Home

Rechtbank Den Haag, 24-08-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8575, C/09/630756 / KG ZA 22-527

Rechtbank Den Haag, 24-08-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8575, C/09/630756 / KG ZA 22-527

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 augustus 2022
Datum publicatie
30 augustus 2022
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:8575
Zaaknummer
C/09/630756 / KG ZA 22-527

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Verbod om uitvoering te geven aan gunningsvoornemen. Eerste gunningsbeslissing is door aanbesteder ingetrokken vanwege motiveringsgebrek. In tweede gunningsbeslissing is uitvoerigere motivering opgenomen. Tweede gunningsbeslissing is tot stand gekomen zonder betrokkenheid beoordelingscommissie. De in de gunningsbeslissing opgenomen motivering kan niet tot stand komen zonder wezenlijke betrokkenheid beoordelingscommissie.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/630756 / KG ZA 22-527

Vonnis in kort geding van 24 augustus 2022

in de zaak van

Iv-Infra B.V. te Sliedrecht,

eiseres,

advocaat mr. J.P.F.W. van Eijck te Eindhoven,

tegen:

de Staat der Nederlanden, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Rijkswaterstaat, Grote Projecten en Onderhoud) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. A.C.M. Remmé en I. van der Hoeven te Utrecht.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Iv-Infra’ en ‘de Staat’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met daarbij en nadien overgelegde producties;

- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord met producties;

- de op 10 augustus 2022 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Staat heeft een aanbesteding uitgeschreven volgens de Europese niet-openbare procedure ter zake van de opdracht met zaaknummer 31163428 ‘Herberekening 2 staal-betonbruggen en Molenbrug Kampen (hoofd- en zijoverspanningen)’. Het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) is van toepassing op de aanbesteding en de aanbestedingsstukken omvatten de Aanbestedingsleidraad met bijlagen, vraagspecificaties en Nota’s van Inlichtingen. Het doel van de aanbesteding is om met één partij een overeenkomst te sluiten. Het gunningscriterium is Economisch Meest Voordelige Inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding, waarbij voor het onderdeel kwaliteit drie gunningscriteria zijn geformuleerd.

2.2.

Op grond van paragraaf 6.2 van de Aanbestedingsleidraad geschiedt de beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria door middel van ‘direct beoordelen’ door een beoordelingsteam, samengesteld uit ter zake kundige beoordelaars. In Bijlage H bij de Aanbestedingsleidraad (Uitwerking EMVI-BPKV-criteria) staat dat de kwaliteit van de Inschrijvingen op basis van de gunningscriteria zal worden beoordeeld door een nader samen te stellen beoordelingscommissie. Verder staat daarin, voor zover relevant, het volgend vermeld:

Toelichting op het rekenblad EMVI-BPKV criteria

De Aanbesteder zal zich bij de beoordeling laten bijstaan door een beoordelingscommissie. Deze commissie beoordeelt de uitwerkingen van de Inschrijvers voor de gunningscriteria. Voor ieder EMVI-BPKV zal de commissie een waardering geven, waarmee het totaalbeeld van de kwaliteit van de aanbieding tot uiting wordt gebracht.

Beoordelingscijfer

Op het niveau waarop de maximale kwaliteitswaarde zichtbaar gemaakt is, wordt ook een beoordelingscijfer gegeven. De reeks beoordelingscijfers loopt van 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3 en 2. Een door het beoordelingsteam toegekend beoordelingscijfer betreft telkens een teamresultaat in consensus en geen gemiddelde van individuele beoordelingscijfers.”

2.3.

Onder andere Iv-Infra is na de selectiefase uitgenodigd tot het doen van een inschrijving. Zij heeft vervolgens tijdig een inschrijving ingediend.

2.4.

Bij gunningsbeslissing van 8 maart 2022 (hierna: de eerste gunningsbeslissing) heeft de Staat aan de inschrijvers het resultaat van de Aanbesteding meegedeeld. De inschrijving van [de VOF] is daarbij als de winnende inschrijving aangemerkt. De inschrijving van Iv-Infra is als derde geëindigd. Op de drie kwalitatieve subgunningscriteria heeft Iv-Infra respectievelijk een 6, een 8 en een 7 gescoord (op een schaal van 2 tot 10).

2.5.

Iv-Infra heeft bij brief van 15 maart 2022 bezwaar gemaakt tegen de eerste gunningsbeslissing. Iv-Infra heeft de volgende bezwaren naar voren gebracht:

­ in een andere, vergelijkbare, aanbesteding heeft Iv-Infra op dezelfde kwalitatieve gunningscriteria voor gunningscriteria 1 en 3 telkens een 9 gescoord, terwijl zij op deze onderdelen nu een 6 en een 7 heeft gescoord. Volgens Iv-Infra kunnen door deze grote verschillen, terwijl zij nagenoeg identieke plannen van aanpak heeft ingediend, vraagtekens worden gezet bij de juistheid c.q. objectiviteit van de in onderhavige aanbesteding uitgevoerde beoordeling en wordt de indruk gewekt dat met die beoordeling naar een bepaald resultaat wordt toegewerkt;

­ de motvering van de gunningsbeslissing voldoet niet aan de daaraan op grond van de Aanbestedingswet en het ARW 2016 te stellen eisen.

