Home

Rechtbank Den Haag, 11-01-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:168, C/09/606503 / HA ZA 21-107

Rechtbank Den Haag, 11-01-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:168, C/09/606503 / HA ZA 21-107

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 januari 2023
Datum publicatie
23 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:168
Zaaknummer
C/09/606503 / HA ZA 21-107

Inhoudsindicatie

Overdracht aandelen aan katvanger. Onrechtmatige daad dga tegenover de gezamenlijke schuldeisers van de vennootschap. Faillissementspauliana.

Uitspraak

vonnis

Team handel

Zaaknummer / rolnummer: C/09/606503 / HA ZA 21-107

Vonnis van 11 januari 2023

in de zaak van

MR. [naam 1] q.q. te [plaats 1] ,

in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijf 1] te [plaats 2] ,

eiseres,

advocaat mr. E.A.H. ten Berge te Naaldwijk, gemeente Westland,

tegen

1 [gedaagde 1] te [plaats 3] ,

2. [gedaagde 2] B.V. te [plaats 3] ,

gedaagden,

advocaat mr. M. Kooiman en mr. O. Zaïr te Rotterdam.

Partijen zullen hierna de curator en [gedaagden] genoemd worden. [gedaagden] zullen ieder afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

-

de dagvaardingen van 18 januari 2021, met producties 1 t/m 14;

-

de conclusie van antwoord, met producties 1 t/m 8;

-

het tussenvonnis van 4 mei 2022, waarin de mondelinge behandeling is bepaald;

-

de akte overlegging producties, met producties 9 en 10, namens [gedaagden] ;

-

het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 23 augustus 2022 en de daarin genoemde stukken.

1.2.

Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 augustus 2022 is – met hun instemming – buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om op de inhoud van het proces-verbaal te reageren. Mr. Ten Berge en mr. Zaïr hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Hun brieven van 12 september 2022 zijn aan het proces-verbaal gehecht. Dit vonnis wordt gewezen met inachtneming van de inhoud van die brieven voor zover het correcties van feitelijke aard betreffen.

1.3.

Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] , of: de vennootschap) is op 7 augustus 2014 door [gedaagde 1] opgericht. De bedrijfsactiviteiten bestonden uit het exploiteren van een telefoonwinkel vanuit een gehuurd bedrijfspand in Naaldwijk (hierna: de telecomwinkel). Er werden met name telefoonabonnementen en telefoons verkocht aan klanten. Feitelijk nam [bedrijf 1] in 2014 bestaande activiteiten over en zette zij de telecomwinkel voort. Aan de vennootschap waren dealercodes verbonden die nodig zijn om telefoonabonnementen van bepaalde providers te kunnen verkopen.

2.2.

[bedrijf 1] had één werkneemster in dienst, die ook al vóór 2014 bij de telecomwinkel werkte. [gedaagde 1] was tot 29 december 2016 zelfstandig bevoegd bestuurder en enig aandeelhouder van de vennootschap. De administratie werd verzorgd door de heer [naam 2] van Trevie Administratie & Advies (hierna: het administratiekantoor).

2.3.

Daarnaast had [gedaagde 1] nog een ander bedrijf, [gedaagde 2] , dat zich richtte op de verkoop van telefoontoestellen in Den Haag (onder de naam [bedrijf 2] ). [gedaagde 2] is op 23 mei 2011 door [gedaagde 1] opgericht. [gedaagde 1] was zelfstandig bevoegd bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde 2] . Op 31 mei 2022 is [gedaagde 2] door middel van een turboliquidatie ontbonden.

2.4.

Op 29 december 2016 heeft [gedaagde 1] de aandelen in de vennootschap overgedragen aan een koper genaamd [naam 3] (hierna: [naam 3] ). De koopprijs zou € 12.363,60 hebben bedragen. [naam 3] was een (op dat moment) 21-jarige Syrische vluchteling die ten tijde van de aandelenoverdracht op basis van een verblijfsvergunning sinds september 2015 in Nederland verbleef. Hij woonde in [plaats 4] en sprak geen Nederlands of Engels.

[gedaagde 1] is per 29 december 2016 gedefungeerd als bestuurder en [naam 3] is tot directeur van de vennootschap benoemd.

2.5.

De aandelenoverdracht aan [naam 3] heeft via de notaris plaatsgehad in aanwezigheid van een beëdigd tolk. In de akte van levering aandelen is vermeld dat [gedaagde 1] de koopprijs heeft ontvangen en aan [naam 3] kwijting verleent voor betaling van de koopprijs. De akte verwijst naar een aan de akte gehechte kwitantie. Deze kwitantie is gedateerd 23 december 2016, deze vermeldt een bedrag van € 12.363,60 en is getekend voor ontvangst door [gedaagde 1] . Ook vermeldt de kwitantie: “Betaald door: [naam 3]”.

2.6.

Aan de akte van levering zijn twee overzichten gehecht die door [gedaagde 1] zijn opgesteld: een overzicht “Waarde Inventaris en Goodwill” (zie afbeelding 1) en een overzicht “Schulden van [bedrijf 1]”.

Afbeelding 1.

2.7.

Uit het overzicht “waarde inventaris en goodwill” (afbeelding 1) volgt dat [gedaagde 1] heeft gerekend met een totaalbedrag aan activa van € 53.595,65, bestaande uit de optelsom van € 9.745,65 aan voorraad accessoires en kleine toestellen, € 5.400 aan drie maanden borg bij de verhuurder en voor het overige in totaal € 38.450 aan winkelinventaris zoals computers, vitrines, kasten, tafels en stoelen. Verder heeft [gedaagde 1] een bedrag van € 30.000 aan goodwill vermeld. Als ‘vraagprijs overname’ staat een bedrag van € 12.363,60 vermeld.

In het andere overzicht, genaamd “schulden van [bedrijf 1] ”, heeft [gedaagde 1] een totaalbedrag aan schulden vermeld van € 71.232,10.

2.8.

Het administratiekantoor heeft een balans en winst- en verliesrekening opgesteld per 30 september 2016. De begeleidende brief bij deze financiële stukken was gedateerd op 27 december 2016.

2.9.

[gedaagde 1] heeft per e-mail contact opgenomen met de dealermanager van [bedrijf 3] en de aandelenoverdracht gemeld, in verband met de voortzetting van het dealerschap. De dealermanager heeft vervolgens een afspraak gehad met [naam 3] . Daarna heeft [gedaagde 1] in februari en maart 2017 nog contact gehad via Whatsapp met de dealermanager over het verstrekken van inloggegevens voor het aanmaken van een nieuw account bij [bedrijf 3] voor de telecomwinkel.

2.10.

Sinds de aandelenoverdracht aan [naam 3] op 29 december 2016 is de telecomwinkel niet meer geopend geweest. De inventaris en andere zaken zijn op enig moment verdwenen. De werkneemster kreeg geen loonbetalingen meer en kreeg ook geen contact met [naam 3] (over de invulling van haar werkzaamheden). Op 29 maart 2017 heeft de werkneemster vervolgens het faillissement van [bedrijf 1] aangevraagd. Bij vonnis van 25 april 2017 is de vennootschap in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van de curator als zodanig.

2.11.

Kort vóór de aandelenoverdracht heeft de vennootschap nog telefoontoestellen aan [gedaagde 2] geleverd. [gedaagde 1] was op dat moment enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde 2] .

2.12.

De curator heeft bij brief van 27 maart 2020 ten aanzien van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , met een beroep op artikel 42 en 47 van de Faillissementswet (hierna: Fw), een aantal door de vennootschap verrichte rechtshandelingen vernietigd.

2.13.

De curator begroot het faillissementstekort van [bedrijf 1] op € 110.000, waaronder een bedrag van ruim € 47.000 aan belastingschulden, en ruim € 30.000 aan overige crediteuren. [naam 3] biedt geen verhaal.

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing