Rechtbank Den Haag, 27-07-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:7756, C/09/606678 / HA ZA 21-120
Rechtbank Den Haag, 27-07-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:7756, C/09/606678 / HA ZA 21-120
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 juli 2022
- Datum publicatie
- 4 augustus 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:7756
- Zaaknummer
- C/09/606678 / HA ZA 21-120
Inhoudsindicatie
Onrechtmatige daad; verzwijgen bevinding deskundige over asbestverdacht materiaal in grond
Uitspraak
vonnis
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/606678 / HA ZA 21-120
Vonnis van 27 juli 2022
in de zaak van
1 [eiser 1] , te [woonplaats] ,
2. [eiser 2], te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat jhr. mr. J.W. van Heemskerck van Beest te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] , te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. M.W. Renzen te Rotterdam.
Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagde] genoemd worden.
1 Waar gaat de zaak over?
Kort gezegd stellen [eisers] dat [gedaagde] onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door een passage uit een e-mail van een asbestdeskundige te verwijderen voor hij die e-mail aan hen doorstuurde. Zonder de verwijderde passage leek de deskundige te zeggen dat zich op de bouwkavel die zij indirect van [gedaagde] zouden kopen geen asbestverdacht materiaal bevond. In de verwijderde passage stond echter dat op de kavel asbestverdacht puin in de grond was aangetroffen. Op basis van de bewerkte e-mail van de asbestdeskundige hebben [eisers] een koopovereenkomst getekend waarin een exoneratie voor asbestschade was opgenomen.
[gedaagde] meent dat de door hem verwijderde passage geen nieuwe informatie bevatte en dat hij ook niet gehouden was om de e-mail van de deskundige volledig door te sturen. Verder stelt hij dat het causaal verband tussen het verwijderen van de passage en de door [eisers] geleden schade ontbreekt.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het verwijderen
2 De procedure
Het procesdossier bestaat uit:
- -
-
de dagvaarding van 26 januari 2021 met producties 1-32;
- -
-
de conclusie van antwoord van 19 mei 2021 met producties 1-19;
- -
-
het tussenvonnis van 30 maart 2022.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 april 2022.
Ten slotte is de datum bepaald waarop dit vonnis wordt gewezen.