2.6.

Ook een andere inschrijver heeft bezwaar gemaakt tegen de eerste gunningsbeslissing. Naar aanleiding van de ingediende bezwaren heeft de Staat de aanbestedingsprocedure en de Alcateltermijn stilgelegd.

2.7.

Bij brief van 25 april 2022 heeft een klachtbehandelaar van het Centrale Klachtenmeldpunt Aanbesteden van Rijkswaterstaat geoordeeld over de door Iv-Infra ingediende bezwaren. De klacht van Iv-Infra is daarbij gedeeltelijk gegrond verklaard. Voor zover nu relevant is in de brief het volgende opgenomen:

“(...)

U geeft aan dat er twee identieke procedures zijn uitgebracht met een ongelijke beoordeling. Bij beide procedures zijn, volgens u, nagenoeg identieke Aanbestedingsdocumenten gebruikt, alsook de EMVI-BPKV-criteria.

Allereerst staan beide aanbestedingen op zichzelf, waardoor zij niet vergelijkbaar zijn met elkaar. Daarnaast wordt elke Inschrijving op individuele wijze naar waarde beoordeeld, zonder hierbij te kijken naar eerder gedane inschrijvingen. (...)

Wat betreft de juistheid c.q. objectiviteit van de uitgevoerde beoordeling en dat er, naar uw idee ,naar een bepaald resultaat wordt toegewerkt kunnen wij niet onderschrijven. Er wordt te allen tijde met zorg een onafhankelijk beoordelingsteam samengesteld. De verschillende uitkomsten zouden naar uw mening kunnen wijzen op willekeur, meer daarvan is geen sprake. Hoewel een zekere subjectiviteit bij de beoordeling niet kan worden uitgesloten, zijn de toegepaste processen en methode erop gericht de beoordeling zo objectief mogelijk plaats te laten vinden. Uw klacht wordt op dit onderdeel onterecht bevonden.

Om bovenstaande redenen kan ik dan ook alleen ingaan op de beoordeling in onderhavige procedure.

In uw brief geeft u niet aan waar naar uw mening de bevindingen met betrekking tot de beoordeling van uw Inschrijving op de subcriteria 1 en 3 onjuist zouden zijn. U constateert uitsluitend de discrepantie met het beoordelingsresultaat bij de eerdere aanbesteding. Ik constateer evenwel dat de bij deze aanbesteding toegekende cijfers op de beide subcriteria onvoldoende gedragen worden door de motivering in de gunningsbeslissing. Het beoordelingsteam heeft de toegekende cijfers op beide subcriteria onvoldoende onderbouwd.

Dit geldt evenzeer voor de uitkomsten en relatieve voordelen van de winnende inschrijving. (...) Het beoordelingsteam dient de kenmerken en relatieve voordelen van de winnende Inschrijving nader te motiveren.

Samenvattend acht ik uw klacht over het motiveringsgebrek van de gunningsbeslissing op deze twee aspecten gegrond. Voor een (her)beoordeling door een nieuwe beoordelingscommissie is vooralsnog geen aanleiding, omdat er geen sprake is van willekeur of andere ernstige procedurefouten. Wel zal de aanbesteden worden geadviseerd om vanwege het motiveringsgebrek de gunningsbeslissing in te trekken.

(...)”

2.8.

In reactie op voormelde klachtbeslissing heeft Iv-Infra de Staat op 26 april 2022 verzocht een herbeoordeling uit te voeren. Hiertoe voert zij aan dat in de klachtbeslissing wordt geconstateerd dat de toegekende cijfers onvoldoende worden gedragen door de motivering in de gunningsbeslissing. Dit kan volgens Iv-Infra impliceren dat gegeven de motivering de cijfers niet correct zijn, maar het kan ook impliceren dat de motivering niet afdoende is voor de mogelijk juiste cijfers. Met de eerste mogelijkheid wordt geen rekening gehouden als een (her)beoordeling achterwege blijft, aldus Iv-Infra.

2.9.

Bij brief van 12 mei 2022 heeft de Staat aan de inschrijvers op de aanbesteding bericht dat de eerste gunningsbeslissing wordt ingetrokken, dat de voorlopige gunningsbeslissingen nader zullen worden gemotiveerd door het beoordelingsteam en dat de nader gemotiveerde gunningsbeslissingen zo spoedig mogelijk aan de inschrijvers kenbaar zullen worden gemaakt.

2.10.

Op 30 mei 2022 is aan de inschrijvers een nieuwe gunningsbeslissing bekend gemaakt (hierna: de tweede gunningsbeslissing). Het resultaat van de aanbesteding is de tweede gunningsbeslissing overeenkomstig de eerste gunningsbeslissing. Er is in de tweede gunningsbeslissing aan alle inschrijvers extra informatie verschaft over de kenmerken en relatieve voordelen van de winnende inschrijving en in de bijlage bij de gunningsbeslissing is een nadere toelichting opgenomen over de behaalde scores op de eigen inschrijving. In de tweede gunningsbeslissing is een nieuwe opschortende termijn voor het aanhangig maken van een kort geding opgenomen.

