp te Amsterdam,
Bam Modulair B.V. te Bunnik,
advocaten mrs. P.F.C. Heemskerk en F.J.P. Stoop te Amsterdam,
Vialis B.V. te Houten,
advocaten mrs. J.F. van Nouhuys en S. Tichelaar te Rotterdam. .
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Dynniq’, ‘RWS’, ‘Yunex’, ‘Bam’ en ‘Vialis’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 februari 2022 met 17 producties;
- de incidentele vordering ex artikel 843a Rv. en artikel 22 Rv. van 9 maart 2022;
- de door RWS overgelegde conclusie van antwoord met 2 producties;
- de incidentele conclusies tot tussenkomst, althans voeging van respectievelijk Bam, Yunex en Vialis (van Vialis met bijlage);
- de akte houdende overlegging producties van Dynniq met producties 18 en 19;
- de op 12 mei 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Dynniq, RWS en Yunex pleitnotities zijn overgelegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op 30 mei 2022. Vonnis is vervolgens nader bepaald op vandaag.
2. Het incident tot tussenkomst in het kort geding
Bam, Yunex en Vialis hebben gevorderd te mogen tussenkomen in het kort geding tussen Dynniq en RWS dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van RWS. Ter zitting hebben Dynniq en RWS verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Bam, Yunex en Vialis zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
RWS heeft een aanbesteding uitgeschreven volgens de Europese niet-openbare procedure, ter zake van de opdracht voor levering van wegkantstation hardware voor landelijke vervanging en voor eventueel nieuw te plaatsen wegkantstations. De aankondiging van de opdracht is op 30 maart 2021 op TenderNed gepubliceerd. De aanbesteding kent een selectiefase en een gunningsfase. De aanbesteding is onderverdeeld in drie percelen (regio’s), Per perceel kan met één partij een overeenkomst worden gesloten en elke partij kan slechts één perceel gegund krijgen. De selectiefase is in juni 2021 afgerond. Daarna is de gunningsfase gestart met zeven geselecteerde partijen, waaronder Dynniq, Vialis, Yunex en Bam. Op 26 juni 2021 is het beschrijvend document (verder: BD) gepubliceerd. Het criterium voor gunning is de economisch meest voordelige inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding.
In het BD is onder meer bepaald dat er vier kwaliteitscriteria zijn te weten:
- productkwaliteit;
- leverbetrouwbaarheid;
- flexibiliteit;
- duurzaamheid.
Deze kwaliteitscriteria hebben een gelijke weging.
In paragraaf 3.2 van het BD is voorts het volgende opgenomen:
“(...)
Inschrijver dient de uitwerking van de kwaliteitscriteria met zodanig detail en helderheid te beschrijven dat Rijkswaterstaat in staat is te beoordelen of de door Inschrijver te leveren prestatie verband houdt met de opdracht van Rijkswaterstaat.
Eisen aan de uitwerking van de kwaliteitscriteria:
Inschrijver dient per scoringselement een beschrijving in van maximaal 1 pagina A4, met goed leesbare lettergrootte.
Hierbij vermeldt inschrijver:
o welke kwaliteitscriteria het betreft.
o welke scoringselement het betreft.
o de uitwerking van de items.
Inschrijver werkt per scoring de volgende items uit:
o Maatregelen: welke maatregelen gaat inschrijver nemen.
o Resultaat: tot welke resultaten leidt(en) de maatregel(en) en wat is de bijdrage van het resultaat aan de betreffende doelstelling van Rijkswaterstaat.
o Onderbouwing: waarom gaat inschrijver dit zo realiseren (theoretische e/o technische uitleg), waarbij inschrijver aannemelijk maakt dat de maatregelen zullen werken, het resultaat behaald gaat worden en zal bijdragen aan de doelstelling.
Beoordeeld wordt op de mate waarin:
- de aangeboden maatregelen en resultaten (prestaties) bijdragen aan het bereiken van doelstelling (effect van de aangeboden maatregelen en resultaten)
- de aangeboden maatregelen en resultaten (prestaties) onderbouwd zijn
(...)”
In hoofdstuk 4 van het BD is het volgende opgenomen:
“ 4. Beoordeling
In dit hoofdstuk is de beoordeling uitgewerkt.
Alvorens tot opening van de Inschrijvingen wordt overgegaan, is een beoordelingsinstructie opgesteld. Deze beoordelingsinstructie is een intern Rijkswaterstaat document en wordt niet aan Inschrijvers ter beschikking gesteld. De voor Inschrijvers relevante informatie is vermeld in dit Beschrijvend document.
Rijkswaterstaat beoordeelt op basis van expert opinion. Dit houdt in dat deskundigen zich een professioneel oordeel vormen op basis van de eigen kennis en expertise. Om de objectiviteit te waarborgen wordt een (sub)beoordelingsteam zodanig samengesteld dat hierin alle relevante disciplines vertegenwoordigd zijn. Hierbij geldt dat voor elk onderdeel van de beoordeling minstens twee personen met de benodigde deskundigheid in het (sub)beoordelingsteam zitting hebben.
(...)
Beoordeling op BPKV-criterium kwaliteit
Elke beoordelaar beoordeelt eerst individueel de inschrijvingen conform de instructies opgenomen in de beoordelingsinstructie. Hierna worden de Inschrijvingen door de beoordelaars gezamenlijk besproken om plenair in consensus zorgvuldig één score voor ieder scoringselement toe te kennen.
(...)”
In de Nota van Inlichtingen is in vraag 212 het volgende opgenomen:
“Onderwerp :
Beoordelingsinstructie
Vraag :
Beschrijvend document hoofdstuk 4 pagina 11
Quote: Elke beoordelaar beoordeelt eerst individueel de inschrijvingen conform de instructies opgenomen in de beoordelingsinstructie.
Vraag: is deze beoordelingssysteem opgesteld op basis van de MARK- methodiek?
Antwoord:
De MARK- methodiek wordt als basis gebruikt, maar om recht te doen aan de kenmerken van deze aanbesteding wordt op een aantal aspecten voor een aangepaste invulling gekozen.
(...)”
RWS heeft zeven inschrijvingen ontvangen. Bij gunningsbeslissing van 4 januari 2022 heeft RWS de drie percelen gegund aan respectievelijk Bam, Yunex en Vialis. De inschrijving van Dynniq is als vijfde geëindigd. In de gunningsbeslissing is een tabel opgenomen met een overzicht van de behaalde eindscores voor de kwalitatieve gunningscriteria en voor de prijs van alle inschrijvers. Als bijlage bij de brief aan Dynniq is gevoegd een overzicht van haar scores en de scores van de winnende inschrijvers op de kwaliteitscriteria, alsmede “alle relevante redenen ter onderbouwing van uw scores en de kenmerken en relatieve voordelen van de winnende inschrijvingen.”
Dynniq heeft bij brief van 18 januari 2022 bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing. Zij achtte de motivering te summier en niet in lijn met het beoordelingskader. Daarop heeft RWS op 20 januari 2022 aan alle inschrijvers extra informatie verschaft over de kenmerkende voordelen van de drie winnende inschrijvingen en is een nieuwe opschortende termijn gaan lopen. Dynniq heeft daarmee geen genoegen genomen en is dit kort geding gestart. Daarop heeft RWS bij brief van 21 maart 2022 nog een ‘bijlage bij gunningsbeslissing’ aan Dynniq verstrekt, waarin een nadere toelichting is gegeven op de door Dynniq behaalde scores voor kwaliteitscriteria.
4 Het geschil
Dynniq vordert in het incident,– zakelijk weergegeven – RWS zo nodig op straffe van een dwangsom te bevelen een kopie te verstrekken van:
I. de beoordelingsinstructie; en
II. het algemene beoordelingsdossier en de beoordelingsdossiers van de individuele beoordelaars, ten minste voor zover het de beoordeling van Dynniq aangaat.
Daartoe voert Dynniq – samengevat – het volgende aan. Dynniq heeft rechtmatig belang bij afgifte van de gevraagde bescheiden. Daarmee kan zij aantonen dat haar bezwaren tegen de (motivering van de) beoordeling gegrond zijn.
RWS voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
Dynniq vordert in het kort geding – zakelijk weergegeven – RWS te gebieden:
primair:
de gunningsbeslissing van 4 januari 2022 in te trekken en over te gaan tot herbeoordeling van alle inschrijvingen en die herbeoordeling te laten uitvoeren door een geheel nieuw beoordelingsteam, op straffe van een dwangsom, althans over te gaan tot heraanbesteding als een rechtmatige herbeoordeling niet meer mogelijk zou zijn;
subsidiair:
de gunningbeslissing in te trekken en een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, voorzien van een deugdelijke motivering, en daarbij alle toepasselijke opschortende en vervaltermijnen opnieuw van start te laten gaan;
alles op straffe van een dwangsom en met veroordeling van RWS in de proceskosten.
Daartoe voert Dynniq – samengevat – het volgende aan. RWS heeft de gunningsbeslissing niet (tijdig) voldoende gemotiveerd en heeft zich niet gehouden aan de bekend gemaakte beoordelingsmethode.
RWS en de tussenkomers voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
Bam vordert – voorwaardelijk, voor zover de voorzieningenrechter dit nodig acht voor toelating van Bam als tussenkomende partij – RWS te gebieden de gunningsbeslissing betreffende Bam te handhaven en hieraan uitvoering te geven. Vialis vordert voor zover nodig RWS te verbieden Vialis te passeren voor gunning van een van de percelen van de opdracht en Dynniq te gebieden te gehengen en te gedogen dat een perceel van de opdracht aan Vialis wordt gegund. Yunex vordert RWS te verbieden te gunnen aan een ander dan de tussenkomers en Dynniq te gebieden te gehengen en te gedogen dat RWS de opdracht gunt aan haar.
Verkort weergegeven stellen de tussenkomers daartoe dat zij er belang bij hebben dat de opdrachten definitief aan hen gegund worden.