Rechtbank Den Haag, 31-10-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20567, C/09/651246 KG ZA 23-640
Rechtbank Den Haag, 31-10-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20567, C/09/651246 KG ZA 23-640
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2023
- Datum publicatie
- 28 december 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20567
- Zaaknummer
- C/09/651246 KG ZA 23-640
Inhoudsindicatie
Kort geding betreffende de inkoopprocedure wlz. Gebod tot aanpassen inkoopbeleid, zodat de onrechtmatigheid hiervan op het onderdeel zoals weergegeven onder het systeem van ‘het historisch laag tarief’ wordt weggenomen. Afwijzing overige vorderingen.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/651246 / KG ZA 23-640
Vonnis in kort geding van 31 oktober 2023
in de zaak van
Teamzorg B.V. te Nijmegen,
eiseres,
advocaten mrs. F.J.J. Cornelissen en L. Bras te Arnhem,
tegen:
VGZ Zorgkantoor B.V. te Arnhem,
gedaagde,
advocaten mrs. A.T.H.J. Mingels en A.M.L. de Boer te Amsterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Teamzorg’ en ‘VGZ’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;
- de conclusie van antwoord met de daarbij overgelegde producties;
- de op 17 oktober 2023 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening. De hierbij behorende drie sectoren zijn Verpleging en verzorging, Gehandicaptenzorg en Geestelijke gezondheidszorg. Dit kort geding gaat over de sector Verpleging en verzorging (V&V).
De langdurige zorg in natura wordt geregeld door zorgkantoren. Nederland is verdeeld in zorgkantoorregio’s en elke regio heeft haar eigen zorgkantoor. In de regio Nijmegen is dat VGZ. Zorgkantoren hebben een zorgplicht en ter uitvoering daarvan sluiten zij schriftelijke overeenkomsten met zorgaanbieders die Wlz-zorg kunnen verlenen die verzekerd is (artikel 4.2.1 en 4.2.2 van de Wlz). Zorgkantoren zijn op grond van de wet verplicht hun werkzaamheden op een doelmatige wijze uit te voeren en de nodige maatregelen te treffen ter voorkoming van de verstrekking van onnodige zorg en van uitgaven die hoger dan noodzakelijk zijn (artikel 4.2.5 van de Wlz).
Een van de publiekrechtelijke grenzen bij het sluiten van die overeenkomsten wordt gevormd door de tariefregulering van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De NZa stelt maximumtarieven vast voor de vergoeding van de Wlz-zorg in natura. Deze zijn gebaseerd op kostprijsonderzoek. De door de NZa vastgestelde maximumtarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Verder houdt de NZa toezicht op zorgverzekeraars, zorgkantoren en zorgaanbieders.
Teamzorg is gespecialiseerd in het bieden van Wlz-zorg in natura aan ouderen. Zij heeft daartoe voor het eerst in 2018 een overeenkomst gesloten met VGZ. Zij heeft in de loop van dat jaar aan VGZ aangeboden om Wlz-ouderenzorg te verlenen tegen een tariefpercentage van 90% van het NZa-tarief ten behoeve van het verkrijgen van een contract van mei tot en met december 2018. Dat aanbod is door VGZ geaccepteerd. Partijen zijn in een overeenkomst voor het jaar 2019 datzelfde percentage overeengekomen. Voor het jaar 2020 zijn zij een tariefpercentage van 91% overeengekomen. Daarna hebben zij een contract voor de duur van drie jaar gesloten en zijn zij voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023 een tariefpercentage van 91% overeengekomen.
In september 2022 hebben onder andere het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de NZa, Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en ActiZ (de branchevereniging van ouderenzorgaanbieders) het Integraal Zorgakkoord (IZA) met elkaar gesloten. Daarin staat onder meer vermeld dat de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg onder druk staat en dat zorgprofessionals onder druk staan. Geconcludeerd wordt dat, verkort weergegeven, meer geld niet de oplossing is en dat dit vraagt om verandering. Met de afspraken in het akkoord willen de ondertekenaars invulling geven aan de ambitie om de zorg voor iedereen toegankelijk, kwalitatief goed en betaalbaar te houden en aan de in het document genoemde opgaven. Deze hebben onder meer betrekking op de wijze waarop de beschikbare capaciteit wordt ingezet, het verminderen van administratieve lasten, de inzet van technologische toepassingen, de ondersteuning van een goed werkende digitale infrastructuur en het opschalen van bewezen innovaties. De focus van dit akkoord ligt op de zorg die onder de Zorgverzekeringswet valt, waarbij waar relevant ook de langdurige zorg, ondersteuning (Wmo), inzet op publieke gezondheid en het bredere sociaal domein wordt betrokken.
Op 1 juni 2023 hebben de zorgkantoren hun nieuwe inkoopbeleid voor de jaren 2024-2026 gepubliceerd (hierna: het inkoopbeleid). Elk zorgkantoor heeft daarbij twee categorieën inkoopdocumenten gepubliceerd. De eerste categorie betreft inkoopdocumenten van ZN. Deze zijn (inhoudelijk) bij elk zorgkantoor in beginsel aan elkaar gelijk. De tweede categorie zijn de inkoopdocumenten die elk zorgkantoor zelfstandig heeft opgesteld.
De inkoopdocumenten van ZN bevatten het document “Visie op duurzame toegang tot langdurige zorg”. Bijlage 7 bij deze visie is het document “Onderbouwing richttariefpercentages Wlz”. Hierin is onder meer opgenomen waarom een landelijk tariefmodel als gemeenschappelijke basis wordt gehanteerd. Het document vermeldt daarover onder meer:
“Het tariefmodel dat gehanteerd wordt leidt tot een richttariefpercentage per sector op landelijk niveau. De richttariefpercentages per sector zijn nadrukkelijk géén gemiddelde, minimum, basis of maximumtarief. Het is het uitgangspunt van de zorgkantoren bij het vormgeven van hun inkoopbeleid. In de praktijk worden, binnen de regio, afspraken gemaakt over de tarieven waarbij dat tarief op zorgaanbiedersniveau hoger of lager kan liggen dan het richttariefpercentage, afhankelijk van het inkoopbeleid.
Evenals voorgaande jaren hanteren de zorgkantoren een hardheidsclausule. Net als afgelopen jaren maakt de hardheidsclausule onderdeel uit van de tariefsystematiek bestaand uit het landelijk richt- tariefpercentage als uitgangspunt, verdere differentiatie en uitwerking in het inkoopbeleid van ieder zorgkantoor en een hardheidsclausule.”
Voorts is hierin opgenomen een onderbouwing van de richttariefpercentages per sector, het richttariefpercentage per sector – zijnde voor de sector V&V 95,5% van het NZa maximumtarief exclusief NHC/NIC – en de resultaten per sector.
De inkoopdocumenten van VGZ bevatten onder meer:
-
een toelichting op het hanteren van een landelijk tariefmodel en van een landelijk tariefpercentage per sector als uitgangspunt. Voorts is hierin het volgende opgenomen over ‘historisch laag tarief’: “Met een aantal aanbieders hebben wij in voorgaande jaren een lager tariefpercentage afgesproken. Wij handhaven dit lagere tariefpercentage voor 2024 en zullen dat doortrekken naar volgende jaren. Aanbieders met een historisch laag tariefpercentage komen wel, mits ze voldoen aan de voorwaarden, in aanmerking voor alle transformatieopslagen. Dit is anders dan voorgaande jaren.”
-
de vermelding van het doel van de transformatieopslagen, zijnde het stimuleren van de transformatie van het zorglandschap, waarbij wordt gestreefd naar “zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan”. Daarnaast is opgenomen dat het naast het maken van jaarlijkse afspraken ook mogelijk is om meerjarenafspraken te maken over de toeslag. In een tabel staan de opslagpercentages vermeld en de daaraan gekoppelde voorwaarden. Deze hebben betrekking op i) het implementeren van minimaal twee voor de aanbieder nieuwe en bewezen Good Practices (hierna: GP’s), waarvoor een opslag van 0,2% kan worden verkregen, ii) het zich committeren aan alle afspraken die worden gemaakt aan de regionale V&V tafels, waarvoor een opslag van 0,1% kan worden verkregen en iii) het voldoen aan het eerste genoemde criterium én het in 2024 gaan voorzien van zorg van een groeiend aantal en aandeel van minimaal 2% MPT (hetgeen staat voor: modulair pakket thuis) cliënten ten opzichte van het aantal MPT cliënten in 2023, waarvoor een opslag van +2,1% kan worden verkregen.
-
de hardheidsclausule, die luidt als volgt:
“Heeft de gehanteerde tariefsystematiek een voor uw organisatie onvoorzien en onredelijk benadelend gevolg, dan is er in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid voor individuele aanbieders om een beroep te doen op de hardheidsclausule. Onder onvoorzien verstaan wij dat in een specifieke situatie voor een individuele aanbieder door toepassing van de tariefsystematiek een onredelijk benadelend effect optreedt. De term onvoorzien wordt hier dus uitgelegd als een onverwacht effect van de tariefsystematiek. Hierbij is het van belang dat u kunt aantonen dat u momenteel op een doelmatige manier de zorg levert en dat het tariefpercentage dat geldt voor uw organisatie niet kostendekkend is. We nemen uw financiële positie en organisatiestructuur mee en beoordelen of er nog operationele verbeteringen mogelijk zijn. Bij de financiële positie zal onder meer gekeken worden naar het eigen vermogen van de organisatie. Wij betrekken daarbij ook de financiële reserves van de zorgaanbieder. Bij de afweging om de hardheidsclausule toe te passen nemen we ook de zorgplicht en het perspectief voor de langere termijn mee. Dit alles nemen we mee bij de beoordeling of en welke afspraken we maken over de hardheidsclausule."
Veel zorgaanbieders, waaronder Teamzorg, hebben vragen ingediend ten behoeve van de Nota’s van Inlichtingen (hierna: NvI’s) van de zorgkantoren en ook bezwaar gemaakt tegen het inkoopbeleid. De zorgkantoren hebben op 7 juli 2023 een Landelijke Nota Van Inlichtingen (NvI) gepubliceerd, waarin zij de gestelde vragen hebben beantwoord. VGZ heeft, net als de andere zorgkantoren, die dag ook een eigen NvI gepubliceerd. Hetgeen hierin is opgenomen heeft de bezwaren van Teamzorg niet weggenomen.
3 Het geschil
Teamzorg vordert, zakelijk weergegeven, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
-
VGZ te gebieden de inkoopprocedure Langdurige Zorg 2024 in te trekken of te staken;
-
VGZ te gebieden geen inkoopprocedure voor Langdurige Zorg 2024 opnieuw te beginnen of te hervatten zonder die zodanig te wijzigen dat:
a. het systeem van het ‘historisch laag tarief’ wordt geschrapt en zorgaanbieders ongeacht tarieven die zij in het verleden ontvingen voor dezelfde nieuwe tarieven in aanmerking komen;
b. de vermogenspositie van zorgaanbieders niet meer wordt meegenomen bij de toepassingscriteria van de hardheidsclausule;
c. uitsluitend opslagpercentages worden aangeboden die de gehele looptijd van de beoogde overeenkomst van toepassing zijn;
d. voor de MPT-opslag niet meer als voorwaarde wordt gehanteerd dat het aandeel MPT-cliënten moet stijgen ten opzichte van het aantal ZZP-cliënten;
e. na voorafgaand onderzoek wordt gemotiveerd en onderbouwd dat de (eventueel aangepaste) opslagpercentages reëel zijn in het licht van de kosten die zijn gemoeid met de eisen die VGZ stelt aan een zorgaanbieder die instemt met de opslageisen;
f. voor toekenning van de betreffende opslag geen onderscheid wordt gemaakt tussen reeds geïmplementeerde en nog te implementeren GP’s;
g. een zorgaanbieder die zich niet meer kan of wil committeren aan de afspraken die zijn gemaakt aan de regionale overlegtafels, niet is gehouden de tot dan toe ontvangen opslag terug te betalen;
subsidiair:
-
VGZ te gebieden de inkoopprocedure Langdurige Zorg 2024 in te trekken;
-
VGZ te gebieden een Europese aanbestedingsprocedure te organiseren voor de inkoop van Langdurige Zorg 2024, althans voor zover VGZ de opdracht nog wenst te gunnen;
meer subsidiair:
een andere rechtsmaatregel te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht en recht doet aan de belangen van Teamzorg;
een en ander met veroordeling van VGZ in de proceskosten en de nakosten op de wijze zoals nader in de dagvaarding omschreven.
Daartoe voert Teamzorg – samengevat – het volgende aan. Teamzorg wenst haar zorgaanbod in de regio te continueren door opnieuw een overeenkomst aan te gaan met VGZ voor het bieden van Wlz-zorg. Diverse voorwaarden die VGZ in haar inkoopbeleid heeft opgenomen zijn echter in strijd met de toepasselijke aanbestedingsrechtelijke beginselen. De bezwaren van Teamzorg zien er in de kern op dat i) VGZ zorgaanbieders die in het verleden een lager tariefpercentage zijn overeengekomen dan het vastgestelde richttariefpercentage een lager tarief biedt, zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond is, ii) een beroep op de hardheidsclausule ten onrechte afhankelijk wordt gemaakt van de vermogenspositie van een zorgaanbieder en iii) er onterechte voorwaarden worden gesteld aan de toekenning van de transformatieopslagen, die bovendien niet reëel zijn.
VGZ voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.