Rechtbank Den Haag, 27-07-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:13766, C/09/646217 / HA RK 23-159
Rechtbank Den Haag, 27-07-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:13766, C/09/646217 / HA RK 23-159
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 juli 2023
- Datum publicatie
- 30 oktober 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13766
- Zaaknummer
- C/09/646217 / HA RK 23-159
Inhoudsindicatie
proces-verbaal mondelinge uitspraak. Verzoeken over en weer tot ontslag bestuurder stichting ex artikel 2:298 lid 1 BW en het treffen van voorlopige voorzieningen ex artikel 2:298 lid 2 BW. Op eenparig verzoek ter zitting bij wijze van voorlopige voorziening een onafhankelijke door de rechtbank aangezochte tijdelijke bestuurder benoemd met een doorslaggevende stem in het bestuur. Zaak op verzoek van partijen aangehouden.
Uitspraak
proces-verbaal
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/646217 / HA RK 23-159
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak ter zitting van 27 juli 2023
in de zaak van
1 [de Stichting] te [plaats 1] ,
2. [verzoeker sub 2] te [plaats 2] , [land] ,
verzoekers, tevens verweerders in het tegenverzoek,
advocaat mr. A.G. Moeijes te Velsen-Zuid,
tegen
1 [verweerder sub 1] te [plaats 3] ,
2. [de Stichting] te [plaats 1] ,
verweerders, tevens verzoekers in het tegenverzoek,
advocaat mr. A.P.J.M. Verbeek te Amsterdam.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank.
Tegenwoordig zijn mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, rechter, en M.C. van Asch, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
- -
-
[verzoeker sub 2] , bijgestaan door mr. Moeijes,
- -
-
[verweerder sub 1] , vergezeld van zijn echtgenote en bijgestaan door mr. Verbeek.
De rechtbank heeft kennis genomen van de gewisselde processtukken te weten:
- -
-
het verzoekschrift tot het ontslaan van een stichtingsbestuurder ex artikel 2:298 lid 1 BW en het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ex artikel 2:298 lid 2 BW;
- -
-
het verweerschrift ex artikel 2:298 lid 1 BW tevens verzoekschrift tot het ontslaan van een stichtingsbestuurder ex artikel 2:298 lid 1 BW en het treffen van voorlopige voorzieningen ex artikel 2:298 lid 2 BW jo artikel 223 Rv;
- -
-
het verweerschrift tegen het tegenverzoek;
- -
-
de bij e-mails van 25 en 26 juli 2023 door mr. Verbeek overgelegde producties.
Ter zitting heeft de rechter met toepassing van artikel 29a Rv mondeling tussenuitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.
1 De beslissing en de gronden daarvoor
[verzoeker sub 2] en [verweerder sub 1] vormen samen het bestuur van de [de Stichting] te [plaats 1] (hierna: de Stichting). De Stichting heeft een aanzienlijk vermogen, onder meer bestaand uit hofjes in [plaats 1] en percelen grond in de [A]. De bestuurders verzoeken de rechtbank over en weer om de ander als bestuurder van de Stichting te ontslaan en voor de duur van het geding voorlopige voorzieningen te treffen door de andere bestuurder per direct te schorsen en een tijdelijk bestuurder te benoemen. Zij hebben elk een (andere) naam genoemd van een tijdelijk bestuurder die hen geschikt lijkt.
[verzoeker sub 2] voert voor zijn verzoek [verweerder sub 1] te ontslaan - kort gezegd - aan dat bij een financiële controle van de administratie onregelmatigheden zijn geconstateerd, waarvoor [verweerder sub 1] persoonlijk verantwoordelijk is. Zo zijn er herhaaldelijk privé-uitgaven van [verweerder sub 1] door hem ten laste gebracht van de Stichting. Een bestuurder die dergelijke onjuiste handelingen verricht dient te worden ontslagen, aldus [verzoeker sub 2]. [verweerder sub 1] heeft erkend dat er door hem enkele fouten zijn gemaakt in de administratie, maar hij betwist dat er sprake is geweest van fraude en hij stelt de gemaakte fouten inmiddels te hebben hersteld, door terugbetaling van de betreffende bedragen, althans verrekening ervan. Daarmee is volgens hem van enige schade voor de Stichting geen sprake en is er geen grond voor zijn ontslag als bestuurder.
[verweerder sub 1] stelt op zijn beurt dat [verzoeker sub 2] wel moet worden ontslagen. Hij heeft al jaren nagelaten zijn taak goed te vervullen. Hij laat het werk goeddeels over aan [verweerder sub 1] en diens vrouw. Die laatste treedt op als beheerder van de door de Stichting geëxploiteerde hofjes. [verzoeker sub 2] woont in het buitenland, is weinig aanwezig en verzaakt systematisch zijn controletaken. Hij is ook niet bereid mee te werken aan een broodnodige statutenwijziging om te komen tot een betere governance. Die statutenwijziging is nodig omdat de bestuurders op grond van de huidige statuten hun eigen opvolger mogen aanwijzen, het tweekoppige bestuur tot impasses bij de besluitvorming leidt en er evenmin een raad van toezicht is die kan optreden. Het verzet van [verzoeker sub 2] tegen de door [verweerder sub 1] beoogde wijzigingen binnen de Stichting is volgens hem ingegeven door een belangenconflict bij [verzoeker sub 2]. De zoon van [verzoeker sub 2] is projectontwikkelaar en diens zakelijke belangen spelen feitelijk op de achtergrond mee, aldus [verweerder sub 1]. [verzoeker sub 2] betwist dat van het verzaken van zijn taak en/of belangenverstrengeling aan zijn kant sprake is. Hij verzet zich naar zijn zeggen ook niet tegen een statutenwijziging, maar hij verschilt slechts van mening met [verweerder sub 1] over de keuzes die daarbij moeten worden gemaakt. Dat rechtvaardigt volgens hem geen ontslag.
Ter zitting is besproken dat de feitelijke en juridische standpunten van partijen voldoende duidelijk zijn, nu die al uitvoerig zijn vastgelegd in de gewisselde processtukken. De rechtbank heeft daarom ter zitting partijen gevraagd of er volgens hen nog andere dan juridische mogelijkheden resteren om, in het belang van de Stichting, te komen tot snelle oplossingen. Daarop is de zitting geschorst voor overleg. Na de schorsing hebben partijen de rechtbank eenparig verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding een onafhankelijk tijdelijk bestuurder te benoemen, die door de rechtbank zal worden aangezocht.
De rechtbank heeft ingestemd met dat verzoek en te kennen gegeven daarvoor mr. S.C.M. Van Thiel, advocaat te Amsterdam, geschikt te achten; hij heeft ervaring met dergelijke werkzaamheden. Partijen hebben daarop meegedeeld met zijn benoeming te kunnen instemmen. Vervolgens heeft de rechtbank telefonisch contact gelegd met mr. Van Thiel, die heeft laten weten bereid en in staat te zijn een benoeming als tijdelijk bestuurder te aanvaarden.
De tijdelijk bestuurder zal moeten inventariseren wat er volgens hem binnen de Stichting en ten aanzien van het tussen de huidige bestuurders gerezen geschil dient te gebeuren. Daarbij is uitgangspunt dat hij met de zittende bestuurders ook overleg zal plegen over een nieuwe structuur van de Stichting, in het bijzonder de instelling van een Raad van Toezicht, dit met het oog op een verantwoorde governance in de Stichting. De tijdelijk bestuurder zal gedurende de looptijd van zijn aanstelling een doorslaggevende stem in het bestuur hebben. Verder zal de rechtbank bepalen dat de bestuurders voor de duur van de voorzieningen uitsluitend vertegenwoordigingsbevoegd zijn tezamen handelend met de tijdelijk bestuurder. Voorts zal worden bepaald dat de kosten van de inzet van de tijdelijk bestuurder voor rekening komen van de Stichting en dat de Stichting op eerste verzoek daartoe voor diens honorarium zekerheid dient te stellen of een voorschot dient te voldoen.
Partijen hebben in het licht van deze beslissing verzocht om een aanhouding van de zaak voor drie maanden. Dat verzoek zal worden toegewezen. Partijen dienen de rechtbank uiterlijk tegen de pro forma datum van 28 oktober 2023 te berichten over de gewenste voortgang van de procedure. Indien de zaak dan niet wordt ingetrokken zal de rechtbank de tijdelijk bestuurder vragen te rapporteren over zijn bevindingen en de rechtbank te adviseren over de volgens hem te nemen stappen. Ook partijen mogen zich dan nader uitlaten, waarna een nieuwe mondelinge behandeling zal worden bepaald.