Rechtbank Den Haag, 06-10-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15099, C/09/649042 / KG ZA 23-481
Rechtbank Den Haag, 06-10-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15099, C/09/649042 / KG ZA 23-481
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2023
- Datum publicatie
- 6 oktober 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:15099
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2024:199, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- C/09/649042 / KG ZA 23-481
Inhoudsindicatie
Inkoopbeleid 2024-2026 gehandicaptenzorg grotendeels niet onrechtmatig
Zes zorgkantoren mogen hun landelijk inkoopbeleid voor gehandicaptenzorg voor 2024 handhaven. Eén van hen dient het regionale beleid op twee onderdelen aan te passen. Dat volgt uit een uitspraak in kort geding van de rechtbank Den Haag. Zorgaanbieders voor gehandicaptenzorg (58 in totaal) hebben het kort geding aangespannen omdat zij vrezen geen reële tarieven vergoed te krijgen.
Gehandicaptenzorg
Dit kort geding draait om de zorg die de zorgaanbieders verlenen aan mensen met een handicap op grond van de Wet langdurige zorg. De zorgkantoren regelen deze zorg voor de regio waarvoor zij zijn aangewezen. De zorgkantoren sluiten schriftelijke overeenkomsten met zorgaanbieders die deze zorg kunnen verlenen. Het huidige meerjarige inkoopkader voor de inkoop van langdurige zorg van de zorgkantoren loopt af op 1 januari 2024. Er moet een nieuw inkoopbeleid komen voor daarna. Afgelopen juni hebben de zorgkantoren hun nieuwe inkoopbeleid gepubliceerd. Zij hebben dit later nog op een aantal onderdelen aangepast.
Door dat nieuwe inkoopbeleid verwachten de 58 zorgaanbieders financiële tekorten omdat zij vinden dat de zorgkantoren geen reële tarieven zullen vergoeden. De zorgaanbieders hebben bezwaren tegen alle drie de pijlers van het beleid dat door de zorgkantoren wordt gevoerd: de hoogte van het vastgestelde landelijk richttariefpercentage, zorgkantoor-specifiek beleid voor regionale aanpassingen en de hardheidsclausule. De zorgaanbieders stellen bovendien dat de gehanteerde tariefsystematiek ondeugdelijk is. Met dit kort geding wilden zij voor elkaar krijgen dat de zorgkantoren hun inkoopbeleid aanpassen.
Oordeel rechtbank
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bezwaren van de zorgaanbieders geen doel treffen, op twee bezwaren tegen regionale onderdelen van het inkoopbeleid van Menzis na. De zorgkantoren hebben de op hen rustende verplichtingen niet evident geschonden. Zij hebben de gehanteerde tariefsystematiek en de onderdelen daarvan voldoende duidelijk onderbouwd en voldoende aannemelijk gemaakt dat zij daarmee reële tarieven vergoeden.
De rechtbank wijst de vorderingen van de zorgaanbieders tegen CZ, VGZ, Zilveren Kruis, Salland en ZZ daarom af. Menzis wordt verboden een specifiek onderdeel in haar inkoopbeleid op te nemen. Menzis moet de zorgaanbieders bovendien gedurende de looptijd van de inkoopprocedure ieder jaar in de gelegenheid stellen om bezwaar te maken tegen het richttariefpercentage voor het opvolgende jaar.