3 Het geschil

3.1.

Iv-Infra vordert – zakelijk weergegeven –

primair:

  1. de Staat te verbieden uitvoering te geven aan de tweede gunningsbeslissing, althans de Staat te gebieden om tweede gunningsbeslissing in te trekken;

  2. de Staat te gebieden om – als de Staat nog tot aanbesteding van de onderhavige opdracht wil over gaan – een nieuwe gunningsbeslissing te nemen en daarvoor een nieuwe en onbevooroordeelde beoordelingscommissie aan te stellen, bestaande uit personen die niet eerder betrokken zijn geweest bij onderhavige aanbesteding, en de inschrijvingen door die nieuwe beoordelingscommissie opnieuw te laten beoordelen;

subsidiair:

3. de Staat te verbieden uitvoering te geven aan de tweede gunningsbeslissing en de Staat te gebieden de opdracht opnieuw aan te besteden, als de Staat nog tot verlening van de opdracht over wil gaan, op straffe van een dwangsom;

alles met veroordeling van de Staat in de proceskosten.

3.2.

Daartoe voert Iv-Infra – samengevat – het volgende aan. Uit het oordeel van het klachtenmeldpunt blijkt dat er in de eerste gunningsbeslissing een discrepantie is tussen enerzijds de toegekende cijfers op subgunningscriteria 1 en 3 en anderzijds de daarbij behorende motivering. Dit oordeel kan tot twee conclusies leiden: of de cijfers zijn niet juist, of de motivering is ondeugdelijk. Als er vanuit wordt gegaan dat de motivering in de eerste gunningsbeslissing toereikend is, dan kan aan het oordeel van de klachtencommissie geen andere conclusie worden verbonden dan dat de aan de hand van die motivering toegekende cijfers 6 voor criterium 1 en cijfer 7 voor criterium 3 onterecht zijn toegekend. Immers, volgens de klachtencommissie rechtvaardigt die motivering die cijfers niet. Een andere consequentie van het oordeel van de klachtencommissie kan zijn dat de toegekende cijfers juist zijn, maar in de eerste gunningsbeslissing worden gedragen door een te positieve beoordeling. Nu ook in de tweede gunningsbeslissing dezelfde cijfers zijn toegekend, vindt de Staat dus dat er met de toegekende cijfers niets mis is. Uit de motivering in de tweede gunningsbeslissing moet echter worden geconcludeerd dat er kennelijk een nieuwe beoordeling van de inschrijving van Iv-Infra heeft plaatsgevonden. De nieuwe motvering geeft namelijk een ander – minder positief – waardeoordeel over de inschrijving van Iv-Infra. Daarmee is geen sprake van een aanvullende motivering, maar heeft kennelijk een herbeoordeling plaatsgevonden door de beoordelingscommissie die ook de eerste beoordeling heeft uitgevoerd, kennelijk alleen met het doel om met een negatievere score de toegekende – lage – cijfers alsnog te rechtvaardigen. Dat duidt op willekeur en favoritisme, te meer omdat onduidelijk is of de beoordelingscommissie in het kader van de herbeoordeling ook naar de andere inschrijvingen heeft gekeken. Als dat niet is gebeurd, levert dat strijd met het gelijkheids- en het transparantiebeginsel op. Bovendien heeft de Staat hiermee in strijd met zijn eigen aanbestedingsleidraad gehandeld, die immers niet voorziet in een tweede lezing van de inschrijvingen door hetzelfde beoordelingsteam.

3.3.

Het tweede gunningsvoornemen is, zo stelt Iv-Infra verder, ook inhoudelijk onjuist, althans niet naar behoren gemotiveerd. De kenmerken en relatieve voordelen van de winnende inschrijving zijn nog steeds niet deugdelijk gemotiveerd en er blijkt uit dat bij de beoordeling van het plan van aanpak van Iv-Infra fouten zijn gemaakt en dat de Staat niet heeft geoordeeld aan de hand van het in de Aanbestedingsleidraad opgenomen toetsingskader. Iv-Infra meent dat zij te lage cijfers heeft gekregen voor subgunningcriteria 1 en 3 mede door een eerdere aanbesteding van de Staat, waarop Iv-Infra heeft ingeschreven. Die aanbesteding is vergelijkbaar met de onderhavige aanbesteding, de subgunningscriteria zijn identiek en het plan van aanpak van Iv-Infra in onderhavige aanbesteding is grotendeels gebaseerd op het in die andere aanbesteding ingediende plan van aanpak. Iv-Infra vindt het onbegrijpelijk dat zij in de eerdere aanbesteding voor gunningscriteria 1 en 3 een 9 kreeg en dat zij in onderhavige aanbesteding een 6, respectievelijk 7 kreeg. Dit verschil in cijfers is onverklaarbaar en doet de vraag rijzen of de beoordelingscommissie wel voldoende objectief en onafhankelijk is geweest, dan wel of zij wel de juiste toetst heeft toegepast.

3.4.

De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing