Rechtbank Den Haag, 26-04-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5940, C/09/642526 / KG ZA 23/109
Rechtbank Den Haag, 26-04-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5940, C/09/642526 / KG ZA 23/109
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 april 2023
- Datum publicatie
- 5 juni 2023
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5940
- Zaaknummer
- C/09/642526 / KG ZA 23/109
Inhoudsindicatie
Kort geding. Aanbestedingsprocedure. Europese aanbesteding. Beoordeling kwalitatieve gunningscriteria. Afwijzing vorderingen.
Uitspraak
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/642526 / KG ZA 23/109
Vonnis in kort geding van 26 april 2023
in de zaak van
CAPGEMINI B.V. te Apeldoorn,
eiseres,
advocaat mr. L.E.M. Haverkort te Deventer,
tegen:
CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mr. J.E. Palm en mr. J. Bakker te Den Haag.
waarin zijn tussengekomen:
1 AFAS SOFTWARE B.V.te Leusden,
2. YENLO BUSINESS SOLUTION B.V. te Schiphol-Rijk, gemeente Haarlemmermeer,
3. [de Maatschap] te [plaats] ,
advocaat mr. C.A.M. Lombert en mr. D.S. van Dorst te Zeist.
Eiseres wordt hierna ‘Capgemini’ genoemd. Gedaagde wordt hierna ‘het COA’ genoemd. Interveniënten worden hierna gezamenlijk ‘de Combinatie’ genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met daarna overgelegde producties;
- de akte wijziging eis;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging;
- de conclusie bij tussenkomst met productie;
Op 5 april 2023 is de mondelinge behandeling gehouden. Tijdens de mondelinge behandeling zijn door alle partijen pleitnotities voorgedragen en overgelegd. Vonnis is tijdens de zitting bepaald op 26 april 2023.
2 Het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging
De Combinatie heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Capgemini en het COA dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van het COA. Ter zitting hebben Capgemini en het COA verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. De Combinatie is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Bovendien is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.