De belangenorganisatie van de aanbieders van gehandicaptenzorg is niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen omdat zij, nu zij zelf geen contracten afsluit met de zorgkantoren, geen eigen belang heeft.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/649042 / KG ZA 23-481
Vonnis in kort geding van 6 oktober 2023
in de zaak van
1 VERENIGING GEHANDICAPTENZORG NEDERLAND te Utrecht,
2. STICHTING SOVAK te Drimmelen,
3. STICHTING CELLO ’s-Hertogenbosch,
4. STICHTING ZORG ADULLAM te Barneveld,
5. STICHTING ESDÉGÉ-REIGERSDAAL te Langedijk,
6. STICHTING HOEVE SPREY te Bronckhorst,
7. STICHTING DE ZIJLEN te Groningen,
8. STICHTING SEVERINUS te Veldhoven,
9. STICHTING ZOZIJN ZORG te Voorst,
10. STICHTING PSW te Roermond,
11. STICHTING ZUIDWESTER te Middelharnis, gemeente Goeree-Overflakkee,
12. STICHTING DAELZICHT te Maasgouw,
13. STICHTING GEMIVA-SVG GROEP te Gouda,
14. STICHTING DAG- EN WOONVOORZIENINGEN VERSTANDELIJK GEHANDICAPTEN IN WESTELIJK NOORD-BRABANT te Roosendaal,
15. STICHTING PLURYN te Nijmegen,
16. STICHTING PERGAMIJN te Sittard-Geleen,
17. STICHTING BARTIMÉUS SONNEHEERDT te Zeist,
18. RAPHAËLSTICHTING te Bergen (Noord-Holland),
19. STICHTING KENTALIS ZORG te Groningen,
20. STICHTING DICHTERBIJ te Gennep,
21. PROTESTANTS CHRISTELIJKE STICHTING SJALOOM ZORG OP GOEREEOVERFLAKKEE E.O. te Dirksland,
22. DESEIZOENEN B.V. te Oploo,
23. STICHTING PRISMA te Waalwijk,
24. STICHTING 'S HEEREN LOO ZORGGROEP te Amersfoort,
25. STICHTING LIEVEGOED te De Bilt,
26. STICHTING DRIESTROOM te Overbetuwe,
27. STICHTING SIZA te Arnhem,
28. STICHTING KONINKLIJKE VISIO, EXPERTISECENTRUM VOOR SLECHTZIENDE EN BLINDE MENSEN te Amsterdam,
29. STICHTING MIDDIN te Rijswijk (Zuid-Holland),
30. STICHTING INTERAKT CONTOUR GROEP te Nunspeet,
31. STICHTING S & L ZORG te Roosendaal,
32. STICHTING DE TWENTSE ZORGCENTRA te Enschede,
33. STICHTING ESTINEA te Aalten,
34. ROBERT COPPES STICHTING te Vught,
35. STICHTING COSIS te Assen,
36. STICHTING AMARANT te Tilburg,
37. STICHTING OLMENES te Ooststellingwerf,
38. STICHTING AVELEIJN te Borne,
39. STICHTING MAEYKEHIEM te De Fryske Marren,
40. STICHTING IPSE DE BRUGGEN te Alphen aan den Rijn,
41. STICHTING ODION te Wormer,
42. STICHTING ELVER te Doetinchem,
43. STICHTING ORO te Helmond,
44. STICHTING VANBOEIJEN te Assen,
45. STICHTING PAMEIJER te Rotterdam,
46. STICHTING SIG, ORGANISATIE VOOR ONDERSTEUNING VAN MENSEN MET EEN BEPERKING te Beverwijk,
47. STICHTING NIEUW UNICUM te Zandvoort,
48. STICHTING SIUS te Oost Gelre,
49. STICHTING TRAGEL te Hulst,
50. STICHTING TRIADE-VITREE te Lelystad,
51. STICHTING DE TRANS te AA en Hunze,
52. STICHTING SYNDION te Gorinchem,
53. STICHTING PREZZENT te Zaltbommel,
54. STICHTING DE WAERDEN te Dijk en Waard,
55. STICHTING LEGER DES HEILS WELZIJN$- EN GEZONDHEIDSZORG te Amsterdam,
56. STICHTING KORAAL te Sittard-Geleen,
57. STICHTING ALLIADE te Heerenveen,
58. STICHTING REINAERDE te Utrecht,
59. STICHTING DE OVERBUREN te Ridderkerk,
eiseressen,
advocaten mrs. J.J. Rijken, N.A.D. Groot en M.A. Fijnheer te Amsterdam,
tegen:
1 ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR N.V. te Utrecht,
2. VGZ ZORGKANTOOR B.V. te Arnhem,
3. CZ ZORGKANTOOR B.V. te Tilburg,
4. STICHTING ZORGKANTOOR MENZIS te Wageningen,
5. STICHTING WLZ-UITVOERDER ZORG EN ZEKERHEID te Leiden,
6. SALLAND ZORGKANTOOR B.V. te Deventer,
gedaagden,
advocaten van gedaagden 1, 2 en 6: mrs. T.R.M van Helmond en A.T.H.J. Mingels te Amsterdam,
advocaat van gedaagden 3 en 5: mr. A.J.H.W.M. Versteeg te Amsterdam,
advocaten van gedaagde 4: mrs. A.B.B. Gelderman en L.J. Vermeulen te Enschede,
waarin zich heeft gevoegd aan de zijde van eiseressen:
STICHTING CAREANDER, PROTESTANTS CHRISTELIJKE STICHTING VOOR MENSEN MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING te Harderwijk,
advocaten mrs. J.J. Rijken, N.A.D. Groot en M.A. Fijnheer te Amsterdam.
Eiseressen en de interveniënt worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘VGN c.s.’. Eiseres sub 1 wordt hierna afzonderlijk aangeduid als ‘VGN’. De interveniënt wordt hierna afzonderlijk aangeduid als ‘Careander’. Eiseressen sub 2 tot en met 59 en Careander worden hierna tezamen aangeduid als ‘de zorgaanbieders’.
Gedaagden worden hierna gezamenlijk aangeduid als ‘de zorgkantoren’. Ieder afzonderlijk worden zij aangeduid als ‘Zilveren Kruis’, ‘VGZ’, ‘CZ’, ‘Menzis’, ‘ZZ’ en ‘Salland’.
1 De procedure
De procedure is ingeleid door:
- de dagvaardingen van 16 juni 2023 met producties.
Daarna is ingekomen:
- de incidentele conclusie tot voeging van Careander van 26 juli 2023.
De voorzieningenrechter heeft daarna regie gevoerd en bij brief van 11 augustus 2023 aan eiseressen verzocht om de in de dagvaarding aangekondigde nadere akte uiterlijk 31 augustus 2023 te nemen en de zorgkantoren verzocht hun schriftelijke reactie uiterlijk 14 september 2023 in te dienen.
De voorzieningenrechter heeft daarna kennis genomen van:
- de akte houdende nadere onderbouwing vorderingen tevens akte houdende wijziging eis met producties van 31 augustus 2023;
- de conclusie van antwoord van Zilveren Kruis, VGZ en Salland tezamen, alsmede de conclusies van antwoord van CZ, Menzis en ZZ afzonderlijk van 14 september 2023, alle met bijlagen en/of producties.
De voorzieningenrechter heeft partijen op 15 september 2023 nader geïnformeerd over de planning van de mondelinge behandeling, waaronder de spreektijd.
De voorzieningenrechter heeft daarna kennis genomen van:
- de brief van 21 september 2023 van ZZ, waarmee zij een fout in een bijlage bij haar conclusie van antwoord wenst te herstellen;
- een akte van 25 september 2023 van VGN c.s. houdende aanvullende producties en houdende een wijziging eis;
- de brieven van CZ en ZZ tezamen en van Menzis van 26 september 2023, beide met producties.
Op 28 september 2023 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn door i) VGN c.s., ii) Zilveren Kruis, VGZ en Salland tezamen, iii) Menzis en iv) CZ en ZZ tezamen pleitnotities overgelegd.
Tijdens de zitting heeft de voorzieningenrechter de zorgkantoren in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de toelating van de door VGN bij akte van 25 september 2023 vermelde eiswijziging en de daarbij overgelegde nadere producties. De zorgkantoren hebben hiertegen bezwaar gemaakt. VGN c.s. is in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.
De voorzieningenrechter heeft daarna beslist dat zij de eiswijziging, op het na te melden onderdeel na, buiten beschouwing laat vanwege strijd met de eisen van een goede procesorde. Dit oordeel heeft de voorzieningenrechter als volgt toegelicht.
Eiseressen hebben op 19 juni 2023 de dagvaarding laten uitbrengen. Daarin hebben zij aangegeven nog een nadere akte te zullen nemen om hun vordering nader toe te lichten. Gelet op de omvang van de zaak en het belang van voldoende voorbereidingstijd, alsook gelet op de in deze procedure aan de orde zijnde zwaarwegende belangen van beide partijen, heeft de voorzieningenrechter regie gevoerd: VGN c.s. is verzocht de aangekondigde nadere akte uiterlijk op 31 augustus 2023 in te dienen en de zorgkantoren is verzocht om uiterlijk op 14 september 2023 een conclusie van antwoord toe te sturen. Dit alles om ervoor te zorgen dat de zaak tijdens de op 28 september 2023 geplande mondelinge behandeling, goed voorbereid door partijen én de rechtbank, behandeld kan worden. Hieraan hebben partijen voldaan.
Op maandag 25 september 2023 om 16.24 uur, elf dagen na ontvangst van de conclusies van antwoord en feitelijk twee werkdagen voor deze zitting, hebben eiseressen, zonder enige vooraankondiging, een akte houdende een eiswijziging ingediend. De oorspronkelijke eis, zoals gewijzigd bij de akte van 31 augustus 2023, besloeg één pagina en betrof alle zorgkantoren. De in de akte van 25 september 2023 geformuleerde eis beslaat er twaalf, waarbij per zorgkantoor een eis is geformuleerd, bestaande uit diverse sub-vorderingen. De eisen per zorgkantoor zijn niet hetzelfde. Een toelichting op de eiswijziging ontbreekt en ook is geen toelichting/leeswijzer verstrekt aan de hand waarvan de overeenkomsten en de verschillen tussen de diverse vorderingen per zorgkantoor eenvoudig zijn vast te stellen. Daarbij komt dat ook een aantal nieuwe eisen is toegevoegd.
Noch de voorzieningenrechter, noch de zorgkantoren hebben zich op de nieuwe eisen kunnen voorbereiden, laat staan voldoende. In de eerste plaats omdat de eisen niet zijn voorzien van een toelichting/onderbouwing, in de tweede plaats vanwege de wijze waarop deze zijn geformuleerd en in de derde plaats vanwege het late tijdstip waarop de eiswijziging is ingediend. Uitstel van de behandeling van de zaak om eiseressen in de gelegenheid te stellen hun eiswijziging alsnog te onderbouwen en de zorgkantoren vervolgens voldoende tijd te geven om daarop te reageren, lijdt tot onredelijke vertraging van dit geding.
De eiswijziging wordt wel in aanmerking genomen, voor zover daarin is gespecificeerd welke zorgaanbieders bij welk zorgkantoor hebben ingeschreven en voor zover de eis is gewijzigd in die zin dat alleen die zorgaanbieders de vordering instellen tegen dat betreffende zorgkantoor.
Wat betreft de bij de akte van 25 september 2023 overgelegde nadere producties 123 t/m 139 (bestaande uit meer dan 200 pagina’s en geheel of goeddeels stukken van vóór 31 augustus 2023) heeft de voorzieningenrechter partijen ter zitting meegedeeld dat zij deze in aanmerking neemt, tenzij de zorgkantoren daar op het moment dat daar door VGN c.s. ter zitting een beroep op wordt gedaan, gemotiveerd bezwaar tegen maken, in welk geval op dat bezwaar zal worden beslist. Nu ter zitting vervolgens geen bezwaar in de hier bedoelde zin is gemaakt, zijn deze producties onderdeel van de processtukken.
Tegen het in aanmerking nemen van de door CZ, ZZ en Menzis op 26 september 2023 overgelegde nadere producties (afschriften van de daags daarvoor door Zorgverzekeraars Nederland namens de zorgkantoren aan de Minister voor Langdurige Zorg en Sport en de op 25 september 2023 door CZ en ZZ en op 26 september 2023 door Menzis aan de NZa verzonden brieven) is geen bezwaar gemaakt, zodat deze producties ook onderdeel uitmaken van de processtukken.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
De voorzieningenrechter heeft ten slotte kennis genomen van het bericht van eiseressen van 5 oktober 2023 (dat zij hebben verzonden naar aanleiding van hetgeen daarover ter zitting is afgesproken) dat het na de zitting nog door hen met Menzis gevoerde overleg er niet toe heeft geleid dat zij de tegen Menzis gerichte vordering 2d intrekken.