Home

Rechtbank Den Haag, 12-07-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11007, C/09/632335 / HA ZA 22-585

Rechtbank Den Haag, 12-07-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11007, C/09/632335 / HA ZA 22-585

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12 juli 2023
Datum publicatie
28 augustus 2023
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:11007
Zaaknummer
C/09/632335 / HA ZA 22-585

Inhoudsindicatie

Vordering van curator tot betaling van facturen van gefailleerde jeugdhulpverlener boven het opgelegde budgetplafond wordt afgewezen.

Uitspraak

Team handel

Zaaknummer: C/09/632335 / HA ZA 22-585

Vonnis van 12 juli 2023

in de zaak van

MR. [naam 1] in hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf] B.V. te [plaats],

eiser,

advocaat: mr. M. Haasjes te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg,

tegen

SAMENWERKINGSORGAAN HOLLAND RIJNLAND te Leiden,

gedaagde,

advocaat: mr. M. Dijkstra te Den Haag.

Partijen worden hierna ‘de curator’ en ‘HR’ genoemd. [bedrijf] B.V. wordt hierna ‘[bedrijf]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 11 juli 2022;

- de akte overlegging producties van de kant van de curator met de producties 1 tot en met 13;

- de conclusie van antwoord met de producties 1 tot en met 10;

- het tussenvonnis van 8 februari 2023 waarin een mondelinge behandeling is bevolen;

- de e-mail van 15 mei 2013 van de advocaat van HR met een bijlage;

- de brief van 15 mei 2023 van de advocaat van de curator met een bijlage.

1.2.

Op 31 mei 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling vragen aan partijen gesteld en partijen hebben hun standpunten toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen tijdens de zitting hebben gezegd. Die aantekeningen en het namens HR ter zitting overgelegde uittreksel uit de Kamer van Koophandel van Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland zijn toegevoegd aan het griffiedossier.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[bedrijf] is een op 31 maart 2010 opgerichte onderneming die tot haar hierna te noemen faillissement onder meer ambulante jeugdzorg verleende. Vanaf 4 juli 2014 zijn [naam 2] en [naam 3] bestuurders van [bedrijf].

2.2.

HR is een gemeenschappelijke regeling die door tien gemeenten in de regio Holland Rijnland wordt ingeschakeld om de jeugdhulpverlening op basis van de Jeugdwet te organiseren. TWO Jeugdzorg is een onderdeel van HR en zij verwees veelal jeugdige cliënten naar onder meer [bedrijf], die deze cliënten in behandeling nam.

2.3.

[bedrijf] en HR zijn op 27 oktober 2017 een ontwikkelovereenkomst aangegaan die geldt van 1 januari 2017 tot 1 januari 2020. Hierdoor werd [bedrijf] toegelaten tot de groep zorgverlenende instellingen waarvan het werk door HR bekostigd kon worden.

2.4.

Op 11 december 2017 is een resultaatovereenkomst gesloten voor de periode 1 januari 2018 tot en met 31 december 2019 tussen de gemeenten in Holland Rijnland (in de overeenkomst aangeduid als ‘opdrachtgever’) en de opdrachtnemers jeugdhulp (in de overeenkomst aangeduid als ‘opdrachtnemer’). Hierin is het volgende bepaald:

(...) ARTIKEL 13 ACCEPTATIEPLICHTOpdrachtnemer verleent jeugdhulp aan de jeugdige die volgens de daarvoor gestelde wettelijke bepalingen of gemeentelijke regelgeving naar hem is verwezen, tenzij: 1. het budgetplafond van opdrachtnemer is bereikt; 2. opdrachtnemer aantoonbaar niet de juist zorg kan bieden; 3. dit in redelijkheid niet van opdrachtnemer kan worden gevraagd. (...)ARTIKEL 36 OPDRACHT(...)36.2. Opdrachtnemer hanteert bij de facturatie (...) Opdrachtnemer houdt ook dan rekening met de in deze resultaatovereenkomst vastgelegde afspraken over de bestedingsruimte. (...)ARTIKEL 38 BESTEDINGSRUIMTE38.1. Opdrachtgever stelt voor Opdrachtnemer per kalenderjaar de bestedingsruimte vast: - op nader vast te stellen bedrag als de omzet van Opdrachtnemer over het voorgaande kalenderjaar hoger was dan EUR 100.000,00. (...)38.2. Binnen de bestedingsruimte kunnen de producten worden geleverd zoals bedoeld in artikel 36.1. 38.3. Bij verwachte over- of onderschrijving van de bestedingsruimte meldt opdrachtnemer dit schriftelijk bij opdrachtgever op het e-mailadres: jeugdhulp@hollandrijnland.nl. Opdrachtnemer meldt dit zo vroeg mogelijk, maar uiterlijk wanneer in een kalenderjaar 80% van het budgetplafond is uitgenut (...) Partijen treden na deze melding binnen twee weken in overleg, waarna opdrachtgever al dan niet besluit tot aanpassing van de bestedingsruimte. Zonder aanpassing van de bestedingsruimte, schriftelijk in een addendum vastgelegd door de manager TWO Jeugdhulp Holland Rijnland, betaalt opdrachtgever niet de facturen die de bestedingsruimte overschrijden. 38.4. Opdrachtgever behoudt het recht om (op basis van eigen monitoring) de bestedingsruimte te wijzigen. Partijen treden na dit voornemen in overleg, waarna opdrachtgever al dan niet besluit tot aanpassing van de bestedingsruimte. Zonder aanpassing van de bestedingsruimte, schriftelijk vastgelegd door TWO Jeugdhulp Holland Rijnland, betaalt opdrachtgever niet de facturen die de bestedingsruimte

overschrijden. (...)

