Home

Rechtbank Den Haag, 10-05-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7235, C/09/643710 KG ZA 23-170

Rechtbank Den Haag, 10-05-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7235, C/09/643710 KG ZA 23-170

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 mei 2023
Datum publicatie
22 mei 2023
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:7235
Zaaknummer
C/09/643710 KG ZA 23-170

Inhoudsindicatie

Kort geding betreffende een niet-openbare Europese aanbesteding. Eiseres heeft een verzoek tot deelname ingediend, maar zij is niet geselecteerd voor de inschrijffase. Eiseres heeft die beslissing vernomen ruim 14 maanden na de indiening van haar verzoek tot deelname, omdat de selectiebeslissingen eerst zijn uitgesteld, er daarna een kort geding is gestart, dat is ingetrokken omdat de Staat de selectiebeslissingen heeft ingetrokken, er vervolgens een herbeoordeling is uitgevoerd en er nieuwe selectiebeslissingen zijn genomen. Eiseres maakt op diverse gronden bezwaar tegen de nieuwe selectiebeslissingen, maar daarin wordt zij niet gevolgd.

De voorzieningenrechter volgt de Staat niet in zijn betoog dat eiseres haar recht heeft verwerkt om nu nog, terwijl de herbeoordeling van de verzoeken tot deelname al is voltooid, te klagen over het tijdsverloop sinds de indiening van de verzoeken tot deelname en op grond daarvan heraanbesteding te vorderen. Het tijdsverloop sinds de indiening van de verzoeken tot deelname is echter geen grondslag om tot heraanbesteding over te gaan. Voorts leidt het feit dat de in de aanbestedingsleidraad verwachte ingangsdatum van de raamovereenkomst minimaal een jaar later zal worden, niet tot de conclusie dat er sprake is van een wezenlijke wijziging van de opdracht en daarmee grond voor heraanbesteding. Het betoog van eiseres omtrent de onjuiste beoordeling van verzoeken tot deelname van combinaties op twee selectiecriteria houdt ook geen stand.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/643710 / KG ZA 23-170

Vonnis in kort geding van 10 mei 2023

in de zaak van

Berenschot B.V. te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam,

tegen:

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Ministerie van Algemene Zaken, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Ministerie van Defensie, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Ministerie van Financiën, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Ministerie van Justitie en Veiligheid, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Tweede Kamer der Staten-Generaal) alle te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. A.L.M. de Graaf en L.A. van Essen te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Berenschot’ en ‘de Staat’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de op 21 april 2023 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Staat heeft een niet-openbare Europese aanbestedingsprocedure georganiseerd: ‘Interim-Management en Organisatieadvies’. De aanbesteding is onderverdeeld in drie percelen. Dit geding gaat uitsluitend over perceel 3 betreffende organisatieadvies.

2.2.

De aanbesteding bestaat uit een selectiefase en een inschrijvingsfase. In de selectiefase kan elke belangstellende ondernemer een verzoek tot deelname indienen. Op perceel 3 worden, na een inhoudelijke beoordeling van de verzoeken tot deelname, maximaal acht geselecteerde gegadigden uitgenodigd voor het indienen van een inschrijving. De opdracht die wordt aanbesteed nadat de inschrijvingsfase is doorlopen, resulteert in een raamovereenkomst die opdrachtgever voornemens is af te sluiten met meerdere raamcontractanten. Onder die raamovereenkomst worden nadere opdrachten verstrekt, waarvoor de deelnemers zelfstandig minicompetities uitvoeren.

2.3.

Van de oorspronkelijk op 31 maart 2021 gepubliceerde selectieleidraad is op 1 november 2021 een herziene versie gepubliceerd (hierna: de selectieleidraad). Daarin is ten aanzien van de planning van de procedure onder meer opgenomen dat de uiterste termijn voor het doen van een verzoek tot deelname aan de selectiefase 22 november 2021 is, op 9 februari 2022 de voorlopige selectie bekend zou worden gemaakt en de verwachte ingangsdatum van de raamovereenkomst (na het doorlopen van ook de inschrijvingsfase) 1 augustus 2022 is. Hierbij is opgenomen “Opdrachtgever behoudt zich het recht voor de beoogde tijdsplanning te wijzigen. In geval de Aanbestedende dienst overgaat tot wijziging van de beoogde planning wordt dit naar alle betrokkenen gecommuniceerd. Potentiële Gegadigde c.q. geselecteerde Gegadigde kunnen geen rechten ontlenen aan deze beoogde planning.[...]”

2.4.

