Home

Rechtbank Den Haag, 21-12-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20749, C/09/655402 / KG ZA 23/897

Rechtbank Den Haag, 21-12-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20749, C/09/655402 / KG ZA 23/897

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 december 2023
Datum publicatie
10 januari 2024
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:20749
Zaaknummer
C/09/655402 / KG ZA 23/897

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. De vorderingen worden afgewezen. Eiseres heeft gesteld dat zij met betrekking tot Wens 1 en Wens 2 een te lage score heeft behaald. Met betrekking tot Wens 1 blijkt weliswaar dat eiseres het met het oordeel van het beoordelingsteam niet eens is, maar zij heeft tegenover de door het beoordelingsteam gegeven motivering niet onderbouwd dat het standpunt van het beoordelingsteam dat de inschrijving van eiseres geen aantoonbare meerwaarde heeft berust op fouten of onjuistheden. Daarmee heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat er ruimte is voor het oordeel dat zij met betrekking tot Wens 1 alsnog in aanmerking zou kunnen komen voor de score ‘Ruim voldoende’, ook niet bij een eventuele herbeoordeling van de inschrijvingen of na een nieuwe aanbestedingsprocedure. Ook met betrekking tot Wens 2 heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat het oordeel van het beoordelingsteam dat getwijfeld moet worden aan de haalbaarheid van de uitvoering van de diensten door eiseres evident onbegrijpelijk of onjuist is.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/655402 / KG ZA 23/897

Vonnis in kort geding van 21 december 2023

in de zaak van

Calder Werkt B.V. te Zwolle,

eiseres,

advocaat mr. Th. Dankert te Leeuwarden,

tegen:

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mr. J.E. Palm en mr. L.A. van Essen, beiden te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

Argonaut Advies B.V. te Utrecht,

advocaat mr. W.J.W. Engelhart te Utrecht.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Calder’, ‘de Staat’ en ‘Argonaut’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 20 oktober 2023, met producties 1 tot en met 10;

- de nadere productie 11 van de zijde van Calder (Calder heeft aanvankelijk ook productie 12 in het geding gebracht, maar tijdens de mondelinge behandeling heeft zij met het oog op de tussenkomst van Argonaut verzocht dit stuk uit het procesdossier te verwijderen en de voorzieningenrechter heeft dit verzoek ingewilligd);

- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst, dan wel voeging van de zijde van Argonaut.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 november 2023. Daarbij heeft de advocaat van Calder pleitnotities overgelegd.

1.3.

De datum voor het wijzen van vonnis is bepaald op vandaag.

2 Het incident tot tussenkomst, dan wel voeging

2.1.

Argonaut heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Calder en de Staat, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben Calder en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Argonaut is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Daarnaast is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat, zodat deze evenmin in strijd is met de goede procesorde.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Op 31 mei 2023 heeft de Staat (meer in het bijzonder het Ministerie van Justitie en Veiligheid, IND en DJI) een openbare Europese aanbesteding aangekondigd voor de opdracht ‘Medische advisering t.b.v. Bureau Medische Advisering (BMA)’, hierna ‘de opdracht’.

3.2.

De opdracht is nader omschreven in onder meer het ‘Beschrijvend Document Europese Aanbesteding Sociale en andere specifieke diensten Medische advisering t.b.v. Bureau Medische Advisering (BMA)’ van 21 juli 2023, hierna ‘het Beschrijvend Document’, en de daarbij behorende bijlage 1 ‘Programma van Eisen’ en bijlage 2 ‘Programma van Wensen’.

3.3.

In paragraaf 2.1.2 van het Beschrijvend Document is onder meer vermeld “Daarnaast is gebleken dat voor de continuïteit van kwalitatief hoogwaardige medische adviezen, het van belang is dat de Opdrachtnemer beschikt over een stabiel aantal gecommitteerde medisch adviseurs. Omdat het opleiden en inwerken van nieuwe medisch adviseurs veel tijd kost, is een hoog verloop van medisch adviseurs onwenselijk. BMA investeert op haar beurt in periodieke kwaliteitsmetingen en casuïstiekbesprekingen.”

3.4.

Verder blijkt uit het Beschrijvend Document dat de opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. In paragraaf 5.1 van het Beschrijvend Document zijn de volgende subgunningscriteria opgenomen:

In paragraaf 5.2.1 van het Beschrijvend Document is vervolgens vermeld dat de totale fictieve korting die op grond van de beoordeling van de wensen aan de inschrijving wordt toegekend, wordt afgetrokken van de inschrijfsom van de inschrijver, dat op die manier de vergelijkingsprijs wordt berekend en dat de inschrijver met de laagste vergelijkingsprijs de economisch meest voordelige inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft gedaan.

3.5.

In het Programma van Wensen is vermeld dat het beoordelingsteam de wensen beoordeelt aan de hand van de onderstaande tabel:

Daarbij is Wens 1 als volgt omschreven:

en luidt Wens 2 als volgt:

3.6.

In een tweetal Nota’s van Inlichtingen (op 29 juni 2023 en 21 juli 2023) is antwoord gegeven op vragen van potentiële inschrijvers. Naar aanleiding van vraag 52 in de eerste Nota van Inlichtingen, die betrekking had op het aantal uren dat in de implementatiefase gemoeid is met het trainen en instrueren van de medisch adviseurs, is in de tweede Nota van Inlichtingen als antwoord op vraag 81, met als onderwerp ‘NvI 1 vraag 52’, vermeld:

3.7.

Onder meer Calder en Argonaut hebben tijdig een inschrijving ingediend voor de opdracht.

3.8.

Bij brief van 2 oktober 2023 heeft de Staat aan Calder meegedeeld dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan Argonaut, dat de inschrijving van Calder op de tweede plaats is geëindigd en dat met haar een zogenoemde ‘wachtkamerovereenkomst’ zal worden aangegaan. In de brief heeft de Staat een tabel opgenomen waarin de totaalscores van Calder en Argonaut zijn vermeld. Bij deze brief heeft de Staat de ‘Bijlage Toelichting beoordeling kwaliteit’ aan Calder toegestuurd. Hierin is met betrekking tot Wens 1 en Wens 2 het volgende vermeld:

(...toevoeging voorzieningenrechter: het deel van deze toelichting dat volgens Calder bedrijfsvertrouwelijke informatie bevat is hier weggelaten ...)

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing