Rechtbank Den Haag, 24-02-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2212, C/09/640198 / KG ZA 22/1136
Rechtbank Den Haag, 24-02-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:2212, C/09/640198 / KG ZA 22/1136
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 februari 2023
- Datum publicatie
- 27 februari 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2212
- Zaaknummer
- C/09/640198 / KG ZA 22/1136
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbesteding. Geen ontoelaatbare aanvulling of wijziging van de gronden voor afwijzing. Ondeugdelijke beoordeling evenmin aannemelijk. Geen belang bij alleen een herbeoordeling met betrekking tot één van de gunningscriteria.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/640198 / KG ZA 22/1136
Vonnis in kort geding van 24 februari 2023
in de zaak van
Vanberkel Professionals B.V. te Zoetermeer,
eiseres,
advocaat mr. A. Stellingwerff Beintema te Rijswijk (Zuid-Holland),
tegen:
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. A.L.M. de Graaf te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Vanberkel’ en ‘de Staat’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 december 2022, met producties 1 tot en met 25;
- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord, tevens ‘Akte reactie punten dagvaarding 4 juli 2022’, met productie 26 (doorgenummerd ten opzichte van de producties van Vanberkel).
De mondelinge behandeling is gehouden op 7 februari 2023. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van Vanberkel pleitaantekeningen overgelegd. Ter zitting is de datum voor het wijzen van vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Op 31 maart 2021 heeft de Staat (het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) de opdracht ‘I&W EA Rijksbrede aanbesteding auditdiensten 2021’ aangekondigd, hierna ‘de opdracht’. De opdracht is nader uitgewerkt in het (herziene) Beschrijvend Document en in een drietal Nota’s van Inlichtingen, waarin antwoord is gegeven op vragen van potentiële inschrijvers.
De opdracht omvat de volgende hoofdonderdelen:
- -
-
Inhuur Auditdiensten (perceel 1)
- -
-
Inhuur en resultaatgerichte IT-Auditdiensten (perceel 2)
- -
-
Resultaatgerichte multidisciplinaire Auditdiensten (perceel 3).
Het doel van de aanbesteding is om per perceel met een aantal dienstverleners op het gebied van auditdiensten een raamovereenkomst te sluiten voor de duur van twee jaar, met een optie tot verlenging.
Op 17 oktober 2021 heeft Vanberkel ingeschreven voor de drie tot de opdracht behorende percelen.
Bij brief van 4 mei 2022 heeft de Staat aan Vanberkel meegedeeld dat hij voornemens is om met betrekking tot perceel 1 een raamovereenkomst met Vanberkel te sluiten, omdat de inschrijving van Vanberkel tot de inschrijvingen met de beste prijs-kwaliteitverhouding behoort.
Uit de voorlopige gunningsbeslissingen van 8 juni 2022 die Vanberkel van de Staat heeft ontvangen bleek dat de Staat voornemens was om perceel 3 aan Vanberkel te gunnen, maar perceel 2 niet.
In de gunningsbeslissing met betrekking tot perceel 2 is voor zover hier van belang over gunningscriterium 1 (Kwaliteit van de dienstverlening) het volgende vermeld:
“(...)
Motiveringsgronden subgunningscriterium
In bijlage 1 leest u de motiveringsgronden bij uw scores op het subgunningscriterium kwaliteit en een beschrijving van de kenmerken van de winnende inschrijving.
(...)
Bijlage 1 – Motiveringsgronden
Subgunningscriterium 1 – Kwaliteit van de dienstverlening (score 32,5)
De beoordelingscommissie is van mening dat het geheel van de maatregelen, de uitvoering van de maatregelen en het resultaat van de maatregelen voldoende bijdragen aan de doelstelling: ‘de dienstverlening wordt uitgevoerd met een zo hoog mogelijke kwaliteit’.
Hieronder leest u de motivering van de beoordeling.
(...)
Algemeen
De beoordelingscommissie merkt op dat u voor dit subgunningscriterium voor perceel 1 en 2 vrijwel identieke inschrijvingen heeft gedaan. Uw inschrijving voor perceel 3 heeft u daarentegen specifiek (resultaatgerichte multidisciplinaire auditdiensten) gemaakt en daarmee beter laten aansluiten bij de aard van de gevraagde dienstverlening. De integrale beoordeling voor dit perceel komt mede daarom uit op een ‘voldoende’ in plaats van de ‘goed’ die u voor perceel 3 heeft ontvangen.
(...)”.
Ook voor gunningscriterium 2 (Partnerschap) is in die gunningsbeslissing voor iedere door Vanberkel in haar inschrijving genoemde maatregel een motivering van de beoordeling gegeven.
Vanberkel was het niet eens met de aan haar toegekende scores voor wat betreft gunningscriterium 1 met betrekking tot perceel 1 en 2 en voor wat betreft gunningscriterium 2 met betrekking tot perceel 2 en 3.
Op 29 juni 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Vanberkel en de Staat, waarin (samengevat) naar aanleiding van vragen van Vanberkel door de Staat is toegelicht hoe/volgens welke procedure de beoordelingscommissie tot haar oordeel met betrekking tot de inschrijvingen van Vanberkel is gekomen.
Vanberkel bleef van mening dat haar inschrijving niet overeenkomstig het vooraf aangekondigde toetsingskader was beoordeeld en dat de beoordelingscommissie in redelijkheid niet tot de aan Vanberkel toegekende score had kunnen komen. Daarom heeft zij bij deze rechtbank een kortgedingprocedure aanhangig gemaakt. De mondelinge behandeling van het kort geding zou plaatsvinden op 23 augustus 2022.
Bij brief van 25 juli 2022 heeft de Staat aan Vanberkel meegedeeld dat de gunningsbeslissing met betrekking tot perceel 2 wordt ingetrokken en dat Vanberkel zo snel mogelijk bericht krijgt over het verdere verloop van de aanbestedingsprocedure. Naar aanleiding van deze brief heeft Vanberkel besloten het aanhangig gemaakte kort geding in te trekken.
Bij brief van 22 november 2022 heeft De Staat een nieuwe gunningsbeslissing met betrekking tot perceel 2 aan Vanberkel meegedeeld. In die brief is voor zover hier van belang het volgende vermeld:
“(...)
De Staat moet concluderen dat de door u behaalde score op de genoemde gunningscriteria beter had moeten worden gemotiveerd (gunningscriterium 2) dan wel dat een nadere uitwerking van de gegeven motivering behulpzaam kan zijn, om uw score nader te duiden (gunningscriterium 1).
(...)
1. Gunningscriterium 1 – score Voldoende
(...)
In het beoordelingskader is benadrukt dat wordt gekomen tot één integrale beoordeling. Er vindt dus uitdrukkelijk geen weging of scoring plaats op individuele maatregelen.(...)
U scoort als aangegeven een Voldoende op dit criterium.
In de gunningsbeslissing van 13 juni is deze Voldoende nader toegelicht waarbij vanuit een oogpunt van volledigheid ook op alle maatregelen afzonderlijk feedback is gegeven.
(...)
Zelfs als wel zou worden gemiddeld dan komt het oordeel in casu overigens uit tussen goed en voldoende. In dit geval heeft de beoordelingscommissie aangegeven dat het integrale oordeel uiteindelijk uitkomt op een voldoende. Daaraan ligt ten grondslag (zoals meegedeeld in de gunningsbrief van 8 juni) dat u voor perceel 2 (anders dan voor perceel 3) de inschrijving minder (perceel)specifiek heeft gemaakt en met uw uitwerking minder goed hebt aangesloten bij de aard van de gevraagde dienstverlening.
Aldus is het voor u helder waarom de bedoelde motiveringen uiteindelijk niet resulteren in een oordeel goed.
U geeft echter aan in de dagvaarding (...)dat u zich niet kunt vinden in dit oordeel.(...)Wat daar ook van zij, het lijkt de aanbestedende dienst goed om u de uitgebreidere toelichting van de beoordelingscommissie mee te geven waarom uw uitwerking op perceel 2 minder perceel specifiek is (dan die op perceel 3).
(...)”.
Vervolgens heeft de Staat met betrekking tot gunningscriterium 1 voor diverse door Vanberkel omschreven maatregelen uitgewerkt waarom de inschrijving van Vanberkel voor perceel 2 door de beoordelingscommissie als minder specifiek is beoordeeld dan voor perceel 3. In de brief wordt verder vermeld:
“(...)
Het voorgaande maakt duidelijk dat de beoordelingscommissie wel degelijk (op goede gronden) tot de conclusie heeft mogen komen dat uw uitwerking op perceel 2 minder perceel specifiek is. Het geheel aan maatregelen draagt zodoende minder goed bij aan de doelstelling dat de Dienstverlening wordt uitgevoerd met een zo hoog mogelijke kwaliteit dan op perceel 3. Het is zodoende inzichtelijk waarom geen Goed wordt toebedeeld maar een Voldoende.
Voor de goede orde zij opgemerkt dat bovengenoemde nadere uitwerking van de motivering afkomstig is van het beoordelingsteam en alle leden van het beoordelingsteam hebben aangegeven dat hiermee – samen met de eerdere motivering in de brief van 13 juni 2022 – een juiste weergave wordt gegeven van de door hen uitgevoerde beoordeling en bijbehorende motivering.
2. Gunningscriterium 2
(...) De beoordelingscommissie heeft weloverwogen uw inschrijving op perceel 2 een voldoende toegekend en uw inschrijving op perceel 1 een goed. De beoordelingscommissie staat ten volle achter het totaal oordeel “voldoende”, maar heeft helaas moeten onderkennen dat in de brief wat betreft de maatregelen 3 en 7 abusievelijk niet de juiste motivering van de commissie is opgenomen. De in de brief opgenomen motivering wordt hieronder daarnaast op onderdelen verduidelijkt en aangevuld.
De hierna volgende weergave van de motivering moet derhalve in samenhang met de motivering die eerder is verstrekt bij brief van 13 juni 2022 worden gelezen. Zulks behoudens de hierin opgenomen motivering op de maatregelen 3 en 7 die de eerder gegeven motivering corrigeert in die zin dat alsnog de juiste motivering van de commissie wordt weergegeven.
(...)
Gelet op het voorgaande scoort u op perceel 2 (anders dan op perceel 1) in totaliteit een voldoende. De beoordelingscommissie betreurt het daarbij dat de motvering in de brief van 13 juni 2022 het bestaande oordeel van de beoordelingscommissie onvoldoende juist verwoordde. De beoordelingscommissie geeft echter aan dat er in de beoordeling weloverwogen is gekomen tot een lagere score op perceel 2 voor de uitwerking van subgunningscriterium 2 dan op perceel 1 en hoopt met het voorgaande voor u inzichtelijk te hebben gemaakt waar dat in zit.
Voor de goede orde zij opgemerkt dat alle leden van het beoordelingsteam hebben aangegeven dat het voorgaande in aanvulling op en deels ter correctie van de eerdere motivering van 13 juni 2022 een juiste weergave geeft van de door hen uitgevoerde beoordeling en bijbehorende motivering.
(...)”.
In de brief heeft de Staat vervolgens met betrekking tot de door Vanberkel voor gunningscriterium 2 omschreven maatregelen 3 en 7 een aangepaste motivering opgenomen.
De advocaat van Vanberkel heeft in een brief van 25 november 2022 (samengevat) aan de Staat meegedeeld dat in de gunningsbeslissing van 22 november 2022 sprake is van een ontoelaatbare aanvulling en wijziging van de gronden voor de afwijzing van de inschrijving van Vanberkel. Verder wordt in de brief meegedeeld dat Vanberkel er aan twijfelt of de in de gunningsbeslissing gegeven motivering wel berust op de door de beoordelingscommissie uitgevoerde beoordeling en of die beoordeling correct heeft plaatsgevonden. Daarom wordt de Staat verzocht om tot een herbeoordeling van alle inschrijvingen met betrekking tot perceel 2 over te gaan. Door de Staat is vervolgens telefonisch aan Vanberkel kenbaar gemaakt dat bij de beoordeling geen fouten zijn gemaakt en dat er alleen sprake is geweest van fouten in de motivering.
Op 19 december 2022 heeft de Staat een viertal verklaringen van de beoordelaars die de inschrijvingen op gunningscriterium 2 hebben beoordeeld aan Vanberkel toegezonden. Uit die verklaringen blijkt dat iedere beoordelaar van mening is dat zijn oorspronkelijke oordeel met betrekking tot gunningscriterium 2 niet (geheel) juist in de gunningsbeslissing van 8 juni 2022 terecht is gekomen, maar dat die gunningsbeslissing in combinatie met de gunningsbeslissing van 22 november 2022 een juiste weergave is van zijn oorspronkelijke oordeel en dat hij om die reden zijn akkoord heeft gegeven aan het versturen van de gunningsbeslissing van 22 november 2022 met betrekking tot perceel 2, gunningscriterium 2.
Tussen Vanberkel en de Staat heeft vervolgens op 20 december 2022 opnieuw een gesprek plaatsgevonden, waarin partijen over en weer hun standpunten nader hebben toegelicht.
3 Het geschil
Vanberkel vordert – zakelijk weergegeven – (1) de Staat te gebieden om de voorlopige gunningsbeslissing met betrekking tot perceel 2 in te trekken; (2) de Staat te gebieden om alle gedane inschrijvingen voor perceel 2 opnieuw te laten beoordelen door een onafhankelijke onbevooroordeelde beoordelingscommissie die bestaat uit ten minste vier beoordelaars per gunningscriterium en (3) het CJIB (de voorzieningenrechter begrijpt: de Staat) te gebieden om na de herbeoordeling een nieuwe voorlopige gunningsbeslissing te nemen met betrekking tot perceel 2, een en ander met veroordeling van de Staat in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Daartoe stelt Vanberkel – samengevat – het volgende. De oorspronkelijke gunningsbeslissing van juni 2022 met betrekking tot perceel 2 bevat wezenlijke motiveringsgebreken, zowel voor wat betreft gunningscriterium 1 als gunningscriterium 2, en in de nieuwe gunningsbeslissing van november 2022 is sprake van een wijziging en aanvulling van de gronden voor de afwijzing, zonder dat kan worden vastgesteld dat deze zijn terug te voeren op de bevindingen van de beoordelaars tijdens de consensusbespreking. Daar komt bij dat aannemelijk is dat aan de ondeugdelijke motivering in de oorspronkelijke gunningsbeslissing een ondeugdelijke beoordeling ten grondslag ligt. Gelet op al deze omstandigheden kan de gunningsbeslissing voor perceel 2 niet in stand blijven en zal de Staat, om iedere schijn van bevoordeling weg te nemen, tot een herbeoordeling van alle inschrijvingen voor perceel 2 moeten overgaan.
De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.