In het selectiedocument staat bij perceel 3 als geschiktheidseis vermeld dat de gegadigde beschikt over de ervaring (kerncompetenties) die de aanbestedende dienst noodzakelijk acht om de opdracht te kunnen uitvoeren. Daartoe dienden onder meer diverse referenties te worden ingediend. Ten behoeve van kerncompetenties 5 diende te worden ingediend, samengevat weergegeven, een lijst van tien gelijktijdig – hetgeen volgens de selectieleidraad betekende: gedurende een periode van een maand – uitgevoerde opdrachten passend binnen de scope van dit perceel die in de afgelopen drie jaar door de gegadigde zijn uitgevoerd, gerekend van de uiterste sluitingsdatum van indiening aanmelding. Bij de periode van drie jaar is nader bepaald dat de einddatum van een referentieopdracht maximaal 29 juni 2018 mag zijn.

2.5.

In het selectiedocument worden voorts selectiecriteria genoemd.

Selectiecriterium 2 is ‘kennisontwikkeling en -borging’. Bij dat selectiecriterium diende te worden beschreven “hoe kennisontwikkeling en -borging binnen uw onderneming is georganiseerd. Geef daarbij aan welke maatregelen uw onderneming heeft getroffen om permanente kennisontwikkeling en -borging op het gebied van Interim-Management van uw vaste en flexibele medewerkers te waarborgen [...]”

Selectiecriterium 3 is ‘arbeidsparticipatie’. Bij dat selectiecriterium diende te worden beschreven “hoe arbeidsparticipatie is verankerd binnen en buiten uw organisatie [...] en bedrijfscultuur, en welke maatregelen zijn genomen/getroffen in dit kader. Beschrijf de maatregelen zo concreet mogelijk, hoe u de maatregelen heeft uitgevoerd en tot welke aantoonbare resultaten dat heeft geleid. Kortom: welke bijdrage levert uw organisatie aan arbeidsparticipatie en welke concrete resultaten zijn behaald?”

Bij beide selectiecriteria is over het beoordelingscriterium opgenomen ”de beoordelingscommissie beoordeelt het geheel van de maatregelen, het resultaat van de maatregelen en de uitvoering van de maatregelen aan de hand van de mate waarin het geheel bijdraagt aan het Selectiecriterium. Daarbij geldt hoe relevanter het geheel van de maatregelen, het resultaat van maatregelen en de uitvoering van de maatregelen en hoe meer concreet en realistisch het geheel van de maatregelen, het resultaat en de uitvoering is beschreven en onderbouwd, hoe beter het geheel van de maatregelen, het resultaat en de uitvoering wordt beoordeeld.”

2.6.

Door (een) gegadigde(n) zijn in de aanbestedingsprocedure vragen gesteld over de bij de selectiecriteria 2 en 3 in te dienen beschrijving en de beoordeling daarvan. In de Nota’s van Inlichtingen is op vragen samengevat weergegeven geantwoord dat i) bij inschrijving als hoofdaannemer de eigen activiteiten moeten worden beschreven en dat bij inschrijving als hoofdaannemer en onderaannemer, als combinatie of als holding en dochteronderneming de activiteiten (van alle betrokken partijen) als een geheel moeten worden beschreven, en ii) naast het beleid/maatregelen van de penvoerder, ook beleid/maatregelen van combinant(en) en onderaannemers mogen worden beschreven en dit als geheel wordt beoordeeld.

2.7. 22

gegadigden hebben tijdig een verzoek tot deelname ingediend voor perceel 3. De Staat heeft de gegadigden daarna tweemaal bericht dat de selectiebeslissing werd uitgesteld. Op 6 mei 2022 heeft de Staat de selectiebeslissingen aan de gegadigden verzonden. Meerdere gegadigden hebben daar bezwaar tegen gemaakt en zijn een kort geding gestart, waaronder Berenschot op 25 mei 2022. De mondelinge behandeling in die gedingen stond gepland op 5 juli 2022. De Staat heeft deze selectiebeslissingen vervolgens, na een nader onderzoek, op 27 juni 2022 ingetrokken, zodat deze gedingen geen doorgang hebben gevonden.

2.8.

De Staat heeft in een brief van 6 september 2022 de intrekking nader toegelicht en uitgelegd dat en waarom hij heeft moeten constateren dat er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een herbeoordeling op selectiecriteria 2 en 3. Daarbij heeft de Staat meegedeeld dat daarbij voor iedere selectiecriterium een nieuw beoordelingsteam zal worden ingezet. De Staat heeft in deze brief verder onder meer aangekondigd dat de herbeoordeling enige tijd in beslag zal nemen en dat de aanbestedende dienst na afronding van de herbeoordeling een nieuwe selectiebeslissing zal toezenden, waarin de resultaten van de herbeoordeling op de selectiecriteria 2 en 3 zijn weergegeven.

2.9.

Na uitvoering van het herbeoordelingsproces heeft de Staat op 14 februari 2023 nieuwe selectiebeslissingen aan de gegadigden verzonden. Daaruit blijkt dat Berenschot niet op één van de eerste acht plaatsen is geëindigd, maar op een (gedeelde) tiende plaats en dus niet is geselecteerd voor deelname aan de inschrijffase. Uit de in de brief opgenomen tabel blijkt dat Berenschot een totaalscore van 960 heeft behaald, dat vijf andere inschrijvers een totaalscore van 980 hebben behaald en dat vier andere inschrijvers een totaalscore van 1000 hebben behaald. Op de selectiecriteria 2 en 3 hebben diverse inschrijvers die als combinatie hebben ingeschreven, de maximale score toegekend gekregen. Dat betekent volgens de in de selectieleidraad opgenomen waarderingstabel dat ‘het geheel van de maatregelen, het resultaat van de maatregelen en de uitvoering van de maatregelen uitstekend bijdragen aan het selectiecriterium’. Berenschot heeft op die selectiecriteria een score van 180 gekregen. Dat betekent volgens voornoemde tabel dat de hiervoor bedoelde bijdrage aan het selectiecriterium is gewaardeerd als goed.

3 Het geschil

3.1.

Berenschot vordert, zakelijk weergegeven, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

- de Staat te verbieden om de geselecteerde gegadigden, zoals vermeld in de selectiebeslissing van 14 februari 2023, voor de inschrijffase uit te nodigen;

- de Staat te gebieden om de selectiebeslissing van 14 februari 2023 en de aanbestedingsprocedure in te trekken;

- de Staat te gebieden om, indien en voor de Staat de raamovereenkomst nog steeds wil opdragen, de raamovereenkomst voor wat betreft perceel 3 opnieuw aan te besteden met inachtneming van dit vonnis;

subsidiair

- de Staat te verbieden om de geselecteerde gegadigden, zoals vermeld in de selectiebeslissing van 14 februari 2023, voor de inschrijffase uit te nodigen;

- de Staat te gebieden om de selectiebeslissing van 14 februari 2023 in te trekken;

- de Staat te gebieden om, indien en voor de Staat de aanbestedingsprocedure wil voortzetten, de door alle gegadigden ingediende verzoeken tot deelname ten behoeve van de aanbestedingsprocedure voor wat betreft perceel 3 opnieuw door een nieuwe beoordelingscommissie te laten beoordelen;

een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom zoals nader in de dagvaarding omschreven en met veroordeling van de Staat in de proceskosten en de nakosten, op de wijze zoals nader in de dagvaarding omschreven.

3.2.

Daartoe voert Berenschot – samengevat – het volgende aan.

De Staat handelt onredelijk en disproportioneel door de selectiebeslissingen van 14 februari 2023 te baseren op verouderde informatie. De verzoeken tot deelname zijn ruim veertien maanden daarvoor al ingediend en deze geven nu geen representatief beeld meer van de geschiktheid van gegadigden, los van het feit dat de markt in die periode ook is gewijzigd. Indien de Staat een beoordeling van de selectiecriteria zou uitvoeren op basis van de huidige gegevens, is het zeer waarschijnlijk dat er een andere ranking uit zou komen en/of dat er sprake is van een ander speelveld.

Voorts kwalificeert het opschuiven van de ingangsdatum van de raamovereenkomst met ten minste een jaar als een wezenlijke wijziging in de zin van de Aanbestedingswet 2012 (Aw). Het is waarschijnlijk of het valt niet uit te sluiten dat, indien de huidige verwachte ingangsdatum in de aanbestedingsstukken was opgenomen, dit zou hebben geleid tot aanmeldingen van andere partijen. De opdracht dient daarom opnieuw te worden aanbesteed.

Subsidiair heeft Berenschot bezwaar tegen de wijze waarop de verzoeken tot deelname van combinaties door de Staat zijn beoordeeld. Bij de selectiecriteria 2 en 3 zou de Staat de bestaande situatie moeten beoordelen. Combinaties zijn echter gelegenheidsverbanden, zodat van een bestaande situatie geen sprake is. Het heeft er alle schijn van dat de Staat de kennisontwikkeling en -borging en arbeidsparticipatie van één van de combinanten heeft beoordeeld. Toerekening van deze geschiktheid aan andere combinanten is naar haar aard echter niet mogelijk. Dat een combinatie mogelijk voornemens is een en ander in geval van gunning te organiseren doet er niet toe, omdat het om de bestaande situatie gaat. Desondanks hebben diverse combinaties zonder bestaande kennisontwikkeling en -borging en arbeidsparticipatie de maximale score behaald. Zij hebben daarmee een betere beoordeling gekregen dan de bestaande kennisontwikkeling en -borging en arbeidsparticipatie van Berenschot. Een dergelijke beoordeling kan niet juist zijn. Er dient daarom een herbeoordeling plaats te vinden.

3.3.

De Staat voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing