Rechtbank Den Haag, 17-08-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8244, 632829
Rechtbank Den Haag, 17-08-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8244, 632829
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 augustus 2022
- Datum publicatie
- 23 augustus 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8244
- Zaaknummer
- 632829
Inhoudsindicatie
Geschil over de vraag of door verjaring recht van overpad is ontstaan
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: 632829/ KG ZA 22/675
Vonnis in kort geding van 23 augustus 2022
in de zaak van
[eiser] , te [plaats],
eiser,
advocaat mr. A.V. Mostert te Leusden,
tegen:
de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
POSTDUIVENVERENIGING “STEEDS SNELLER”, te Monster,
gedaagde,
ter zitting vertegenwoordigd door T.P. van den Berg en H.R.A. de Kruyk.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘de Postduivenvereniging’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 17;
- de door [eiser] ingediende akte overlegging producties met producties 18 tot en met 26;
- de door [eiser] ingediende akte overlegging producties met producties 27 en 28;
- de door [eiser] ingediende akte wijziging ingediende producties en overlegging producties, met gewijzigde productie 28 en productie 29;
- het door de Postduivenvereniging ingediende verweerschrift;
- de op 9 augustus 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door [eiser] een pleitnota is overlegd.
Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
[eiser] is eigenaar van een perceel, gelegen aan de [adres 1] te [plaats]. Op dit perceel staat zijn woning. De Postduivenvereniging is eigenaar van het naastgelegen perceel, [adres 2] te [plaats]. Op dit perceel staat het verenigingsgebouw.
Vanaf de openbare weg bezien bevindt de woning van [eiser] zich links van het verenigingsgebouw van de Postduivenvereniging. Het verenigingsgebouw staat wat verder van de openbare weg af dan de woning van [eiser]. De linkermuur van het verenigingsgebouw staat ongeveer een meter van de erfgrens met het perceel van [eiser]. Aan de linkerkant van het verenigingsgebouw bevinden zich parallel met de voorgevel van het verenigingsgebouw poortdeuren die toegang geven tot het daarachter liggende gedeelte van het perceel van [eiser].
Voor het verenigingsgebouw en de hiervoor genoemde poortdeuren ligt een verhard terrein. Daarvan behoort een strook aan de linkerzijde, met een breedte van 2,20 meter, kadastraal bij het perceel van [eiser]. Links van die strook staat een muur met daarin een deur waarmee het perceel van [eiser] vanaf die zijde bereikbaar is.
Op het aan [eiser] toebehorende deel van het verharde terrein staat aan de straatzijde een stenen muurtje met metalen buizen erboven als erfafscheiding.
[eiser] maakte gebruik van het aan de Postduivenvereniging toebehorende deel van het verharde terrein om, zowel te voet als met zijn auto, bij het aan hem toebehorende perceel te komen.
In februari 2022 heeft een overleg plaatsgevonden tussen de toenmalig gemachtigde van [eiser] en vertegenwoordigers van de Postduivenvereniging. Daarbij is onder meer ter sprake gekomen dat [eiser] van mening is door verjaring eigenaar te zijn geworden van naast en achter het verenigingsgebouw gelegen delen van het perceel van de Postduivenvereniging, waaronder een strook van ongeveer een meter breed, waarvan de grens in het verlengde ligt van de linker muur van het verenigingsgebouw en die parallel loopt met het aan [eiser] toebehorende deel van het verharde terrein.
In juni 2022 heeft de toenmalig gemachtigde van [eiser] een schriftelijk advies aan partijen gezonden waarin wordt geconcludeerd dat [eiser] terecht een beroep doet op eigendomsovergang wegens verjaring. Daarnaast staat in het advies:
“[eiser] maakt al jaren gebruik van een strook breed 3m langs de erfgrens om zijn garagedeuren met de auto te bereiken; op die strook mogen zonder meer gasten en werklieden van hem parkeren. Dat is een persoonlijk recht van overpad.”
Op 22 juni 2022 heeft de Postduivenvereniging op het verharde terrein, op de kadastrale grens van de percelen van partijen, een afrastering geplaatst. Ook is aan de straatzijde van het aan de Postduivenvereniging behorende deel van het verharde terrein een stootpaal geplaatst. Hierdoor is het voor [eiser] niet langer mogelijk via het aan de Postduivenvereniging behorende deel van het verharde terrein zijn eigen perceel te bereiken.
3 Het geschil
[eiser] vordert – zakelijk weergegeven – dat de Postduivenvereniging, op straffe van verbeurte van een dwangsom, wordt veroordeeld tot het verwijderen en verwijderd houden van de op de erfgrens geplaatste afrastering en de stootpaal en dat de Postduivenvereniging wordt verboden om hem te belemmeren in het gebruik van de ongeveer een meter brede strook grond als bedoeld onder 2.6.
Daartoe voert [eiser] – samengevat – het volgende aan. Sinds in ieder geval 2000 maakt hij als bezitter gebruik van een recht van overpad om over het perceel van de Postduivenvereniging toegang te verkrijgen tot zijn eigen perceel. Nu dit bezit meer dan twintig jaren heeft geduurd is sprake van een door verjaring ontstane erfdienstbaarheid. Door plaatsing van de afrastering en de stootpaal wordt hij onrechtmatig beperkt in de uitoefening van de daaraan verbonden rechten.
De Postduivenvereniging voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.