2.5.

Voor het jaar 2018 is ten aanzien van [bedrijf] de volgende bijlage 6 bij de resultaatovereenkomst gevoegd:

BIJLAGE 6. INDIVIDUELE CONTRACTAFSPRAKEN BEKOSTIGING – AMBULANT (...) Maximale bestedingsruimte (invulling aan artikel 38.1)Het maximale door de opdrachtnemer te factureren bedrag voor het totaal aan werkzaamheden gedurende het boekjaar bedraagt € 0,-. Dit bedrag geldt als maximale bestedingsruimte. (...)

Ter informatie over de totstandkoming van het budgetplafond: Wanneer in 2018 een cliënt met een geldige verwijzing bij uw organisatie wordt aangemeld, neemt u vóór aanvang van zorg contact op met de TWO Jeugdhulp van Holland Rijnland via het mailadres jeugdhulp@hollandrijnland.nl (...). In samenspraak met de TWO Jeugdhulp van Holland Rijnland worden er afspraken gemaakt over de financiering, binnen de kaders van de ondertekende ontwikkel- en resultaatovereenkomst. Hulp geleverd aan cliënten, zonder schriftelijk akkoord met de TWO wordt overeenkomstig met uw budgetplafond van €0,- niet vergoed. (...)

2.6.

HR heeft voor de werkzaamheden van [bedrijf] over 2018 in totaal € 269.404,36 voldaan.

2.7.

Voor het jaar 2019 is de volgende bijlage 6 bij de resultaatovereenkomst gevoegd:

BIJLAGE 6: INDIVIDUELE CONTRACTAFSPRAKEN BEKOSTIGING- AMBULANT(...) Maximale bestedingsruimte (invulling aan artikel 38.1)De maximale bestedingsruimte voor het totaal aan ambulante werkzaamheden voor het boekjaar 2019 bedraagt: € 180.000.

De opdrachtnemer is zelf verantwoordelijk voor een gelijkmatige in- en uitstroom van cliënten tijdens het boekjaar passend binnen deze bestedingsruimte (...)

2.8.

Op 1 april 2019 heeft HR aan [bedrijf] een cliëntenstop opgelegd, omdat [bedrijf] in de eerste twee maanden van 2019 66% van de maximale bestedingsruimte heeft gedeclareerd en het aantal cliënten heeft verdubbeld door 18 nieuwe cliënten aan te nemen zonder nader overleg met HR, terwijl [bedrijf] verzuimd heeft in januari 2019 aan te geven dat de prognose voor 2019 de maximale bestedingsruimte zou overschrijden. Daarbij heeft HR laten weten dat zij na het bereiken van de maximale bestedingsruimte geen facturen meer zal uitbetalen en dat [bedrijf] gehouden is te zoeken naar een andere aanbieder en te zorgen voor een goede, warme overdracht van gestarte hulpverleningstrajecten.

2.9.

Partijen hebben hierna met elkaar gecommuniceerd over de ontstane situatie. Bij e-mail van 20 mei 2019 heeft HR aan [bedrijf] het volgende bericht:

(...)Er zijn 2 situaties:

Cliënten gestart in 2018 waarvoor TWO toestemming heeft gegeven binnen de financiële contractafspraken.

Cliënten gestart in 2019 waar geen financiële vergoeding tegenover staat en waar TWO Jeugdhulp geen separate toestemming voor heeft gegeven.

(...) 2018 [bedrijf] heeft een prognose toegestuurd voor de cliënten die zijn gestart in 2018. Prognose voor 2019 € 411.219,40 betreft cliënten die in zorg zijn genomen in 2018

Realisatie 2019 € 222.058,48 (o.b.v. verhouding prognose / realisatie 2018) Bestedingsruimte 2019 € 180.000 -/- Extra budget € 42.058,48 omdat toestemming is gegeven in 2018

Totaal wordt in 2019 maximaal € 222.058,48 betaalbaar gesteld.

Dit betekent dat voor de cliënten gestart in 2018 de zorg wordt afgemaakt door [bedrijf]. (...) 2019 Voor cliënten gestart in 2019 staat geen financiële vergoeding. (...)

2.10.

Hierop heeft [bedrijf] aan HR laten weten de zorg voor de cliënten die zijn gestart in 2019 per 27 mei 2019 te beëindigen. Voorts heeft de curator op 27 mei 2019 het volgende aan HR bericht:

(...) Ik heb u een aantal documenten aangeleverd, die ik nogmaals zal bijvoegen in deze mail:

Overzicht betaalde facturen 2019 Holland Rijnland met een totaal van € 194.856,45.

Overzicht openstaande facturen t/m april 2019 Holland Rijnland met een totaal van € 120.032,85.

o In februari 2019 is het openstaande bedrag € 6.690,80

o In maart 2019 is het openstaande bedrag € 31.574,05

o In april 2019 is het openstaand bedrag € 81.768,00

o (De inschatting van de facturen van de maand mei bedraagt: € 55.000,00).

(...)’

2.11.

op 4 juni 2019 heeft [bedrijf] aan HR laten weten dat zij haar faillissement heeft aangevraagd, waarna HR op 6 juni 2019 de ontwikkelovereenkomst en de resultaatovereenkomst heeft ontbonden.

2.12.

Bij vonnis van deze rechtbank van 18 juni 2019 is [bedrijf] op eigen aangifte failliet verklaard met benoeming van mr. [naam 1] tot curator.

2.13.

Bij brief van 29 oktober 2019 met bijlagen is HR namens de curator gesommeerd om uiterlijk 13 november 2019 € 189.737,30 te betalen op de faillissementsrekening. Dit bedrag heeft de curator in die brief als volgt begroot:

(...)In 2019 heeft HR in totaal een bedrag van € 195.375,94 aan facturen van gefailleerde betaald (bijlage 2) terwijl de maximale aan gefailleerde opgelegde - niet reële - bestedingsruimte van € 222.058,48 (vide bijlage 1) vooralsnog niet is volgelopen. Het verschil tussen deze bedragen – derhalve € 26.682,54 – dient HR in ieder geval nog aan de curator te betalen. Per 21 mei 2019 heeft gefailleerde uit hoofde van verschillende reeds aan HR uitgereikte facturen een opeisbare vordering van € 184.130,10 (bijlage 3). De curator heeft het onderhandenwerk van gefailleerde per faillissementsdatum op 1 juli 2019 uitgefactureerd. Uit hoofde van de uitfacturatie van het onderhandenwerk heeft gefailleerde uit 15 facturen met nummers 20190615 tot en met 20190629 in totaal nog een vordering van € 5.607,20 op HR (bijlage 3). De opeisbare vordering van gefailleerde op HR bedraagt derhalve € 189.737,30 (€ 184.130,10 + € 5.607,20). (...)

2.14.

HR heeft bij brief van 11 december 2019 laten weten niet aan de sommatie te zullen voldoen. Daarbij heeft zij het volgende bericht over de vaststelling van de bestedingsruimte:

(...) Voor het jaar 2019 kon Holland Rijnland wel een bestedingsruimte vaststellen op basis van de omzet van [bedrijf] over 2018. Bij de vaststelling van deze bestedingsruimte speelde de volgende omstandigheden een rol: i) de begrote omzet van [bedrijf] voor 2018 was ca. € 500.000,- waarvan daadwerkelijk € 269.000,- is gerealiseerd, ii) het behandeltraject van [bedrijf] duurt naar eigen zeggen gemiddeld 4-8 maanden en iii) het grootste deel van de cliënten zijn in juni/juli 2018 ingestroomd en zouden naar verwachting begin 2019 uitstromen. Op basis van deze gegevens heeft Holland Rijnland voor [bedrijf] voor 2019 een maximale bestedingsruimte van € 180.000,- vastgesteld en neergelegd in (de tweede) bijlage 6 bij de Resultaatovereenkomst. (...)’

2.15.

Bij e-mail van 25 maart 2020 hebben de bestuurders van [bedrijf] op verzoek van de curator hierop als volgt gereageerd:

(...) Het bedrag aan beschikking van afgegeven in 2018 is ca. 600K en niet 500K. (...)Elke beschikking wordt afgegeven over 12 maanden. Op de beschikking staat vermeld het bedrag in 2018 en het bedrag in 2019. (...) Omdat binnen een week van elk kwartaal door Holland Rijnland een klanten stop werd afgekondigd, werden de klanten een kwartaal doorgeschoven. Zo ook in de maand oktober en november 2018 kregen wij beschikkingen vanuit het veld om te starten in 2019. In 3 crisis situaties mochten wij toch starten in 2018, maar het budget ging niet mee naar 2019. (...)

2.16.

Op 17 april 2020 heeft HR € 42.682,54 betaald aan de curator.

3 Het geschil

3.1.

De curator vordert - samengevat – veroordeling van HR tot betaling van € 147.054,76, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 november 2019 dan wel de dag van dagvaarding en een bedrag van € 2.717,11 aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van HR in de proceskosten.

3.2.

HR voert verweer. HR concludeert na het laten van een prealabel punt nog tot afwijzing van de vorderingen van de curator, met veroordeling van de curator in de kosten van deze procedure.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing